Contra-indicaties voor Lumea

 

Ondanks dat we onze Lumea geweldig vinden, is het apparaat helaas niet geschikt voor iedereen. Er zijn een aantal situaties waarin Lumea niet gebruikt zou moeten worden. Hieronder vind je een aantal algemene voorwaarden, en meer specifiek medicaties en aandoeningen die niet samengaan met IPL. Ook zijn er een aantal huidcondities die vragen om extra aandacht en als laatste zijn er een aantal gebieden die niet behandelen kunnen worden.

Algemene voorwaarden

 

  • Gebruik het apparaat nooit als u huidtype VI hebt (u verbrandt zelden of nooit, zeer donkere bruining). In dit geval loopt u een groot risico om huidreacties zoals hyperpigmentatie en hypopigmentatie, roodheid of brandwonden te ontwikkelen.
  • Gebruik het apparaat nooit als u zwanger bent of borstvoeding geeft omdat het apparaat niet is getest op zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven.
  • Gebruik het apparaat nooit als u een actief implantaat hebt, zoals een pacemaker, neurostimulator of insulinepomp.

 

Medicatie/geschiedenis

 

Gebruik het apparaat nooit als u een van de hieronder genoemde medicaties gebruikt:

  • Als uw huid momenteel wordt behandeld met of in de afgelopen drie weken is behandeld met alfa-hydroxyzuren (AHA's), bètahydroxyzuren (BHA's), op de huid aangebrachte isotretinoïne en azelaïnezuur.
  • Als u in de afgelopen zes maanden een vorm van isotretinoïne Accutane of Roaccutance hebt ingenomen. Deze behandeling kan de gevoeligheid van de huid voor scheuren, wonden en irritaties verhogen.
  • Als u middelen of medicijnen gebruikt die de lichtgevoeligheid verhogen. Lees in dat geval de bijsluiter en gebruik het apparaat niet als er staat dat het medicijn fotoallergische of fototoxische reacties kan veroorzaken of dat u zonlicht moet vermijden wanneer u het medicijn gebruikt.
  • Als u antistollingsmiddelen gebruikt (bijvoorbeeld hoge doses aspirine), op zodanige wijze dat een uitwasperiode van 1 week voorafgaand aan elke behandeling niet mogelijk is.

 

Gebruik het apparaat nooit in de volgende omstandigheden:

  • Als u in de afgelopen drie maanden stralingstherapie of chemotherapie hebt ondergaan.
  • Als u pijnstillers inneemt die de gevoeligheid van de huid voor warmte verminderen.
  • Als u immunosuppressieve medicatie neemt.
  • Als u in de afgelopen drie weken bent geopereerd in de te behandelen gebieden.

 

Ziekten/aandoeningen

 

Gebruik het apparaat nooit in de volgende omstandigheden:

  • Als u diabetes of een andere systemische ziekte of stofwisselingsziekte hebt.
  • Als u lijdt aan congestieve hartinsufficiëntie.
  • Als u een ziekte hebt die verband houdt met lichtgevoeligheid, zoals polymorfe lichteruptie (PMLE), zonne-urticaria, porfyrie enzovoort.
  • Als u in het verleden bent behandeld voor een collageenaandoening, bijvoorbeeld de vorming van een keloïdlitteken of slecht genezende wonden. - Als u lijdt aan epilepsie met overgevoeligheid voor lichtflitsen.
  • Als uw huid gevoelig is voor licht en u snel uitslag of een allergische reactie krijgt.
  • Als u een huidaandoening hebt zoals een actieve vorm van huidkanker, of als u in het verleden huidkanker of een andere vorm van kanker hebt gehad in de te behandelen gebieden.
  • Als u in het verleden bent behandeld voor een vasculaire aandoening, bijvoorbeeld de aanwezigheid van spataderen of vasculaire ectasie in de gebieden die worden behandeld.
  • Als u aan een bloedingsstoornis lijdt.
  • Als u in het verleden voor immuniteitsaandoeningen bent behandeld (waaronder Hiv-infectie of aids).


Huidconditie

Gebruik het apparaat nooit in de volgende omstandigheden:

  • Als u infecties, eczeem, brandwonden, ontstoken haarzakjes, snijwonden, schaafwonden, herpes simplex (koortslip), wonden of laesies en hematomen hebt in de te behandelen gebieden.
  • Op geïrriteerde huid (rood of met snijwondjes) of op door de zonverbrande, onlangs gebruinde of kunstmatig gebruinde huid.
  • Op de volgende gebieden: Op moedervlekken, sproeten, grote aderen, gebieden met donkerder pigment, littekens, huidaandoeningen zonder uw huisarts te raadplegen. Dit kan leiden tot een brandwond en verandering van de huidskleur, waardoor het mogelijk lastiger wordt huidziekten te ontdekken.
  • Op de volgende gebieden: Op wratten, tatoeages of permanente make-up.

 

Locatie/gebieden

Gebruik het apparaat nooit op de volgende gebieden:

  • De huid rond de ogen en op of nabij de wenkbrauwen.
  • Op lippen, tepels, tepelhoven, binnenste schaamlippen, vagina, anus en de binnenkant van de neusgaten en oren.
  • Mannen mogen het apparaat niet gebruiken op het gezicht en de hals, waaronder alle gebieden met baardgroei, en de geslachtsdelen.
  • Op gebieden waar u langwerkende deodorant gebruikt. Dit kan leiden tot huidreacties.
  • Op of nabij kunstmatige objecten, zoals siliconenimplantaten, onderhuidse injectiepoorten (insulinepomp) of piercings.

    Opmerking: Deze lijst is niet uitputtend. Als u niet zeker weet of u het apparaat kunt gebruiken, raden we u aan uw arts te raadplegen.