jul 10, 2026 | 5 minuten leestijd
Sommige mensen zien een wetenschappelijke ontdekking, veelbelovende technologie of briljant idee als de innovatie zelf. Voor Betsabeh Madani-Herman, Global Head of Research bij Philips, is dat slechts het begin. De echte uitdaging ligt in alles wat daarna komt: wetenschappelijke kennis vertalen naar engineering, engineering naar producten en producten naar betekenisvolle maatschappelijke impact.

Dat was de centrale boodschap van haar fireside chat tijdens Holst Innovation Day, waar Holst Centre zijn twintigjarig bestaan vierde. Terugkijkend op twee decennia van open innovatie stond voor haar één vraag centraal: hoe zorgen we ervoor dat uitstekende wetenschap uiteindelijk ook wereldwijd impact maakt?
Volgens Betsabeh is technische excellentie alleen niet voldoende. “Technical brilliance without the rigor to bring it to scale is an intellectual achievement, not an industrial one.” Die filosofie past naadloos bij Holst Centre. Het onderzoekscentrum, vernoemd naar Gilles Holst, de eerste directeur van Philips Research, bouwt voort op een traditie waarin wetenschappelijke excellentie uiteindelijk maatschappelijke waarde moet creëren.
Twintig jaar geleden gaven Philips, imec en TNO diezelfde gedachte vorm met de oprichting van Holst Centre. Hun uitgangspunt was eenvoudig: sommige technologische uitdagingen waren te complex geworden voor één organisatie om alleen op te lossen. Door industrie, kennisinstellingen en publieke onderzoeksorganisaties samen te brengen rond gedeelde technologieplatformen ontstond een omgeving waarin kennis zich vrijer kon bewegen en innovatie gezamenlijk kon plaatsvinden.
Terugkijkend noemt Betsabeh die keuze opmerkelijk vooruitziend. De uitdagingen waar de samenleving vandaag voor staat, van gezondheidszorg tot kunstmatige intelligentie en halfgeleidertechnologie, maken die onderliggende gedachte volgens haar alleen maar relevanter.
Betsabeh ziet innovatie niet als een moment van inspiratie of één grote doorbraak. Ze beschrijft innovatie als “a chain of translation”, waarbij iedere stap afhankelijk is van een succesvolle overgang naar de volgende.
Betsabeh: “To some, innovation is seen as a single event. To me, it’s a chain of translation, from basic sciences like physics and biology to engineering, from engineering to products, and from products to impact.”
Dat onderscheid is belangrijk, omdat iedere overgang nieuwe onzekerheden met zich meebrengt. Een veelbelovend prototype kan vastlopen omdat een toeleveringsketen nog niet klaar is om op te schalen. Een technisch elegante oplossing kan mislukken omdat gebruikers nog niet bereid zijn hun gedrag aan te passen.
Volgens Betsabeh zijn juist die overgangsmomenten bepalend voor het succes of falen van innovatie. Die manier van denken loopt ook als een rode draad door haar eigen loopbaan. Ze begon als natuurkundige, werkte vervolgens in de astrofysica en biochemie en bouwde daarna een carrière op in ondernemerschap, venture capital, bedrijfsvoering en innovatie.
Wanneer ze terugkijkt, ziet ze één constante: “I have a passion for scientific discovery, and I find it inspiring when innovation leaves the lab and makes it to the real world.”
Het meest inspirerende moment is voor haar wanneer een ingewikkeld wetenschappelijk vraagstuk verandert in een technische mogelijkheid, en uiteindelijk uitgroeit tot een oplossing die maatschappelijke impact heeft.
Wie innovatie ziet als een keten van vertalingen, kijkt automatisch anders naar samenwerking. Geen enkele organisatie beheerst immers alle stappen tussen wetenschappelijke ontdekking en maatschappelijke impact. Succes hangt af van het vermogen van verschillende partijen om gezamenlijk vooruit te bewegen.
