Onderzoek naar radioactieve bolletjes in strijd tegen zeldzame tumor
In gesprek met Dr. Arthur Braat, winnaar van de Woldringprijs 2020

Elk jaar reikt Philips de Woldringprijs uit aan degene die in Nederland het beste onderzoek heeft afgerond op het gebied van nucleaire geneeskunde. Dit jaar mocht Dr. Arthur Braat de prijs in ontvangst nemen. Deze nucleair geneeskundige van het UMC Utrecht deed onderzoek naar de inzet van radioactieve bolletjes bij de behandeling van NET, een zeldzame vorm van kanker met uitzaaiingen in de lever.

Pedro Sanches, Clinical Scientist CT/AMI bij Philips, sprak met Arthur over zijn werk.

We willen u graag informeren en inspireren, meld u aan en wij houden u op de hoogte van de laatste Medisch Perspectief artikelen.

Radioactieve bolletjes worden al langer ingezet bij de behandeling van leverkanker. In zijn promotieonderzoek van Dr. Arthur Braat werd aangetoond dat patiënten met uitzaaiingen in de lever van neuro-endocriene tumoren (ook wel NET genoemd) ook kunnen worden behandeld met radioembolisatie. En wel op een veilige en effectieve manier.

Bij radioembolisatie worden radioactieve bolletjes via de leverslagader in een levertumor gespoten. De bolletjes geven vervolgens in de lever, in en dichtbij de tumor, straling af, waardoor de behandeling heel gericht kan worden toegepast
.
Arts opstaan
Clock
Gemiddelde leestijd: 
3-4 minuten

Allereerst: gefeliciteerd met het winnen dan deze prijs! Hoe ben je in de nucleaire geneeskunde terechtgekomen?

"Aanvankelijk was ik er eigenlijk van overtuigd dat ik plastisch chirurg wilde worden. Tijdens het laatste jaar van mijn coschappen heb ik nucleaire geneeskunde gedaan. Mijn zus, die radioloog is, zei toen dat ze nucleaire geneeskunde wel iets voor mij vond. En dat was ik eigenlijk wel met haar eens."

 

Wat trekt je zo aan in het vakgebied?

"Met name het technische aspect. Ik hou van die techniek, dat was ook de reden waarom ik in eerste instantie de plastische chirurgie in wilde, omdat hand- en polschirurgie me wel trok, en dat is behoorlijk technisch. Maar ik leerde gaandeweg dat je als plastisch chirurg toch vooral cosmetische ingrepen doet. Ik ben in de loop van tijd wel echt verliefd geworden op de nucleaire geneeskunde. De ontwikkelingen gaan zó snel... Er is altijd wel weer iets nieuws te beleven, het staat nooit stil."

Ik ben in de loop van tijd wel echt verliefd geworden op de nucleaire geneeskunde. De ontwikkelingen gaan zó snel... Er is altijd wel weer iets nieuws te beleven, het staat nooit stil."

Dr. Arthur Braat

UMC Utrecht

Apparaat

Foto: UMC Utrecht

Hoe ben je op het onderwerp voor je proefschrift gekomen?
"Mijn collega Marnix Lam suggereerde dit. Wat me met name aansprak, was dat dit een veelbelovende therapie leek te zijn, maar dat er nog geen bewijsvoering voor was. Met je boerenverstand kon je beredeneren dat de behandeling heel effectief zou kunnen zijn, maar het was nog niet uitgezocht. Dat open speelveld beviel me heel erg."

Waarom was die bewijsvoering er nog niet?
"Het gaat hier om een uiterst zeldzaam tumortype. Om een beeld te geven: in Nederland wordt NET 600 keer per jaar gediagnostiseerd. En bij maar een klein deel van deze patiënten, die uitzaaiingen hebben in de lever, is deze behandeling een optie. Dat zag je ook terug in de literatuur, veel artikelen waren gebaseerd op onderzoek bij twintig tot dertig patiënten.

