Museum

Jan Zwartendijks verhaal móesten we vertellen

‘Jan Zwartendijks verhaal móesten we vertellen’

Een expositie, een boek, een monument, maar vooral een verhaal dat niet vergeten mag worden.


De naam Jan Zwartendijk zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar ‘Mister Radio Philips’ redde tijdens de Tweede Wereldoorlog duizenden Joden door hen een ‘vals’ visum te verstrekken. Met de expositie Visas to freedom,  wil het Philips Museum zijn bijzondere verhaal levend houden. Olga Coolen, directeur van het museum, vertelt erover.

Een paar inktpotten, een echte radio uit die tijd, wat originele documenten en brieven en de Yad Vashem-onderscheiding die Jan Zwartendijk na zijn dood heeft ontvangen. De expositie is niet per se groot, maar hij dreunte wel na door de indrukwekkende geschiedenis van deze verzetsheld en de mensen die hij van een wisse dood redde. Ook de verhalen van drie overlevenden, vastgelegd in podcasts, brengen de geschiedenis op ontroerende wijze tot leven. Het Philips Museum heeft inmiddels een minicollege van een half uur ontwikkeld, zodat het verhaal verteld kan blijven worden: ook als de expositie weg is.
AntonKotte

Ratten in de val

Dat Jan Zwartendijk dit verdient, staat voor Olga als een paal boven water. Toen Litouwen in voorjaar 1940 overspoeld werd door het Rode Leger, werd deze vestigingsdirecteur van een Philips-radiofabriek in Kaunas benaderd door de Nederlandse  ambassadeur in Letland: of hij tijdelijk de functie van honorair consul op zich wilde nemen. Zwartendijk accepteerde, vanuit de gedachte dat er vast maar een handjevol Nederlanders zou zijn dat hij moest helpen het land te verlaten.

 

Maar toen liep hij Nathan Gutwirth tegen het lijf, een Joodse Nederlander met wie hij wel eens kranten en voetbalverslagen uitwisselde. ‘Nathan vertelde hem dat veel Joodse kennissen het land wilden verlaten, maar nergens meer naartoe konden omdat omliggende landen de grenzen hadden gesloten voor vluchtelingen’, vertelt Olga. ‘De mensen zaten als ratten in de val en waren, ironisch genoeg, banger voor de communistische Russen dan voor de Duitsers. Dat was immers een ‘beschaafd volk’, daar hoefde je niet veel onheil van te verwachten.’

Leven op het spel

De vluchtroute die Zwartendijk en Gutwirth bedachten liep via de Trans-Siberië Express naar Vladivostok en vandaar naar Japan. Vanuit Japan zouden vluchtelingen dan de oversteek naar Curaçao maken, wat het eindstation van de route zou zijn. ‘Dagenlang schreef Jan visa uit, lange rijen mensen stonden voor zijn kantoor aan de Vrijheidslaan in Kaunas, waar nu een monument is geplaatst om hem te eren. Hij verstrekte minstens 2139 visa, maar het aantal geredde mensen ligt veel hoger, omdat kinderen meereisden met hun ouders en veel visa illegaal werden gekopieerd. Ook na sluiting van het consulaat ging Jan door met het uitschrijven van visa, zoals Jan Brokken ontdekte tijdens het schrijven van zijn boek ‘De rechtvaardigen’. Daarmee zette hij zijn eigen leven op het spel, om zoveel mogelijk anderen te redden.’

Duizenden overlevenden

Uiteindelijk werd het ook Zwartendijk te heet onder de voeten en keerde hij terug naar Nederland, waar hij nog vier jaar moest vrezen dat de nazi’s hem zouden oppakken vanwege zijn activiteiten in Litouwen. Na de oorlog werd hij getrakteerd op een reprimande uit naam van minister Luns omdat hij de visa vervalst had: voor toegang tot Curaçao had je toestemming van de gouverneur nodig en die zin had Zwartendijk slim achterwege gelaten. Een lintje zat er dus niet in, al hebben zijn nabestaanden in 2018 wel officieel excuses van het ministerie van Buitenlandse Zaken gekregen.

