Nieuwscentrum

mei 04, 2020

Maakt Corona duidelijk dat preventie niet onze prioriteit was?

Gemiddelde leestijd: 7-9 minuten

Bas Koster | Roderick van Leerdam

Alsof er een stok tussen de spaken van het voorwiel van ons zorgsysteem werd gestoken. Zo hard en abrupt bracht de Coronacrisis grote delen van de zorg tot een bijna complete stilstand. Electieve zorg werd uitgesteld en het daardoor ontstane “stuwmeer aan niet-verrichte zorg” is inmiddels een belangrijk onderwerp. Naast dit stuwmeer moet ook de ‘reguliere’ zorg weer opgestart worden én de crisis verder onder controle worden gehouden – een uitdaging die nauwelijks te bevatten is.

 

Heel terecht wordt er nu gekeken naar oplossingen zoals eHealth (en dan vooral zorg op afstand), patiëntstratificatie (de meest urgente zorg eerst), patiëntflow management en andere strategieën die met elkaar gemeen hebben dat we meer patiënten kunnen onderzoeken en behandelen met dezelfde middelen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat deze verwachte efficiëntieslag een positief neveneffect is van deze verschrikkelijke situatie.

 

Maar daarover gaan we het hier nu niet hebben. Dit thema wordt al druk besproken en er is volgens ons nog een andere les die Corona ons leert, misschien wel de belangrijkste: preventie.

Te weinig aandacht voor het gezond houden van de populatie

Een van de belangrijkste lessen die de Coronacrisis ons leert is – in onze bescheiden mening – dat ons zorgsysteem en zorgstelsel te weinig gericht waren op het beschermen en gezond houden van de populatie. De focus lag vooral op de curatieve kant van de gezondheidszorg (lees: behandeling van zieke mensen).

 

Dat is op zich niet vreemd, omdat de curatieve sector de meest zichtbare kant van de zorg is. De impact hiervan is in de meeste gevallen onmiddellijk duidelijk. Preventie daarentegen is minder eenduidig; niet alleen zijn de resultaten minder nadrukkelijk zichtbaar, de personen die er het meest bij gebaat zijn, beseffen dit vaak zelf niet eens. 

Toch kan een focus op preventie en een gezonde populatie een oplossing zijn voor een groot deel van de problemen waar de curatieve sector op dit moment mee te maken krijgt. Een dergelijke zorg kan op vele verschillende manieren worden ingericht en vereist een nauwe samenwerking van verschillende partners. Denk maar aan nieuwe regelgeving die ervoor kan zorgen dat burgers beschermd worden tegen ongezonde factoren zoals (lucht-)vervuiling, maar ook aan het belonen van gezond gedrag en het ontmoedigen van ongezond gedrag.

 

Het spreekt voor zich dat ziekenhuizen en gezondheidstechnologiebedrijven hier een niet te onderschatten rol in kunnen spelen. Enerzijds kunnen zij mensen meer inzicht geven in hun eigen gezondheid via digitale platformen. Hierdoor kan ook duidelijk worden wat “gezond gedrag” voor elk individu inhoudt. Anderzijds kunnen ze zo’n opzet combineren met interactieve platformen die contact met zorgverleners mogelijk maken- en dan is de cirkel helemaal rond. Zo kunnen zorgverleners gezondheidsadviezen geven en waar relevant dus ook de curatieve sector ondersteunen. Het beter en efficiënter uitwisselen van data tussen patiënt en zorgverlener, maar ook tussen zorgverleners onderling, draagt in dit geval bij tot een betere ervaring voor alle betrokkenen en brengt een hogere kwaliteit van de zorg mee, zonder dat de kosten daarvoor onevenredig oplopen.

 

Echter, meer focus op het gezond houden van mensen brengt misschien nog wel belangrijkere voordelen met zich mee: gezonde mensen voelen zich beter, zijn gelukkiger en ook nog eens productiever.1 Ook zijn gezonde mensen potentieel beter gewapend tegen infecties zoals het Coronavirus waardoor het ziekteverloop vaak minder ernstig is.2 Door in te zetten op een zo gezond mogelijke populatie, wordt een zorgsysteem dus zelf ook weerbaarder.

Van wensbeeld naar realiteit

Waarom kaarten we dit nu aan? Al voor deze crisis liep ons zorgsysteem tegen een aantal grenzen aan: stijgende werkdruk op zorgverleners, toename van het aantal patiënten met chronische aandoeningen (vaak zogenaamde “welvaartsaandoeningen”), stijgende kosten en toenemende behoefte aan geriatrische zorg. De Coronacrisis maakt elk van deze bestaande problemen alleen nog maar groter en prangender.

