Museum

And The Oscar Goes To... Philips!

Anton Kotte over de legendarische en Oscar-winnende filmprojector DP70


Dat Nederland verschillende Oscars in de wacht heeft gesleept, weet iedereen. Maar dat ook Philips een Oscar heeft gewonnen, is minder bekend. In Eindhoven staat-ie, in de huiskamer van Anton Kotte. Zijn vader ontwierp de DP70, een legendarische filmprojector waarvoor Philips in 1963 een Technische en Wetenschappelijke Oscar in ontvangst mocht nemen.
De kiem voor de DP70 werd al vroeg gelegd. Al in de jaren ’20 knutselde Jan Jacob Kotte, Antons vader, eigenhandig een diaprojector in elkaar met onderdelen van zijn moeders stofzuiger. Dat avontuur liep niet heel goed af, met een vloerkleed dat in brand vloog, maar het legde wel meteen bloot waar Kottes interesse lag. In 1928 trad hij bij Philips in dienst, waar men het vizier richtte op dat spannende, onontgonnen gebied: de geluidsfilm.
Anton_Kotte

Philiwood op Strijp

‘In die tijd vierde de ‘stomme’ film hoogtij, met explicateurs en orkesten om het beeld van geluid te voorzien’, vertelt Anton. ‘Er waren wel vroege geluidsfilms, maar geluid en beeld synchroon laten lopen lukte nog niet. Toch zag Philips brood in de geluidsfilm en startte een filmstudiocomplex, dat in de volksmond al snel Philiwood werd genoemd. De echte doorbraak kwam echter met de ontdekking dat je geluid als een optische lijn op filmmateriaal kon zetten. Dat was het startschot voor de FP-serie, een reeks van innovatieve filmprojectors die onder leiding van mijn vader is ontwikkeld.'

Hollywood landt in Eindhoven

De FP-serie was vanaf 1938 ongekend populair, maar in de jaren vijftig rammelde de concurrentie aan de poorten van de cinemacomplexen. ‘De opkomst van televisie was een kopzorg voor studiobazen, die natuurlijk niet wilden dat mensen bij dat kleine kastje bleven hangen. Er moesten nieuwe technieken komen om mensen naar de bioscoop te trekken. Geen gewoon geluid, maar stereofonisch geluid. En geen 35mm beeld, maar extra brede projecties.’

Michael Todd, filmproducent en echtgenoot van Elizabeth Taylor, waagde de sprong. Samen met American Optical Company ontwikkelde hij een filmformaat van 70mm en combineerde dat met zes magnetische geluidssporen voor een overweldigend geluidseffect. Voor dat filmformaat was alleen wel andere apparatuur nodig. ‘In 1954 kwam Todd, samen met de directeur van MGM Studios, aan op Welschap Eindhoven’, vertelt Anton. ‘De heren wilden een baanbrekende projector, die voor zowel 35mm als 70mm geschikt was. En ze gaven Philips een jaar de tijd, want dan zou de filmmusical Oklahoma! in première gaan.’

Oscar

Zwoegen op zolder

Een hele uitdaging, maar Philips durfde hem wel aan. ‘Frits wist dat er bij de filmgroep een paar knapen zaten die wat in hun mars hadden’, vertelt Anton. ‘Mijn vader werd bij Frits op kantoor geroepen en een paar dagen later kwam er een vrachtwagentje voorrijden met een gigantisch tekenbord en allerlei tekeninstrumenten. Vanaf dat moment was mijn vader een thuiswerker avant la lettre. Met een petroleumkacheltje om zich warm te houden, en omringd door potloden, linialen en slijpmesjes, werkte hij een jaar lang op het zolderkamertje aan de ontwerpen voor de DP70. Dat zijn juweeltjes van tekeningen, ik heb er nog eentje boven hangen. Soms stapte hij op de fiets om wat tekeningen weg te brengen, die door de dames op kantoor met een fijne naald werden overgetrokken voor ze naar de drukker gingen. En na een jaar zwoegen was het ontwerp klaar.’