 

Toch is dat niet wat Zwartendijk de rest van zijn leven dwars heeft gezeten. Wat hem écht kwelde, was de onzekerheid over het lot van de duizenden mensen die hij een visum had verstrekt. ‘Jan had geen idee of hij al die mensen onbedoeld de dood in had gejaagd’, vertelt Olga. ‘In 1976 overleed hij en het tragische is dat een week na zijn dood een bericht binnenkwam van het Holocaust Research Center. Daarin stond dat 95 procent van ‘Jans vluchtelingen’ de oorlog hadden overleefd. Van 3080 mensen zijn de namen bekend, maar het Wiesenthal Centrum heeft berekend dat zeker zesduizend Joden dankzij Zwartendijks visa zijn gered.’

Japanse lente

Een van die overlevenden was Abraham Liwer, de Joodse eigenaar van een fietsfabriek die door de communisten als kapitalist werd beschouwd. Toen hij tijdens zijn vlucht aankwam in Vladivostok, ontdekte hij dat zijn vrouw en dochter waren opgesloten in een Siberisch werkkamp. Wekenlang praatte hij als Brugman, maar uiteindelijk kreeg hij het voor elkaar dat de plaatselijke autoriteiten een brief naar Moskou schreven en zijn vrouw en dochter werden vrijgelaten. Een andere overlevende was Marcel Weijland, een destijds twaalfjarige jongen. Na de vlucht uit Polen in september 1939 kwam zijn familie in juni 1940 in contact met Jan Zwartendijk.

 

Voor de expositie zocht Olga zelf contact met 91-jarige Weijland. ‘Wat mij zo trof aan zijn verhaal, was dat hij een heel gewoon kind was, dat zelfs met nostalgie terug kon kijken op die vreselijke tijd. Zo herinnerde hij zich zijn verwondering over de Japanse lente, met al die kersenbloesems. En het plezier dat hij had op een tijdelijke school in Vilnius. Na de aanval op Pearl Harbour kwam Marcel met zijn familie in een Japans kamp terecht en in 1946 stapte hij eindelijk op de boot naar Sydney, waar hij altijd is gebleven.’

Ontroerende ontmoeting

Olga ontmoette meer mensen die hun leven, direct of indirect, aan Zwartendijk te danken hadden. Zo zat ze tijdens een vlucht naar Litouwen, waar een monument voor Zwartendijk onthuld zou worden, naast een vrouw die de kleindochter van Abraham Liwer bleek te zijn. De vrouw was net gepensioneerd en was voor het eerst in haar familiegeschiedenis gedoken. En toen Olga in Kaunas aankwam, waren daar ook Jans kinderen en Marcel Weijland, de man die zich als kind zo verwonderde over de Japanse lentebloesem.

 

‘Die ontmoeting was zo ontroerend. Hij, als representant van alle overlevenden. En zij, de kinderen van de verzetsheld. Ze zaten heel dicht bij elkaar, hielden elkaars handen vast en de diepe dankbaarheid was gewoon voelbaar. Dat was echt kippenvel, ik was daar natuurlijk volstrekt niet meer aanwezig. Alles draaide om hen en om het verleden dat weer heel eventjes tastbaar werd. Dat heeft mij erg geraakt.’

Stukje Philips-geschiedenis

De ontmoeting in Kaunas was voor Olga een bevestiging dat Visas to freedom er moest komen. ‘Met de expositie wilde ik het verhaal dichtbij halen. Ik ben blij met de vorm waarin we het gegoten hebben. Vooral de getuigenissen van de overlevenden op de podcasts raken me nog steeds diep. Het mooie is dat er in Eindhoven, een lichtmonument komt voor Jan en alle verzetshelden. Het blijft een stukje Philips-geschiedenis. Natuurlijk heeft Philips die duizenden mensenlevens niet gered, maar Jan is wel de boeken ingegaan als Mister Philips Radio. Dat hij zo moedig en onbaatzuchtig is geweest, blijft iets om trots op te zijn. Zijn verhaal moesten we vertellen.’

Delen