Telemonitoring bij hartfalen

Geen kans maar noodzaak!

Op 29 november verscheen het rapport Effective Cardio. Het beschrijft de bevindingen van het onderzoek door zes ziekenhuizen, drie zorgverzekeraars en Philips naar zorgoptimalisatie en de inzet van e-health bij patiënten met hartfalen. Jutta Schroeder-Tanka, cardioloog in het St. Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam, was een van de eersten die begonnen met telemonitoring bij patiënten en nam met haar afdeling deel aan het onderzoek.

Voor het onderzoek Effective Cardio zijn 175 patiënten van januari 2010 tot juni 2014 begeleid met een verbeterd zorgproces waarbij ze thuis digitaal metingen deden.

 

Voor Jutta Schroeder was dit niet nieuw. Zij startte in 2007 op eigen initiatief een project met telemonitoring bij 100 patiënten met hartfalen die al optimale medicamenteuze therapie kregen. Ze ontdekte dat deze methode tal van voordelen heeft: “De meeste mensen vinden het heel prettig, omdat ze veel minder vaak naar het ziekenhuis hoeven te komen. Ook leidt het tot minder opnames. Ze kunnen zelf hun bloeddruk en gewicht bijhouden en zien op hun tv-scherm hoe het met ze gaat. Belangrijk is ook de scholing op maat met Motiva van Philips, waarmee ze iets aan hun levensstijl kunnen doen. Voor ons op de cardiologie is het mooi, omdat we snel kunnen zien wanneer mensen instabiel worden, wanneer ze bijvoorbeeld aankomen en dus vocht vasthouden. We kunnen dan eerder interveniëren zonder dat de patiënten op de hartfalenpoli naar het spreekuur moeten komen, dat altijd overvol zit en waar ze dan te lang moeten wachten.”

Nieuw zorgpad

Het onderzoek Effective Cardio is gedaan door zes ziekenhuizen in samenwerking met Philips en de zorgverzekeraars CZ, Zilveren Kruis Achmea en VGZ. Daarin is telemonitoring toegepast in combinatie met zorgproces-optimalisatie. Na het bezoek van de patiënt aan de huisarts volgde al na ongeveer een week een onderzoek, een diagnose en een behandelplan. Veel sneller dan de anderhalve maand die daar normaal voor staat. Jutta Schroeder vertelt: “Samen met CZ hebben we in het ziekenhuis een strategisch zorgpad ingericht. Bij binnenkomst van een patiënt met hartfalen bekijken we welke routing moet worden gevolgd. Nieuwe patiënten worden eerst goed op medicatie gezet en tegelijk vragen we telemonitoring aan, waar we mee beginnen als ze gestabiliseerd zijn. Zelfs medicatie aanpassen kan via telemonitoring.”

“Als je alles voor ze doet, worden mensen echt patiënt”

Softe kenmerken

De bevindingen in het onderzoek zijn opmerkelijk: het aantal ziekenhuisopnames liep met 52% terug en het aantal verpleegdagen met 57%, omdat veel zorg thuis kon plaatsvinden. Per patiënt kostte de zorg 26% minder. Maar Jutta Schroeder vindt een andere conclusie net zo belangrijk: “De kwaliteit van de zorg en de tevredenheid van de patiënten is groot. Dat zijn de softe kenmerken van het onderzoek waar wel eens lacherig over wordt gedaan, maar deze patiënten hebben veel problemen en zijn kwetsbaar. Hun levensduur is beperkt, en als ze hun laatste jaren met een optimale levenskwaliteit kunnen doorbrengen, vind ik dat veel waard. Dat is een doel van mijn werk. Technisch kunnen we veel voor ze doen, pacemakers implanteren en zo, maar we moeten patiënten ook goed controleren om te zorgen dat ze niet uit evenwicht raken. Door de toename van het aantal patiënten met hartfalen wordt deze taak steeds moeilijker.”

Hartfalen-dbc

Met dit onderzoek is er duidelijke winst aangetoond, in zorgbehoefte van patiënten met hartfalen en – daarmee samenhangend – in geld. Goed nieuws dus voor de zorgverzekeraars. “Het is fijn dat de resultaten positief zijn,” zegt Jutta Schroeder. “Tot nu toe ging het in de literatuur vooral over mortaliteit en heropnames, en niet over kwaliteit van leven. Maar die speelt hierin wel een grote rol. Het zou heel goed zijn als telemonitoring in alle ziekenhuizen in de hartfalen-dbc opgenomen zou worden en als zorgverzekeraars het gingen vergoeden. Momenteel passen wij het in het St. Lucas Andreas toe bij 70 patiënten. Bij een structurele vergoeding zou het mogelijk zijn om deze groep uit te breiden.”Er zijn ook struikelblokken die te maken hebben met ‘oud’ denken: het bekostigings-systeem van ziekenhuizen zit een bredere invoering van telemonitoring in de weg. “We worden betaald voor opnames en als het aantal daarvan terugloopt, krijgen we minder geld. Dat is eigenlijk de omgekeerde wereld,” zegt ze. Ook een verschuiving in personele bezetting is nodig als je e-health goed wilt inbedden. “Op onze afdeling cardiologie passen we ook andere vormen van telemonitoring toe, zoals bij de defibrillatoren en bij de digitale looprecorders. Daar moet altijd iemand bij zijn die controles uitvoert. Maar als we er een digitaal apparaat bij krijgen, wordt de formatie niet aangepast. Dat zou moeten veranderen.” Maar wie niet sterk is moet slim zijn, dus heeft ze daar voorlopig een mouw aan gepast: “Het spreekuur van de hartfalenverpleegkundige is voor een deel gedigitaliseerd. Al die controles naast het vaste werk, dat ging niet meer.”

“Op onze afdeling cardiologie passen we ook andere vormen van telemonitoring toe, zoals bij de defibrillatoren en bij de digitale looprecorders.”

Anders denken

Samengevat is haar conclusie: “Men moet anders leren denken. We leven in een digitaal tijdperk. Een tijdperk waar wij optimaal gebruik van moeten maken om mensen meer vrijheid te geven. Vaak kunnen patiënten nog veel zelf doen. Als je alles voor ze doet, worden ze echt patiënt.

Ik zou het fijn vinden als Philips doorgaat met het ontwikkelen van systemen, zoals voor tablets waarmee mensen mobieler worden. Dat kan alleen in nauwe samenwerking met de zorgverzekeraars en de ziekenhuizen. Telemonitoring is niet meer tegen te houden, en ik vind dat je dat ook niet moet willen.”