Dat was dus de aanleiding voor mijn onderzoek. Ik ben verschillende centra in Europa en de VS langsgegaan om gegevens te verzamelen. In totaal heb ik data van 240 patiënten bij elkaar gekregen, afkomstig van negen ziekenhuizen. Dat was voldoende om een goede uitspraak te kunnen doen over de effectiviteit van deze behandeling."

Wat waren de voornaamste conclusies?
"We hebben de veiligheid en effectiviteit beter in kaart gebracht.  We zien bij ongeveer 90 procent van de patiënten een afname van de tumor of remming van tumorgroei als gevolg van deze behandeling. Veel patiënten die deze ziekte hebben, krijgen hormoongerelateerde klachten, waaronder diarree en opvliegers. Het onderzoek heeft laten zien dat bij 70 procent van de patiënten met hormoongerelateerde klachten, de hormoonproductie van de tumor daalt, en zij minder of zelfs geen klachten meer hebben dankzij radio-embolisatiebehandeling."
  "Daarnaast heb ik onderzoek gedaan naar het bijwerkingsprofiel. Dus hoe goed verdragen patiënten deze behandeling? De meeste patiënten ervaren geen tot weinig bijwerkingen, en het aantal complicaties komt beperkt voor, bij minder dan 2 procent van de gevallen.”

Daarnaast heb ik onderzoek gedaan naar het bijwerkingsprofiel. Dus hoe goed verdragen patiënten deze behandeling? De meeste patiënten ervaren geen tot weinig bijwerkingen, en het aantal complicaties komt beperkt voor, bij minder dan 2 procent van de gevallen.”

Heeft het onderzoek ook nieuwe zorgpaden mogelijk gemaakt?
"Wat ingewikkeld is bij deze behandeling, is plaatsbepaling, dus wanneer kun je radioembolisatie het beste toepassen? We weten dat radioembolisatie heel goed werkt bij patiënten met uitzaaiingen in de lever. Eigenlijk bestraal je tumorcel van binnenuit. Maar als er veel uitzaaiingen buiten de lever zijn, dan is een systeembehandeling waarschijnlijk effectiever."

Wat zijn de volgende stappen in onderzoek naar deze behandelmethode?
"Ik ben nu bezig met onderzoek naar het bepalen van de ideale hoeveelheid radioactieve stof per behandeling. Die dosering is op dit moment alleen bepaald op basis van het volume van de lever. Als die bijvoorbeeld twee kilo is, dan wil je weten hoeveel radioactieve stof je het beste kunt gebruiken. Een groot deel van die stof gaat in de tumor zitten, maar een deel ook in het gezonde deel van de lever. Wat je kunt doen, is eerst een proefprocedure uitvoeren, waarin een lage dosis radioactieve stof in de lever wordt gespoten. Je kunt dan zien hoe die stof zich verspreidt over de tumor en het gezonde deel van de lever, en dat helpt weer om te berekenen wat de ideale dosis is. Een PhD is daar een model voor aan het ontwikkelen, dat wordt getraind met behulp van algoritme. Dat kan een arts of technisch geneeskundige heel veel tijd gaan schelen, want op dit moment is dit erg arbeidsintensief, omdat dit allemaal met de hand moet worden gedaan."

Het proefschrift van Dr. Arthur Braat is hier te vinden.

Young HCP FHI 2020

Op de hoogte blijven van Philips Healthcare?

Schrijf u in en ontvang maandelijks de Medisch Perspectief nieuwsbrief. 
Altijd op de hoogte van het laatste nieuws op het gebied van gezondheidszorg? Meld u gratis aan voor de Medisch Perspectief nieuwsbrief.

Contactinformatie

* Dit veld is verplicht
*

Contactgegevens

*
*
*

Bedrijfsgegevens

*
*
*

*

Contactinformatie

* Dit veld is verplicht
*
*
*
*
*
*
*
*
*
Door uw reden voor contact op te geven, kunnen wij u beter van dienst zijn.
We work with partners and distributors who may contact you about this Philips product on our behalf.
*
*

Final CEE consent