Uitgeklust

25 september, 2017

Een fors postuur en een scherpe kin door een overdosis adrenaline op te jonge leeftijd. Heimelijk waren we allemaal jaloers op Harrie. Op z’n 15e reed hij al brommer, de mooiste banga-meisjes achterop. Als bassist in een rockbandje zat hij ’s ochtends, na een weer uitgelopen repetitie, lijkbleek onderuitgezakt achterin de klas. In de disco stond hij bekend om zijn jovialiteit, aan geld nooit gebrek. Hij kluste regelmatig bij een aannemer, waar alles contant én belastingvrij werd afgerekend. Daar kon ik met mijn bescheiden zakgeld niet tegenop. Harrie belandde uiteindelijk via Havo en Mavo op de ambachtsschool, de LTS.

 

Laatst, bij een voetbalwedstrijd, zag ik hem weer. Ik was net afgestudeerd en had 30 mille studieschuld opgebouwd. Harrie, zo vertelde hij terwijl ik een biertje kreeg, had ondertussen een vrouw, villa en zwembad. Een tweede biertje volgde en hij vertelde over zijn werk in de bouw.  Overdag rustig aan de gang voor de baas; altijd minimaal twee of drie klussen tegelijkertijd, dat voorkwam controle en werkdruk. Soms deed hij in de bus een middagdutje, nadat hij een bal-met-friet bij Judith in de Bestaria had gehaald. Elke namiddag zat hij stipt om half vijf thuis achter de aardappels, om rond vijf uur weer in de bus te stappen. Dan pakte hij stevig door, werd er flink gezweet en niet zelden kwam hij pas tegen middernacht thuis.

 

Er waren weken dat hij meer dan 30 uur bijkluste. Vroeg op, ontbijten op locatie en snel avondeten; zijn vrouw zag hem weinig, maar klaagde niet. Want de opbrengsten werden elke zaterdag in de plaatselijke economie gepompt. Geld vergoedt veel en zijn vrouw zag er altijd goed gekleed en naturel-blond uit. Nog een biertje, Frank?

 

Toen ze pas getrouwd waren – hij werd ongepland iets te vroeg vader – was hun inkomen prima en elk jaar iets beter. ’s Zomers zes weken met de caravan naar Spanje, een weekje wintersport in Oostenrijk en in de meivakantie nog even naar de zon. Maar ergens tegen zijn 30ste merkte hij – of beter: zijn vrouw – dat het inkomen niet meer steeg; Harrie zat aan zijn plafond. Zijn werktempo lag te laag, jonge collega’s deden meer vierkante meters in minder tijd. Hij was gedwongen om zich vaker ziek te melden om het inkomensverlies met extra klusjes op te vangen. De eerste lichamelijke ongemakken dienden zich toen al aan.

 

Vroeger was er een nette oplossing voor bouwvakkers: ergens rond je 40ste liet je je afkeuren, vertelde hij bij het volgende biertje. Met behoud van je oude inkomen kon je dan stevig bijklussen. Maar Harrie voelt zich nu gepakt door politici die hem dwingen tot zijn 67ste door te werken en die toestaan dat Oost-Europeanen met onmogelijke prijzen de markt verpesten. Zijn uurtarief is dit jaar meer dan gehalveerd, maar toch kreeg ik nog een laatste biertje.

 

Terwijl hij naar het sfeervak strompelt, kijk ik hem na. Vanaf de middelbare school heeft deze krachtpatser een inkomensvoorsprong van minimaal twee ton netto op mij genomen. Maar nu heb ik hem in het vizier, ik word de jager en hij mijn prooi. Binnen zeven jaar kan ik hem ingehaald hebben, dan zijn alle ontberingen én onthoudingen niet voor niets geweest! Ik verheug me er nu al op om Harrie weer te ontmoeten. Proost!

Ervaringen met het WGP, door Frank Visser