‘Dollar Princess’

De DP70 werd vervolgens in de machinefabrieken van Philips geproduceerd en naar de Verenigde Staten verscheept voor de ultieme vuurdoop op Broadway. ‘Na de geslaagde première in New York werd de projector in Europa gelanceerd en ook daar sloeg hij in als een bom’, vertelt Anton. ‘Het vuurtje verspreidde zich razendsnel en bioscopen over de hele wereld schaften de DP70 aan. The Sound of MusicSpartacusBen HurWest Side Story en mijn persoonlijke favoriet: Lawrence of Arabia. Stuk voor stuk filmklassiekers die in het Todd-AO-formaat zijn uitgebracht en op de DP70 zijn gedraaid. Het ding was zelfs zo succesvol, dat ze de afkorting DP gekscherend veranderden van dubbelprojector in ‘Dollar Princess’.’

And the Oscar goes to…

En dan is daar die avond in 1963. Het is bijna tien jaar later, het gewone leven heeft zich allang hervat. ‘Mijn vader had een vast patroon als hij thuiskwam. Hij zette zijn fiets in de schuur, liep door de keuken naar binnen, hing hoed en jas aan de kapstok en ging dan pas de huiskamer in. Maar wat gebeurt er? Hij stuift met hoed en jas de kamer binnen, ploft neer op de bank en zegt: ‘We hebben een Oscar.’ Wij denken: ‘Waar heeft die man het in godsnaam over?’, maar toen het eindelijk doordrong, beseften we hoe groots het was.’

 

Groots was het zeker, en op 8 april 1963 is het eindelijk zover. Fred Pfeiff, technisch manager van de Amerikaanse Philips-cinemaorganisatie, mag de Oscar op het podium in ontvangst nemen. De Philips-medewerkers kijken hun ogen uit, tussen alle schijnwerpers, limousines en filmsterren op rode lopers. ‘Het unieke ontwerp’, aldus het juryrapport, ‘maakt een snelle wisseling van het ene systeem naar het andere mogelijk, waarbij mede van belang is dat dit gepaard gaat met een bijzonder geringe slijtage en beschadiging van de film.’

In de vitrinekast

Anton wijst naar zijn vitrinekast. ‘Daar staat de Oscar nu. Een van de twee, tenminste. Er zit namelijk nog wel een aardig verhaal aan vast. Toen de Oscar in Nederland aankwam, werd hij feestelijk onthaald door de directie van Philips. Het leuke is dat Frits op een gegeven moment zei: ‘Ja, nu hebben we er wel eentje. Maar Jan Kotte dan?’. En toen is iemand naar Hollywood gevlogen om een tweede Oscar te gaan halen. En dat is de Oscar die hier in de vitrinekast staat. Mijn vader zat tot een paar maanden voor zijn dood nog dagelijks aan de tekentafel. Mijn zusje noemt hem vaak een genie. Zulke grote woorden gebruik ik niet snel, maar een trendsetter was hij zeker. Een visionair, zo je wilt.’

 

De Oscar en de DP70 zijn vanaf 2 maart in het Philips Museum te zien voor de tentoonstelling ‘And the Oscar goes to…Philips’. Anton plantte het zaadje voor de tentoonstelling in 2014, toen hij samen met zijn zoon naar de Philips-dag in het Philips Museum ging. ‘Conservator Sergio Derks had door dat we iets bijzonders hadden en liet ons interviewen voor een film van Omroep Brabant’, vertelt Anton. ‘Later vroeg hij of ik aan de tentoonstelling mee wilde werken, wat ik met alle liefde en plezier heb gedaan. Op 2 maart mag ik de tentoonstelling openen en op 26 april geef ik een lezing over mijn vader, de DP70 en die bijzondere prijs. Zoveel Oscars hebben we tenslotte niet in Nederland, het blijft een uniek verhaal.’

Luister het verhaal via Soundcloud of ITunes.

Delen