Betsabeh noemt professor Ron Adner van de Tuck School of Business, en diens boek The Wide Lens, als een belangrijke inspiratiebron voor haar visie op ecosystemen. Een organisatie kan haar eigen innovatie perfect uitvoeren, maar toch vastlopen wanneer leveranciers niet kunnen opschalen, regelgeving achterblijft, aanvullende technologieën ontbreken, partners niet zijn aangehaakt of klanten nog niet klaar zijn voor een nieuwe manier van werken.
Zoals Betsabeh het zelf verwoordt: “Complex innovation increasingly depends on networks rather than individual organizations.”
Juist daarom blijft Holst Centre volgens haar zo relevant. Het laat zien dat sommige van de meest complexe maatschappelijke uitdagingen sneller kunnen worden opgelost wanneer bedrijven, universiteiten en publieke partners samenwerken in plaats van afzonderlijk opereren.
Het verklaart ook waarom Brainport internationaal zoveel aandacht krijgt. Over de hele wereld proberen regio’s het succes van Brainport te evenaren door te investeren in infrastructuur, talent en technologie. Volgens Betsabeh ligt de werkelijke kracht echter ergens anders: in een cultuur die is gebouwd op vertrouwen, langdurige samenwerking en de gezamenlijke ambitie om complexe problemen op te lossen.
Diezelfde filosofie zie je terug in de manier waarop Betsabeh onderzoek binnen Philips organiseert.
Enerzijds zijn er de Breakthrough Innovation-programma’s, waarin onderzoekers, engineers, strategen en business leaders samenwerken aan een beperkt aantal langetermijninitiatieven met grote potentiële impact. Daarnaast zijn er Exploratory Innovation-programma’s, waarin teams in een vroeg stadium kritische aannames toetsen voordat grotere investeringen worden gedaan.
Hoewel beide programma’s verschillen in looptijd en omvang, delen ze dezelfde discipline. Beslissingen worden genomen op basis van vooraf vastgestelde mijlpalen. Investeringen worden gefaseerd vrijgegeven. En aan het begin van ieder project voeren teams een zogenoemde pre-mortem uit: een oefening waarin zij vooraf onderzoeken waardoor een project zou kunnen mislukken, zodat betere beslissingen kunnen worden genomen.
“The objective is not simply to create more ideas. It is to identify those ideas that are capable of making the full journey from science to broad impact”, legt ze uit.
Diezelfde gedachte vormde ook de basis voor een van Betsabehs eerste initiatieven als Head of Research: het Philips R&D Leader Forum. Ze zag dat verschillende onderzoeksteams vaak vergelijkbare uitdagingen oplosten zonder te weten dat collega’s elders in de organisatie al tegen dezelfde vragen waren aangelopen.
Tegenwoordig komen onderzoeksleiders uit heel Philips iedere vijf tot acht weken bijeen onder de Chatham House Rule om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Of zij nu werken aan MRI, patiëntmonitoring, mondzorg of AI, veel onderliggende vraagstukken blijken verrassend vergelijkbaar. Data, regelgeving, cybersecurity, kwaliteitssystemen, gebruiksvriendelijkheid en adoptie spelen overal een rol. Volgens Betsabeh versnelt innovatie wanneer kennis zich net zo vrij kan bewegen als technologie.
Twintig jaar na de oprichting van Holst Centre ziet Betsabeh meer continuïteit dan verandering.
“Technologie ontwikkelt zich. Markten veranderen. Wetenschappelijke disciplines groeien steeds verder naar elkaar toe. Toch blijven de fundamenten van succesvolle innovatie volgens haar opmerkelijk constant: uitstekende wetenschap, getalenteerde mensen, sterke partnerschappen en de bereidheid om te investeren in uitdagingen die geen enkele organisatie alleen kan oplossen”, zei ze.
Diezelfde principes vormden ruim een eeuw geleden de basis van Philips Research onder Gilles Holst. Ze lagen twintig jaar geleden aan de basis van de oprichting van Holst Centre. En volgens Betsabeh bepalen ze nog altijd hoe Philips naar innovatie kijkt. “Every generation inherits something valuable from those who came before it. Our responsibility is to build on it thoughtfully and ensure it remains relevant for the future”, gaf ze de zaal mee.