Museum

Philips viert 70 jaar televisie! 


Op 2 oktober is het precies 70 jaar geleden dat de eerste nationale televisie-uitzending werd uitgezonden. Een historische mijlpaal met een blauw Philips-randje. Want wist je dat televisie niet begon in Hilversum of Bussum, maar in Eindhoven? Een duik in Philips’ televisiegeschiedenis!

Pionieren in de beginjaren

Voor Philips begint het televisietijdperk ongeveer tegelijk met de radio. Al in 1925 experimenteert het Philips Natuurkundig Laboratorium (NatLab) met Nipkowschijven, een fotocel en een baanbrekende neon-televisielamp van eigen makelij. In 1928 vertonen ze de resultaten aan pers en publiek en in de jaren erna maken elektronentechniek en kortegolfzenders betere kwaliteit mogelijk.

 

Vervolgens besluit Philips een experimentele zender te bouwen. Ze construeren een aantal televisietoestellen en in 1935 starten de experimentele praktijkproeven in Eindhoven. Continu wordt er geschaafd aan de beeldkwaliteit, die met een opbouw van 405 lijnen al stukken scherper is dan de allereerste ‘televisor’ uit 1926 die het met slechts dertig lijnen moest doen. 

Eerste experimentele tv uitzendingen in de jaren '30
Experimentele televisieopnames in de jaren ‘30

Het bedrijf staat niet stil en in 1937 schroeft Philips de resolutie op naar 567 lijnen. Tijd om de inspanningen aan de wereld te tonen. Aan het eind van dat jaar demonstreert Philips deze innovatie op de Radiolympia-tentoonstelling in Londen, waar veel bezoekers voor het eerst een televisie te zien krijgen. Philips staat op het punt om televisie op grote schaal te produceren, maar door de nakende Tweede Wereldoorlog komen de activiteiten op een lager pitje te staan.

 

Wereldprimeur met 625 lijnen

Direct na de oorlog is het alle hens aan dek. Zo begint Philips in 1946 met de voorbereiding van experimentele televisie-uitzendingen vanuit Eindhoven. Twee jaar later start vanuit het NatLab een serie van 264 uitzendingen, waar technici, journalisten en Philips functionarissen in speciaal ingerichte zalen naar kunnen kijken. Ook thuis, waar sommige geluksvogels al een toestel hadden staan, en in radiowinkels kijken mensen naar deze eerste, legendarische uitzendingen.

 

De reacties en rapporten? Die zijn positief. De beeld- en geluidkwaliteit is stukken beter dan die van de Amerikaanse en de Engelse televisies en de ontwikkelingen volgen zich razendsnel op. Zo kunnen in 1949 ruim tweehonderd artsen van het Academisch Ziekenhuis in Leiden live een operatie volgen die op een andere locatie wordt uitgevoerd. En in 1950 heeft Eindhoven een wereldprimeur te pakken met de TX400U: het eerste televisiemodel met een beeldopbouw van 625 lijnen en glashelder FM-geluid.

 

Er is geen ontkomen meer aan. Philips groeit uit tot hoofdrolspeler in een uit zijn voegen barstende markt van televisietoestellen, beeldbuizen, televisieglas, camera’s en elektrische componenten. Waar Philips eerder pionierde met radio, is het nu de beeldbuis die het bedrijf voortstuwt.

Mensen dringen bij televisiedemonstratie in winkel, 1950
Mensen dringen bij televisiedemonstratie in winkel, 1950
Iconisch design uit 1950, met de bijnaam ‘Hondehok’
Iconisch design uit 1950, met de bijnaam ‘Hondehok’

Documentaire 

Philips viert 70 jaar nationale televisie

Video Philips viert 70 jaar nationale televisie

Van bakbeest naar modern sixties model

Die allereerste nationale uitzending laat dan ook niet lang meer op zich wachten. De eerste televisietoestellen verschijnen in de Brabantse winkels en Philips’ krachtige lobby richting de regering en de radio-omroepen werpt zijn vruchten af. Het concern besluit een voormalig kerkgebouw in Bussum om te bouwen tot televisiestudio. De meeste technici in deze studio waren Philips-medewerkers die ervaring hadden opgedaan met de experimentele tv-zender.

 

Op 2 oktober 1951 is het zover en gaat vanuit de omgedoopte Irene Studio de eerste nationale uitzending de ether in. Op het programma? Een filmpje over de fabricage van beiaardklokken, een overzicht van de geschiedenis van televisie en het spel De Toverspiegel. De vijf omroepverenigingen, die de krachten hebben gebundeld in de Nederlandse Televisie Stichting (NTS), zenden in het begin drie uur per week uit. Er zijn op dat moment dan ook maar vijfhonderd televisietoestellen in de Nederlandse huishoudens te vinden.

