Richtlijnen Algemene Gedragscode ('GBP') |
| | 1. Normen voor arbeid en mensenrechten |
| 1.1 Algemene verklaring ten aanzien van ILO-Conventies
De Conventies van de International Labour Organization (ILO) zijn gericht aan de lidstaten van de ILO en niet aan individuen of bedrijven. Philips onderschrijft de doelstelling van de ILO om te komen tot universeel aanvaarde normen voor arbeid. Philips heeft interne procedures en richtlijnen vastgesteld met betrekking tot de onderwerpen die door de zeven Fundamentele ILO-Conventies bestreken worden, zoals dwangarbeid, het recht op organisatie, collectieve onderhandeling, discriminatie en kinderarbeid.
1.2 Algemene verklaring ten aanzien van de Global Compact van de VN
Philips onderschrijft de doelstelling van de Global Compact van de VN om te komen tot een meer duurzame en 'inclusieve' wereldeconomie. Philips heeft interne procedures en richtlijnen vastgesteld met betrekking tot de door de Global Compact bestreken onderwerpen, die verband houden met de mensenrechten, normen voor arbeid, milieubescherming en corruptiebestrijding.
1.3 Gedrag van leveranciers en zakenpartners
Philips verwacht van zijn leveranciers en zakenpartners dat zij eerlijk en integer handelen jegens hun 'stakeholders', zich houden aan de rechtsregels die gelden in de landen waarin zij opereren en de internationaal erkende mensenrechten - binnen de legitieme rol die bedrijven daarbij spelen - onderschrijven en respecteren, en zich derhalve niet schuldig maken aan misbruik daarvan.
1.4 Dwangarbeid
In geen geval zal Philips gebruik maken van dwangarbeid of gedwongen arbeid - zoals dwangarbeid die verricht wordt door in een instelling geplaatste personen, of verplichte arbeid, met inbegrip van arbeid als middel tot politieke dwang of heropvoeding - om producten van Philips te vervaardigen of te assembleren.
Tenzij dit op grond van de lokale wetgeving verplicht is, zijn Philips-werknemers niet verplicht tot het storten van waarborgsommen of het afgeven van originele, door de autoriteiten uitgevaardigde legitimatiebewijzen, paspoorten of werkvergunningen als voorwaarde voor indienstneming. Behoudens de vereisten van de lokale wetgeving staat het werknemers vrij om hun dienstverband met Philips met inachtneming van een redelijke opzegtermijn te beëindigen.
1.5 Kinderarbeid
Philips zal niet in strijd met conventies 138 en 182 van de ILO kinderen in dienst hebben.
|
| 2. Zaken doen in landen waarvoor restricties gelden |
| Philips houdt zich aan de restrictieregels die gepubliceerd zijn door de VN, de OVSE, de EU, de VS en de interne regels van Philips overeenkomstig Philips' beleid inzake exportcontroles. Bij het aangaan van een zakelijke relatie moet gecontroleerd worden of het 'verboden landen' en 'betrokken partijen' betreft met gebruikmaking van de lijsten die gepubliceerd zijn op de website van Corporate Export Controls (pww.export-control.corp.philips.com). Daarnaast moet contact worden opgenomen met de General Business Principles Review Committee voor nader advies wanneer de mogelijkheid bestaat dat in de toekomst zaken worden gedaan in landen waarvan vermoed wordt dat de mensenrechten aldaar geschonden worden.
|
| | 3.1 Algemeen
Zakelijke beslissingen worden uitsluitend genomen op basis van de voordelen voor Philips, en niet op basis van de mogelijkheid van persoonlijk voordeel in het verleden of in de toekomst. Philips mag zakelijke gunsten verlenen en accepteren voor het versterken en opbouwen van legitieme zakelijke relaties. Omdat persoonlijke gunsten en geschenken echter een negatieve invloed op zakelijke relaties kunnen hebben, mag hier niet om worden gevraagd en mogen deze niet worden gegeven in omstandigheden waarin de integriteit van zakelijke beslissingen in het gevaar kan komen of de schijn van ongepastheid kan worden gewekt. Het accepteren of aanbieden van geschenken en gunsten is slechts toegestaan indien dit in overeenstemming met de Richtlijnen van de Algemene Gedragscode geschiedt. Eventuele vragen over geschenken of gunsten dienen te worden besproken met de GBP Compliance Officer.
