De naam Jan Zwartendijk zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar ‘Mister Radio Philips’ redde tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Joden door hen een ‘vals’ visum te verstrekken. Olga Coolen, directeur van het museum, vertelt erover.
In juni 1940 vroeg de Nederlandse ambassadeur voor Letland, L.P.J. de Decker, of Jan Zwartendijk, vestigingsmanger van Philips in Kaunas, tijdelijk de positie van honorair consul van Litouwen op zich wilde nemen. Zwartendijk accepteerde, vanuit de gedachte dat er vast maar een handjevol Nederlanders zou zijn dat hij moest helpen het land te verlaten. De volgende dag viel het Rode Leger Litouwen binnen. Voor hij consul werd begon Zwartendijk een vriendschap met Nathan Gutwirch, een Joodse Nederlander met wie hij wel eens kranten en voetbalverslagen uitwisselde. ‘Nathan vertelde hem dat veel Joodse vluchtelingen het land wilden verlaten, maar nergens meer naartoe konden omdat omliggende landen de grenzen voor hen hadden gesloten’, vertelt Olga. ‘De mensen zaten als ratten in de val.’

Link: een visa met bestemming Curcao, no. 1475. Rechts: een Japans doorreisvisum.
Toen 2 Nederlanders, Nathan Gutwirth en Pessla Lewin, ambassadeur de Decker benaderde voor visa naar de Nederlandse West-Indië, informeerde hij hen dat er geen visum nodig was. De goedkeuring van de gourverneur was vereist, maar die werd zelden gegeven. Nathan en Pessla stelden ieder zelfstandig voor om die goedkeuring uit de instructie te halen. Een nieuwe verwoording van de Decker vermeed zorgvuldig het benoemen van deze vereiste, terwijl hij er wel in liet staan dat een visum niet nodig was. Deze exacte verwoording werd in Pessla's paspoort gestempeld. Dit is de enige originele aanbeveling van de Decker. In plaats daarvan vroeg hij aan Zwartendijk om dit besluit te kopiëren in de paspoorten van Pessla's moeder en broer. En die van Nathan Gutwirth en de identificatiedocumenten van Pessla's Poolse echtgenoot. Gutwith liet zijn paspoort zien aan Zorach Warhaftig, een prominente Joodse leider onder de Poolse, Joodse vluchtelingen. Warhaftig vroeg hem om te vragen of Zwartendijk deze stempel ook aan andere vluchtelingen wilde verschaffen. Toen Gutwirth dit aan Zwartendijk voorstelde, ging hij direct akkoord. Iedereen die zijn kantoor binnenliep, kon goedkeuring krijgen. Dit nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje. Al snel stond een rij van duizenden mensen bij het Nederlandse consulaat. Zwartendijk verstrekte de aanbevelingen compleet op eigen risico. Na het verkrijgen van een visum met bestemming Curacao gingen de vluchtelingen naar het Japanse consulaat. Hier verstrekte consul Sugihara doorreisvisa naar Japan. Als de vluchtelingen ook nog een uitreisvergunning kregen van de Soviet-Unie, vertrokken ze via de Trans-Siberische spoorlijn naar Vladivostok en daarna door naar Japan. Vanuit Japan konden ze een aanvraag doen voor bestemmingsvisa van andere landen.'Dagenlang schreef Jan deze visa uit', zegt Olga. 'Zijn kantoor in de Vrijheidsstraat in Kaunas stond bombol. In deze straat staat nu ook een monument ter ere van Jan Zwartendijk. Het hoogst gevonden visumnummer is 2.345, maar het daadwerkelijk geredde aantal mensen is waarschijnlijk nog hoger. Veel kinderen reisden met hun ouders mee en visa werden ook illegaal gekopieerd.'
Nadat leden van het Soviet-leger zijn Philips-kantoor en het Nederlandse consulaat sloten, voelde Zwartendijk zich niet langer veilig in Litouwen en keerde hij terug naar Nederland. Gedurende de rest van de Duitse bezetting was Jan bang dat de Nazi's hem zouden arresteren voor zijn acties in Kaunas. Na de oorlog werd hij opgeroepen en berispt door het Minsterie van Buitenlandse Zaken, omdat hij het protocol niet had gevolgd. Op dat moment was Joseph Luns de minister. Een lintje was voor Jan Zwartendijk dus zeker geen optie, hoewel zijn nabestaanden later officieel excuses hebben gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, in 2018. Toch is dat niet wat Zwartendijk de rest van zijn leven dwars heeft gezeten. Wat hem écht kwelde, was de onzekerheid over het lot van de duizenden mensen die hij een visum had verstrekt. ‘Jan had geen idee of hij al die mensen onbedoeld de dood in had gejaagd’, vertelt Olga. ‘In 1976 overleed hij en het tragische is dat op de dag van zijn uitvaart een bericht binnenkwam van rabbijn Marvin Tokayer, die jarenlang onderzoek had gedaan naar het lot van de Joodse vluchtelingen die vanuit Litouwen naar Japan waren gevlucht. Zijn onderzoek toonde aan dat 2.178 de oorlog hadden overleefd. Uit veiligheidsoverwegingen had Zwartendijk echter alle documentatie van het consulaat moeten verbranden, dus zeker weten kon Tokayer het niet. Het is echter aannemelijk dat 95 procent van ‘Jans vluchtelingen’ de oorlog hadden overleefd.
Een van die overlevenden was Abraham Liwer, de Joodse eigenaar van een fietsonderdelenfabriek die door de communisten als kapitalist werd beschouwd. In Vladivostok ontdekte hij dat zijn vrouw en dochter waren opgesloten in een werkkamp in Siberië. Maanden later kreeg hij het voor elkaar dat de plaatselijke autoriteiten een brief naar Moskou schreven en zijn vrouw en dochter werden vrijgelaten. Vanuit Vladivostok namen ze, net zoals de andere vluchtelingen uit Kaunas, een boot naar Japan. Daar, met hulp van de Poolse ambassadeur Tadeusz Romer, kreeg de helft van hen een bestemmingsvisum naar verschillende landen. De rest ging naar Shanghai, waar ze tot het einde van de oorlog verbleven. Een andere overlevende was Marcel Weijland, een destijds twaalfjarige jongen. Na de vlucht uit Polen in september 1939 kwam zijn familie in juni 1940 in contact met Jan Zwartendijk. Olga zocht zelf contact met de nu 91-jarige Weijland. ‘Wat mij zo trof aan zijn verhaal, was dat hij een heel gewoon kind was, dat zelfs met nostalgie terug kon kijken op die vreselijke tijd. Zo herinnerde hij zich zijn verwondering over de Japanse lente, met al die kersenbloesems. En het plezier dat hij had op een tijdelijke school in Vilnius. Na de aanval op Pearl Harbour kwam Marcel met zijn familie in een Japans kamp in Shanghai terecht en in 1946 stapte hij eindelijk op de boot naar Sydney, waar hij altijd is gebleven.’

