Museum

Een terugblik op de expositie Vinyl!

Platenspelers, de swinging sixties en millennials: een terugblik op de expositie Vinyl!

 

Op Valentijnsdag 2019 was het zover. Philips-topman Hans de Jong en voormalig topman Jan Timmer legden een van Philips’ eerste vinylplaatjes op een grammofoonspeler en de succesvolle expositie Vinyl! was geopend. Inmiddels zijn we meer dan een jaar verder en staat het leven even stil. De expositie zou tot mei blijven, maar het museum is uiteraard gesloten in verband met de corona-crisis. Reden temeer voor een mooie terugblik met conservator Sergio Derks.

Voor veel bezoekers was Vinyl! een feest der herkenning. Van de originele, vaak zeldzame, platenhoezen tot de oranje pick-ups uit de jaren ’70: de tentoonstelling bracht de rijke muziekgeschiedenis van Philips tot leven. Sergio is er trots op dat het museum dit verhaal heeft kunnen vertellen: ‘Mensen realiseren zich het vaak niet, maar Philips was een gigantische speler in de platenindustrie. Niet alleen brachten wereldsterren hun muziek op Philips’ labels uit, ook bekende kunstenaars en fotografen, zoals Karel Appel, Paul Huf en Cornelis van Velzen, droegen hun steentje bij met artistieke en spraakmakende platenhoezen.’

Philips stond zo’n vijftig jaar aan de top van de platenindustrie. Hoe is dat zo gekomen?

 

‘De oorsprong ligt in 1930, toen Philips begon met het maken van elektrische grammofoons. Je kon via de radio of met een ingebouwde versterker platen beluisteren en het volume regelen. Heel modern in die tijd, want de meeste grammofoons waren voorzien van een grote toeter en een slinger om een veermechanisme op te winden. Frits Philips bedacht dat het slim zou zijn om ook in de muziekindustrie te duiken: als consumenten platenspelers kochten, moesten ze tenslotte ook wat te beluisteren hebben. In 1942 kreeg Philips eindelijk de kans om een kleine platenmaatschappij op te kopen en na de oorlog startten ze met een eigen label. De eerste jaren brachten ze nog 78-toeren-platen uit, maar vanaf 1951 stapten ze over op het innovatieve en onbreekbare vinyl.’

Op dat moment was de platenmaatschappij nog vrij klein. Wanneer kwam de omslag?

 

‘Dat was in 1952. In dat jaar sloten ze een deal met CBS Colombia, één van de grootste platenmaatschappijen van de Verenigde Staten. Dat was echt een klapper, want bij Colombia stonden niet de minsten in de artiestenstal te trappelen. Van Doris Day en Frank Sinatra tot Louis Armstrong en Miles Davis: al die grote sterren werden in Europa uitgebracht op het Philips-label. Waarom Colombia voor Philips koos? Philips had natuurlijk in veel landen verkoopmaatschappijen. Maar belangrijker was Philips’ innovatieve insteek. Philips stond open voor 33-toeren langspeelplaten op vinyl, een uitvinding van CBS Columbia. De meeste andere maatschappijen in Europa waren daar nog helemaal niet mee bezig. De concurrentie kreeg zo het nakijken.’

 

Wat was het effect van die samenwerking?

 

‘De naam was in één klap gevestigd en vanaf dat moment werd de muziekindustrie voor Philips echt booming business. Ze ontwikkelden steeds vooruitstrevender geluidsdragers en verbonden steeds meer grote artiesten aan hun label. In 1962 ging Colombia echter onder eigen naam muziek uitbrengen in Europa en moest Philips op zoek naar een nieuwe partner. Die vonden ze in Siemens, die met de labels Polydor en Deutsche Grammophon allerlei populaire bands en fameuze klassieke orkesten onder de hoede had. Weer tien jaar later ontstond uit die joint venture één van de grootste platenmaatschappijen ter wereld: PolyGram. Dat was echt een reus, met wereldsterren als The Who, Genesis, Jimi Hendrix en Dire Straits én met het grootste succes van de seventies: Saturday Night Fever, wat de discorage een gigantische zwengel gaf.’

Even terug naar de swinging sixties. Hoe zag de artiestenstal er toen uit? Zaten er ook controversiële artiesten bij het Philips-label?

 

‘In het begin van de jaren ’60 niet. Je moet niet vergeten dat de muziek de reputatie van Philips moest versterken, niet beschadigen. Nederlandse tienersterren, zoals Anneke Grönloh, Willeke Alberti en Rob de Nijs, waren dan ook weinig omstreden en maakten brave liedjes. Maar toen brak halverwege de jaren ’60 de rockrevolutie uit, met The Beatles en The Rolling Stones voorop. Haren werden langer, muziek werd harder en de tijdgeest werd rebelser. Niet iets wat per se bij het imago van Philips paste, maar jongeren doken wél massaal de platenwinkels in om singletjes te kopen. Philips ging dus toch op zoek naar artiesten die aansloten bij de tijd en vond die met wisselend succes in bands als Q65 en Cuby+ Blizzards. Vaak kwamen ze niet uit als Philips-plaat, maar onder een sublabel zoals Fontana, Decca of Vertigo. Opmerkelijk is overigens wel dat de eerste solo-lp van David Bowie uitkwam op Philips-label. Die zeldzame plaat is zeer gezocht bij verzamelaars.’