3.2 Geschenken aan externe partijen
Geschenken aan externe partijen (met inbegrip van uitnodigingen voor sportevenementen of andere evenementen als gast van Philips) mogen slechts worden gegeven als beleefdheidsbetuiging, en op voorwaarde dat een dergelijke praktijk zowel lokaal als in de betreffende sector als teken van waardering geaccepteerd wordt en dat de toepasselijke wetgeving hierdoor niet wordt overtreden. Geschenken mogen niet in de vorm van contant geld worden gegeven. Voorts mag de waarde van het geschenk niet zodanig zijn dat het op een zakelijke beslissing van invloed kan zijn en/of tot een afhankelijkheidsrelatie kan leiden of de schijn van ongepastheid kan wekken. Alle gegeven geschenken met een waarde van meer dan EUR 200 in het geval van Philips producten, of EUR 100 in het geval van andere producten, moeten op een nauwkeurige en volledige wijze door de persoon/Philips afdeling die de geschenken autoriseerde te worden geregistreerd in het Philips Gift Registration Tool.
Voorts gelden de volgende richtlijnen voor het geven van geschenken:
- Het is verboden om persoonlijke financiële hulp van welke aard dan ook te verstrekken aan een klant of andere zakenrelatie.
- Betalingen met een waarde van meer dan EUR 200 voor grensoverschrijdende reizen en/of overnachtingen moeten door de persoon/Philips afdeling die de betreffende betaling autoriseerde te worden geregistreerd in het Philips Gift Registration Tool.
- Alle verkoopacties gericht op het verkooppersoneel van onze distributiekanalen ter rechtstreekse stimulering van de verkoop van Philips producten, moeten vooraf door landelijke toezichthouder (hierna "Country Compliance Officer") of landen jurist worden beoordeeld.
3.3 Geschenken van externe derden
Het is niet toegestaan om geschenken of persoonlijke gunsten met een commerciële waarde te accepteren. Over het algemeen mag een niet uit contant geld bestaand geschenk (met een maximale waarde van EUR 50) worden geaccepteerd wanneer het vrijwillig wordt gegeven en het redelijkerwijs niet waarschijnlijk is dat het geschenk het oordeel of de handelingen van een Philips-werknemer in de uitoefening van zijn/haar werk voor Philips beïnvloedt. Wanneer het onbeleefd zou zijn om het geschenk te weigeren, dient het onmiddellijk aan de GBP Compliance Officer' te worden overhandigd. Philips geeft dit soort geschenken meestal aan liefdadigheidsinstellingen.
Voorts gelden de volgende richtlijnen met betrekking tot het ontvangen van geschenken:
- Persoonlijke financiële hulp van welke aard dan ook, die verstrekt wordt door een leverancier of andere zakenrelatie, anders dan een financiële instelling die in het kader van haar normale bedrijfsuitoefening handelt, is verboden.
- Het bijwonen van sportevenementen en andere evenementen als gast van een zakenrelatie is maximaal twee keer per jaar per zakenrelatie toegestaan.
- Het is niet toegestaan om reis- en overnachtingskosten door derden, zoals (potentiële) leveranciers, te laten betalen.
|
| 4. Betrokkenheid buiten Philips |
| 4.1 Philips verwacht van zijn werknemers dat zij hun werk met volledige inzet verrichten en eventuele (mogelijke) belangentegenstellingen tussen hun persoonlijke en zakelijke activiteiten en financiële belangen en hun werk voor Philips vermijden. Betrokkenheid buiten Philips en financiële belangen (hetzij direct, hetzij indirect, zoals via een familielid of vriend/kennis) die aanleiding zouden kunnen geven tot een belangenverstrengeling dienen altijd onmiddellijk schriftelijk bij uw afdelingsleiding en de respectieve GBP Compliance Officer te worden gemeld. De GBP Compliance Officer zal vervolgens uw afdelingsleiding adviseren of er sprake is van een belangenverstrengeling.
