Doenja Lambregts

“Ik hou van de hersenbrekende kant van radiologie”

Met onderzoek naar nieuwe MRI-technieken voor het analyseren van de behandelrespons bij endeldarmkanker promoveerde Doenja Lambregts cum laude en trok ze internationale aandacht. Op dit moment worden deze technieken in circa tien centra in Nederland gevalideerd. Doenja is als copromotor betrokken bij dit vervolgonderzoek. Over anderhalf jaar is ze radioloog. Ze hoopt in Maastricht te kunnen blijven want daar zit “een goed geolied onderzoeksteam en hele fijne collega’s”.
Doenja Lambregts

Wanneer wist je dat je radioloog wilde worden?“

Dat was al vroeg tijdens mijn opleiding. Toevallig had ik in mijn eerste jaar Simon Robben als tutor, een bijzonder enthousiaste en bevlogen kinderradioloog van het Maastrichtse UMC. Daardoor raakte ik geïnteresseerd in het vakgebied. Ik heb het altijd jammer gevonden dat bij geneeskunde de hersenbrekende vakken zoals natuurkunde en wiskunde een beetje in het niet vielen. Ik hou juist van de technische aspecten van radiologie. Daarnaast vind ik het leuk om veel intercollegiale contacten en discussies te hebben. Het patiëntencontact dat je als radioloog hebt, is heel anders dan bij andere specialismen.

 

Als subspecialisatie heb ik abdominale radiologie gekozen. Ik vind de acute problematiek interessant, en dat je moet puzzelen om erachter te komen wat er aan de hand is. Bovendien komt het bij deze subspecialisatie regelmatig voor dat je een rol speelt in de behandeling.”

Waar was je naar op zoek in je promotieonderzoek?

“Patiënten met endeldarmkanker krijgen na een behandeling met chemo en bestraling altijd een operatie, waarbij de endeldarm en dus de eventueel resterende tumor wordt verwijderd. Dat is een zeer zware ingreep met vaak een stoma tot gevolg. De vraag is of deze operatie achterwege kan blijven als je zeker weet dat de behandeling met chemo en de bestraling zo succesvol zijn geweest dat de tumor volledig is verdwenen. We hebben onderzocht of je die zekerheid kunt krijgen met MRI.

 

Hiervoor hebben we diffusie-MRI-techniek gebruikt. Daarmee kun je veel beter zien, vergeleken met een gewone MRI, of er nog tumor aanwezig is. Daarnaast hebben we een nieuw contrastmiddel onderzocht waarmee je uitzaaiingen naar de lymfeklieren kunt opsporen. Deze twee vragen, hoe goed de tumor heeft gereageerd en of er nog uitzaaiingen zijn naar de lymfeklieren, moet je hebben beantwoord voordat je verantwoord kunt kiezen voor ‘geen operatie’.

 

Mijn proefschrift was onderdeel van een tweeluik. Ik heb onderzocht of je met nieuwe MRI-technieken goed in kaart kon brengen of er nog tumorweefsel aanwezig is en Monique Maas, mijn collega, heeft onderzocht hoe het met de patiënten ging als zij geen operatie kregen. Of de tumor terugkwam en hoe de patiënt de wait-and-see-behandeling ervoer. Onze proefschriften waren onlosmakelijk met elkaar verbonden."

“We willen van de patiënt weten wat hij wil.”

Wat waren jullie conclusies?

“Onze conclusies waren dat deze technieken van toegevoegde waarde zijn en dat het afwachtende beleid, wait-and-see, een goede optie is voor de patiënt. Ook de patiënten waardeerden het zeer. In dit ziekenhuis is wait and see nu onderdeel van de behandelmogelijkheden. Het is bijzonder om je te realiseren dat wij de eersten in Europa zijn die de patiënt niet meer opereren als deze goed heeft gereageerd op chemo en bestraling.

 

We zijn nu bezig met een landelijke studie waar circa tien centra aan deelnemen, waarin we de technieken van diffusie-MRI en het contrastmiddel op grotere schaal valideren. Ons vervolgplan is om op landelijk niveau dependances te creëren waar we in samenwerking met andere centra onder strenge kwaliteitscontrole ‘geen operatie’ aanbieden.”

Had je de MRI-technieken snel onder de knie?

“Toen ik begon, was diffusie eigenlijk niet zo’n bekende techniek. Ik ben geen MR-fysicus, dus ik had wel hulp nodig. Die kreeg ik van Jan Verwoerd, van Philips. Het was heel erg fijn om op hem te kunnen terugvallen. Hij heeft zelfs zijn vierdaagse MR-fysica-cursus bij ons in huis gegeven, in kleine stukjes. Tijdens de radiologieopleiding komen beeldvormende technieken wel aan bod, maar als je echt meer over de techniek wilt weten, dan moet je andere wegen bewandelen.”

Hoe zie jij het vak van radioloog in de toekomst?

“Het eerste spannende is dat de opleiding radiologie samengaat met nucleaire geneeskunde. Dat betekent dat de mensen die zich nu in een van de twee hebben gespecialiseerd, zich in de andere tak moeten verdiepen. Ik vind het een logische stap, zeker in het kader van oncologische beeldvorming, die meestal uit hybride technieken bestaat. Maar er is ook een risico: als je twee opleidingen van vijf jaar samen gaat voegen tot één opleiding, gaat er ergens kennis verloren.

 

Los hiervan gaat interventie een steeds grotere rol spelen. Ook op oncologisch gebied zijn er steeds meer minimaal invasieve ingrepen mogelijk die de radioloog zou kunnen uitvoeren. De radioloog is niet langer alleen diagnosticus, maar ook behandelaar.”

En welke belangrijkste veranderingen in de gezondheidszorg zie jij?

“Wat nu heel erg speelt is shared decision making: de patiënt speelt een centrale rol in de keuze voor zijn behandeling. Hij moet goed ingelicht worden over de verschillende mogelijkheden en de consequenties daarvan. Natuurlijk stuurt een advies van de arts hem in een bepaalde richting, maar dat advies is niet meer een mededeling waarin de specialist het voor het zeggen heeft. We willen van de patiënt weten wat hij wil. Ons onderzoek past wat dat betreft helemaal bij deze trend. Patiënten met endeldarmkanker krijgen na hun behandeling met chemo en bestraling de keuze: een operatie voor de zekerheid of afwachten wat er gebeurt.”

Lees meer over onze radiologieoplossingen.

Radiologie