WGP

Jobcarving

14 mei 2018  

Mijn job is gecarft of gecarved; ik weet niet hoe je dat schrijft. Maar wat ermee bedoeld wordt, snap ik inmiddels wel zo’n beetje. Zes maanden geleden legde een vrouw met grote borsten het allemaal uit. En ik moet zeggen: het klonk erg begrijpelijk. Mijn vier collega’s en ik zouden alleen nog maar de leuke taken hoeven te doen; de vervelende klussen zouden we kwijtraken. Door die op één hoop te gooien, zou er werk ontstaan voor mensen-die-niet-helemaal-goed-zijn.

 

In het begin ging het best goed, dat samen optrekken met de mensen-die-niet-helemaal-goed-zijn. Maar na een paar weken begonnen hun luidruchtige manier van doen, hun oeverloze conversaties en vrijpostige gedrag toch wel te irriteren. Een iets ander arbeidsethos, zeg maar. En dat niet alleen: van de ene dag op de andere hoefde ik mijn dagelijkse loopje naar de postkamer aan de andere kant van het complex niet meer te maken. De koffie moesten we niet meer halen bij de automaat, maar werd ons op gezette tijden aan onze bureaus gebracht. En ook mijn wekelijkse autoritje naar het hoofdkantoor werd geschrapt: voortaan brachten de mensen-die-niet-helemaal-goed-zijn mijn prototypes daar naartoe. Jammer, want het was altijd leuk om even met Bianca bij te praten. Maar ja, het scheelde een dagdeel in de week, dus daar worden we alleen maar beter van.

 

Vorige maand vertelde onze directeur dat ons team met één FTE moet inkrimpen. Het zou niets te maken hebben met het carven van mijn job, maar ik geloof het niet allemaal. Want sinds de mensen-die-niet-helemaal-goed-zijn allerlei taken van ons hebben overgenomen, hebben wij minder te doen. Ik ben maar een gewone Brabantse jongen, maar ik zie ook wel dat ons team minder werk heeft en dat wat is overgebleven best met een persoon minder gedaan kan worden.

 

Het gaat niet goed met mij; volgens de bedrijfsarts heb ik een stevige burn-out.  Sinds vorige maand slaap ik slecht, kan ik me moeilijk concentreren en heb ik een kort lontje. En ik woon sinds kort in een flatje, want de situatie thuis liep uit de hand. Eigenlijk mis ik al die (bij)zaken die nu gedaan worden door de mensen-die-niet-helemaal-goed-zijn. Die gaven structuur aan mijn week en waren een mooie afleiding tussen het drukke dagelijkse werk door. Nu heb ik het gevoel dat de boog altijd gespannen staat en ik constant op mijn tenen moet lopen.

 

De bedrijfsarts sprak over een poortwachter, dat begreep ik niet helemaal. Maar het komt erop neer dat ik binnenkort het werk zou mogen doen dat nu de mensen-die-niet-helemaal-goed-zijn doen. Nou ja, eigenlijk was dat onderdeel van mijn oorspronkelijke werk, maar omdat ik nu zelf even de weg kwijt ben, mag ik dat samen doen met de mensen-die-niet-helemaal-goed-zijn. En als het goed met mij gaat, mag ik na mijn ontslag misschien blijven en kan ik, samen met mijn nieuwe collega’s, die dus niet-helemaal-goed-zijn, toch blijven werken bij de mensen die wél goed zijn. Misschien zie ik de mevrouw met de grote borsten dan ook weer. Dat zou mooi zijn, dan is de cirkel weer rond.

 

* Het Engelse woord (to) carve betekent beitelen, beeldhouwen, uithakken. Onder jobcarving wordt een verandering van de functieomschrijving verstaan, zodanig dat kerntaken en (bij)taken worden gescheiden. Door het stapelen van de (bij)zaken kunnen dan nieuwe functies worden gecreëerd.

Ervaringen met het WGP, door Frank Visser