 

Maar de ontwikkelingen gaan rap, ook internationaal gezien. In 1960 kunnen veertien van de zeventien West-Europese landen televisie ontvangen. Het percentage huishoudens dat een toestel bezit is gestegen van zes naar vijfendertig procent. En ook het toestel zelf wordt continu verbeterd. Door ontwikkelingen in persglastechniek en elektronica is het beeldscherm groter, vlakker en minder rond geworden. Ook is de beeldbuis minder lang, waardoor de kasten minder diep zijn dan de bakbeesten uit die prille beginjaren.

 

Kleurentelevisie

Tussen alle stormachtige ontwikkelingen door, ontstaat er behoefte aan iets nieuws. De eerste demonstraties met kleurentelevisie stammen uit halverwege de jaren ’50, met de wereldprimeur van kleurengrootbeeldprojectie via een kabel als voorlopig hoogtepunt. In 1956 laat Philips aan de internationale adviesraad CCIR zien hoe ver ze gevorderd zijn met kleurentelevisie via een zender. Van camera tot ontvanger heeft Philips de complete lijn zelf ontwikkeld.

 

In 1962 koopt Canada alle kleurentelevisies van Philips op en twee jaar later worden de toestellen naar het land verscheept. Rond diezelfde tijd begint Philips met proefuitzendingen in kleur en in 1964 is Eindhoven de eerste Europese stad waar eenmaal per maand kleuruitzendingen de lucht ingaan. Drie jaar lang is Eindhoven de enige stad in Nederland met een ‘eigen’ kleurentelevisie, maar in 1967 is het hele land klaar voor deze revolutie.

Testbeeld kleurentelevisie van Philips, ontwerp van Finn Hendil 1966
Testbeeld kleurentelevisie van Philips, ontwerp van Finn Hendil 1966

Niet dat iedereen meteen zijn zwart-wittoestel bij het grofvuil zet. Het duurt nog een paar jaar voordat de kleurenvariant voor het grote publiek betaalbaar wordt, maar daarna is er geen houden meer aan. En kan iedereen in kleur genieten van het nieuws, de televisiespellen, voetbalwedstrijden en aan populariteit winnende programma’s als Peyton Place en Bonanza.

 

Totale kijkervaring met HDTV en Ambilight

Sinds die vroege jaren ’70 blijft Philips vooroplopen op het gebied van beeldkwaliteit, digitalisering en innovatieve features. Met het geavanceerde HDTV breekt er een nieuw televisietijdperk aan en Philips springt daar direct op in door samen met het Franse Thomson een Europese standaard te ontwikkelen voor HDTV uitzendingen via de satelliet. Met haarscherp beeld en digitaal geluid komt die bioscoop in huis nu écht een stapje dichterbij.

 

Ook een innovatie als Ambilight, waarbij een lichtgloed achter de televisie de kleur en de helderheid van de beelden volgt, laat zien hoe Philips de kijker in een totale kijkervaring wil onderdompelen.

 

Van beeldbuis tot beeldverwerker

Decennialang is televisie dan ook een beeldbepalend product voor Philips. Maar tijden en markten veranderen en in 2011 maakt Philips bekend uit de televisiemarkt te stappen. Het concern verkoopt de televisietak aan TP Vision, die televisies blijft maken en uitbrengen onder de naam van Philips.

 

Het besluit om de televisieactiviteiten grotendeels te beëindigen, is van grote historische betekenis. Maar dat betekent niet dat Philips het beeldscherm voorgoed vaarwel heeft gezegd. Bij het ontwikkelen van beeldverwerkers voor de gezondheidsindustrie speelt Philips nog steeds een pionierende rol. De innovatiekracht die Philips voor de beeldbuis liet zien, werkt tot op de dag van vandaag door in de beeldsystemen voor ziekenhuizen en gezondheidsinstellingen. 

Foto’s © Philips Company Archives

Op 2 en 3 oktober vieren we 70 jaar televisie in het Philips Museum

 

  • Thematische online rondleidingen
  •  Kinderknutselactiviteit: kinderen mogen hun eigen tv knutselen
  • Minicollege over dit onderwerp (op 9 en 10 oktober)
     

Kijk hier voor meer informatie over het programma.

Toegankelijkheid

Het Philips Museum is toegankelijk voor rolstoel en scootmobiel.

Geleidehonden toegestaan

Stichting tot Behoud van Historische (Philips-) Producten (SBHP)

Oude Philips-producten, foto’s, brieven en documenten kun je doneren aan ons museum. Kleine voorwerpen kun je afgeven aan de balie. Je kunt ook terecht bij de Stichting tot Behoud van Historische (Philips-) Producten via www.philips-historische-producten.nl of mail naar info@sbhp.nl.

Contact

Philips Museum
Emmasingel 31

5611 AZ Eindhoven


+31 (0)40 235 90 30

bereikbaar ma - za 9:00 tot 17:30


info-museum@philips.com

bereikbaar ma - vr 9:00 tot 17:30

U kunt onze website het beste bekijken met de nieuwste versie van Microsoft Edge, Google Chrome of Firefox.