Foto: Van links naar rechts, Jan Zwartendijks zoon en dochter, Rob and Edith Zwartendijk, sprekend met koning Willem-Alexander bij een herdenking in Kaunas op 15 juni 2018.
Olga ontmoette meer mensen die hun leven, direct of indirect, aan Zwartendijk te danken hadden. Zo zat ze tijdens een vlucht naar Litouwen, waar een monument voor Zwartendijk onthuld zou worden, naast een vrouw die de kleindochter van Abraham Liwer bleek te zijn. De vrouw was net gepensioneerd en was voor het eerst in haar familiegeschiedenis gedoken. En toen Olga in Kaunas aankwam, waren daar ook Jans kinderen en Marcel Weijland, de man die zich als kind zo verwonderde over de Japanse lentebloesem. ‘Die ontmoeting was zo ontroerend. Hij, als representant van alle overlevenden. En zij, de kinderen van de oorlogsheld. Ze zaten heel dicht bij elkaar, hielden elkaars handen vast en de diepe dankbaarheid was gewoon voelbaar. Dat was echt kippenvel, ik was daar natuurlijk volstrekt niet meer aanwezig. Alles draaide om hen en om het verleden dat weer heel eventjes tastbaar werd. Dat heeft mij erg geraakt.’

Opening van de Jan Zwartendijk-tentoonstelling 'Visa's to Freedom' in het Philips Museum.
De ontmoeting in Kaunas was voor Olga een bevestiging dat de expositie Visas to Expositie ‘Visas to freedom’ bestond uit een paar inktpotten, een echte radio uit die tijd, wat originele documenten en brieven en de Yad Vashem-onderscheiding die Jan Zwartendijk na zijn dood heeft ontvangen. De expositie was niet per se groot, maar hij dreunde wel na door de indrukwekkende geschiedenis van deze verzetsheld en de mensen die hij van een wisse dood redde. Ook de verhalen van drie overlevenden, vastgelegd in podcasts, brengen de geschiedenis op ontroerende wijze tot leven.'
freedom er moest komen. De expositie was van september 2018 tot en met maart 2023 te zien in het Philips Museum en is nu nog te bekijken in het Hornemann Huis. ‘Met de expositie wilde ik het verhaal dichtbij halen. Ik ben blij met de vorm waarin we het gegoten hebben. Vooral de getuigenissen van de overlevenden op de podcasts raken me nog steeds diep. Het mooie is dat er in 2022 in Eindhoven een lichtmonument werd onthuld voor Jan en alle verzetshelden. Het blijft een stukje Philips-geschiedenis. Natuurlijk heeft Philips die duizenden mensenlevens niet gered, maar Jan is wel de boeken ingegaan als Mister Philips Radio. Dat hij zo moedig en onbaatzuchtig is geweest, blijft iets om trots op te zijn. Zijn verhaal moesten we vertellen.’
Het Philips Museum heeft inmiddels een minicollege van een half uur ontwikkeld, zodat het verhaal verteld kan blijven worden.
You are about to visit a Philips global content page
Continue Praktische informatie
Philips Museum Emmasingel 31 5611 AZ Eindhoven Receptie +31 (0)40 235 90 30 Boekingen & Sales +31 (0)6 – 29 12 30 86 Pers +31 (0)6 81 09 07 68
Toegankelijkheid Stichting tot Behoud van Historische Philips-producten (SBHP)
Het Philips Museum is goed toegankelijk voor mindervalide bezoekers. Er is een mindervalide toilet aanwezig en we beschikken over een lift. Ook hulphonden mogen (indien nodig) naar binnen. Er is een rolstoel aanwezig. Indien gewenst graag vooraf reserveren door te bellen met +31 (0)40 235 90 30.
Voor het afgeven van oude Philips-producten kun je terecht bij de Stichting tot Behoud van Historische Philips-producten (SBHP) via www.philips-historische-producten.nl of mail naar [email protected].
Historische foto’s, brieven, documenten en brochures van Philips kun je doneren aan ons museum.

Philips Museum
You are about to visit a Philips global content page
Continue