Heb je een voorbeeld van een nummer dat niet door de keuring kwam en op een sublabel moest worden uitgebracht?

 

‘Als je het over de sixties hebt, heb je het natuurlijk over de seksuele revolutie. En in het verlengde daarvan ligt het liedje ‘Je t’aime moi non plus’ van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Platen van Gainsbourg werden altijd onder het Philips-label uitgebracht, maar deze hijgplaat was toch echt een stap te ver. Het nummer is zelfs verboden geweest in verschillende landen en Philips wilde de goede reputatie niet op het spel zetten. Gainsbourgs plaat kwam dus uit op Fontana en groeide uit tot één van de grootste hits van de rebelse jaren ’60.’

Heb je nog een leuke anekdote uit die tijd?

 

‘Nou, het plaatje Satisfaction van The Rolling Stones had niet bestaan zonder Philips. Ja, laat dat even goed tot je doordringen. Op een avond zat Keith Richards, onder invloed van bepaalde middelen, nog een beetje te pingelen op zijn gitaar. Wat er toen gebeurde, heeft hij ook in zijn biografie opgenomen: ‘I wrote Satisfaction in my sleep. It's only thank God for the little Philips cassette player. I saw it was at the end. Then I pushed ‘rewind’ and there was Satisfaction…and forty minutes of me snoring.’ Die tekst hebben we uitvergroot opgehangen aan een museumwand en daaronder staat eenzelfde cassetterecordertje als waarop Richards het absolute doorbraaknummer van The Stones heeft opgenomen.’

In de jaren ’70 beleefde de platenindustrie gouden tijden, hoe was dat in de jaren ’80?

 

‘In die tijd was PolyGram volledig in handen van Philips, want Siemens was eruit gestapt. Maar begin jaren ’80 liep de platenverkoop sterk terug. Eigenlijk was het de cd, een uitvinding van Philips, die de muziekindustrie nieuw leven inblies. Vanaf 1982 kwam het kleine, zilveren schijfje op de markt en na een paar jaar kwam er een enorme respons van muziekliefhebbers die allemaal overstapten op de cd. In 1992 stopte Philips met het persen van platen en gingen ze volledig over op het maken van cd’s. In 1998 kwam er een herbezinning op de koers die het concern wilde varen. Toen besloot de directie om PolyGram te verkopen. Vandaag de dag valt het onder Universal.’

Inmiddels is het 2020 en is er al een paar jaar een opleving van de elpee gaande. Waarom denk je dat jongeren zich weer massaal op vinyl hebben gestort?

 

‘Ik zag die trend inderdaad ontstaan, ontzettend leuk. Zeker onder millennials zijn platen weer populair, vrienden van mijn kinderen hebben ook allemaal een pick-up en vragen voor hun verjaardag een elpee van hun favoriete band. Ik denk dat Jan Timmer gelijk had toen hij zei dat het hedendaagse downloaden en streamen erg abstract is. Als je veel van muziek houdt, wil je het kunnen vasthouden, net als een boek. Het moet tastbaar zijn. Ook het hele ritueel rondom een plaatje draaien is natuurlijk veel intiemer. Je kiest een plaatje uit, haalt hem uit de hoes, laat de naald erop zakken. Dat draagt allemaal bij aan de beleving.’

Wat waren voor jou de hoogtepunten van de expositie?

 

‘Allereerst dat we halverwege hebben besloten om de expositie uit te breiden met 25 meter vitrineruimte. Verder ben ik blij met alle zeldzame platenhoezen, zoals een bijzondere serie ontworpen door kunstenares Marte Röling. Zelf heb ik  een topstuk bemachtigd via Marktplaats, dat werd aangeboden met een ‘beschadigde en beschreven’ hoes. Omdat het zo’n zeldzaam exemplaar was, heb ik hem toch maar besteld. Bij het uitpakken bleek echter dat de ‘beschadiging’ bestond uit de originele handtekeningen van alle leden van Q65! Een ander kleinood, waar ik erg verguld mee was, is de Philips Philigram. Dat was het allereerste plaatje dat Philips in 1931 uitbracht en daarmee konden mensen thuis zelf opnames maken om ze dan op te sturen naar familie in Nederlands-Indië, bijvoorbeeld.’

Tot slot. Hoe kijk je terug op het afgelopen jaar en wat gaat er nog komen?

 

‘Ik ben heel trots op de expo. We hebben in 2019 een recordaantal van 95.000 bezoekers gehad en ik denk dat Vinyl! daar zeker aan bijgedragen heeft. Iedereen heeft wel wat met muziek en voor de één is plaatjes draaien een nostalgische herinnering en voor de ander is het een nieuwe ontdekking. Het verbindt en dat vind ik zo mooi.

Waarschijnlijk is Vinyl! al weg wanneer het museum weer opengaat. Het is natuurlijk jammer dat de expositie met stille trom vertrekt, maar we moeten ons allemaal schikken in deze nieuwe realiteit. En uiteindelijk is het een luxeprobleem, natuurlijk. Leven en gezondheid gaan voor alles. Laten we hopen dat corona niet al te lang om zich heen slaat. En dat we elkaar over een tijdje weer in goede gezondheid mogen ontmoeten.’

Vinyl! zou nog tot en met 10 mei in het Philips Museum te zien zijn. Daarna maakt de expositieruimte voor een nieuwe tentoonstelling over de relatie tussen PSV en Philips: Eendracht maakt macht.