 

Medisch gezien is er steeds meer mogelijk en vooruitgang in de behandeling van (vooral chronische) aandoeningen zorgt voor een hogere gemiddelde levensverwachting. Toch ligt de nadruk ook hier op het curatieve: het diagnosticeren van symptomatische patiënten en hen zo goed mogelijk opvolgen. Om de stap naar een meer preventieve zorg te zetten, moet er onder andere ingezet worden op een gezonde leefstijl van de populatie waarin niet-roken, voldoende beweging en een gezond voedingspatroon de belangrijkste hoekstenen zijn. De overheid en zorgverzekeraars kunnen hier elk op hun beurt een belangrijke rol in gaan spelen: door middel van regelgeving en door het stimuleren van zorgverleners en instellingen die inzetten op preventie. Vanuit de zorg zou dan ook meer op preventie ingezet kunnen worden, wellicht met behulp van een data-infrastructuur die een snelle en efficiënte samenwerking en communicatie op maat met de doelgroep toelaat.

 

Die infrastructuur – en dus die mogelijkheid tot preventie – is er nu nog onvoldoende. Want als de Coronacrisis één ding meer dan duidelijk maakt, dan is het dit: wanneer de gebruikelijke fysieke contactpunten tussen artsen, patiënten en dikwijls zelfs artsen onderling stil komen te liggen, dan houdt een groot deel van onze zorg even abrupt stil. Kunnen we dit moment dan niet aangrijpen om hier stappen te ondernemen?

 

Want bereidheid tot verandering is er wel. In de jaarlijkse Future Health Index3 bijvoorbeeld, gaf de meerderheid van jonge Nederlandse zorgverleners aan dat ze de potentiële meerwaarde van het gebruik van data om de zorg te verbeteren – zowel op vlak van klinische uitkomsten als op het gebied van patiëntervaring – duidelijk inzagen. Tegelijk geven ze ook aan zich onzeker te voelen over het gebruik van digitale patiëntdata en hoe ze deze dan concreet kunnen inzetten om de zorg te verbeteren.

 

Vandaar onze oproep: misschien lijken preventie en efficiëntere data-uitwisseling niet het allereerste waar we midden in deze crisis aan moeten denken. Dat mogen we ook niet verwachten van de zorgverleners die in de huidige omstandigheden doen wat ze kunnen om zo goed mogelijk voor patiënten te zorgen en levens te redden. Toch is dit, zodra hier enigszins ruimte voor komt, volgens ons de juiste investering voor de toekomst. Dit is hét moment om met alle partijen die hier mogelijk een rol in kunnen gaan spelen – patiënten, zorgprofessionals, zorgopleidingen, overheden, zorgverzekeraars en industrie – in gesprek te gaan en tot concrete acties te komen. We hebben nu de kans om een "nieuw normaal” vorm te geven waarin preventie en een gezonde populatie met gelukkige individuen centraal staan.

 

Tot slot nog dit: het is niet ondenkbaar dat er in de komende decennia een vergelijkbare pandemie uitbreekt. Met een gezondere, meer weerbare samenleving is het verloop ervan hopelijk minder disruptief, wat in ieders voordeel is. En met een betere gezondheidsdata infrastructuur en alle middelen die daarmee beschikbaar komen, kunnen we hopelijk sneller en efficiënter een virus als deze bestrijden.

 

1 https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270254001.pdf

2 https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19#index_Risicogroepen

3 https://www.philips.com/a-w/about/news/future-health-index

Delen op sociale media

Onderwerpen

Over de auteurs

Bas Koster, medisch directeur Philips Benelux, maakte 6 maanden geleden de overstap van arts-onderzoeker naar het bedrijfsleven bij Philips. 5 maanden eerder maakte Roderick van Leerdam de switch van chirurg naar klinisch consultant bij Philips. Beide vervullen een bijzondere rol als arts in een marktorganisatie. Met hun klinische blik helpen zij bij het verwezenlijken van de missie van Philips om als zuiver gezondheidstechnologiebedrijf de levens van mensen te verbeteren. De voormalig clinici stellen zich de vraag hoe deze COVID-19 crisis het werken in de zorg zal veranderen.

Gerelateerd nieuws