4.2 De financiële beloning die ontvangen wordt voor aan derden verleende diensten moet aan Philips worden afgedragen. Indien de betreffende dienst echter grotendeels in de eigen vrije tijd van de werknemer is verleend, kan het management de werknemer toestemming geven om de beloning geheel of gedeeltelijk zelf te houden. Dit geldt ook voor de beloning die ontvangen wordt voor part-time vervulde academische functies. Deze bepaling geldt niet voor beloningen voor diensten die een werknemer in zijn vrije tijd levert en op generlei wijze verband houden met diens professionele activiteiten voor Philips.
|
| | 5.1 Algemeen
Philips betaalt alleen aan de leverancier van ontvangen goederen of diensten. Alle betalingen voor de producten of diensten van een bedrijf moeten aan dat bedrijf worden gedaan, niet aan individuele personen. Een verzoek om de betaling via een organisatie of persoon in het buitenland te leiden, zal in alle gevallen worden afgewezen. Alle betalingen moeten naar behoren en eerlijk worden geregistreerd in een daartoe geëigende administratie die beschikbaar moet zijn voor inzage door Internal Audit. Er mogen geen geheime rekeningen bestaan of rekeningen zijn die 'buiten de boeken' blijven. Er zullen geen betalingen via een agent worden gedaan. Alle aan een agent gedane betalingen moeten voor de agent zelf bestemd zijn. Contante betalingen zijn niet toegestaan; alle betalingen moeten geschieden op een schriftelijk opgegeven bankrekening. Betalingen op een zogeheten nummerrekening bij een bank zijn niet toegestaan.
5.2 Commissiebetalingen
Commissiebetalingen aan derden vormen een te moeilijk en complex onderwerp om uitputtend in specifieke richtlijnen vast te leggen. Het doel is om er zeker van te maken dat het 'harde' verbod op steekpenningen in welke vorm dan ook, zoals neergelegd in de Algemene Gedragscode, niet wordt ontdoken door commissiebetalingen.
Tegen deze achtergrond dient de aanvaardbaarheid van een commissiebetaling te worden bepaald op basis van een gedegen evaluatie en beoordeling door het verantwoordelijke management van alle relevante informatie over het voorgestelde commissiegeld en over de derde aan wie het moeten worden uitbetaald. In dit verband wordt aanbevolen dat het PD-management hierover overlegt met het landenmanagement.
Overleg met de afdeling juridische zaken op PD- of landenniveau is nodig om te bepalen of de voorgestelde betaling, of het daartoe gesloten contract, in overeenstemming is met de lokale en internationale wet- en regelgeving en de Algemene Gedragscode.
Wanneer gerede twijfel bestaat over een dergelijke overeenstemming en deze twijfel na raadpleging van een hoger managementniveau in overleg met de afdeling juridische zaken op landen- of PD-niveau niet kan worden weggenomen, dient de betaling niet plaats te vinden en dient het contract niet te worden gesloten.
Alle commissiebetalingen aan derden moeten gerechtvaardigd worden door duidelijke en aantoonbare diensten die door de betreffende partij aan Philips zijn geleverd. Indien het commissiegeld tevens betrekking heeft op een aanzienlijk deel van de activiteiten die normaal in de verkoopkosten zijn begrepen, kan het niveau van de commissie van land tot land verschillen, aangezien de PD-verkoopinfrastructuur van een land invloed kan hebben op de door de derde te besteden tijd. In dit verband wordt aanbevolen dat het management de verkoopprijs van de order vergelijkt met door concurrenten uitgebrachte offertes, mits dergelijke offertes op rechtsgeldige wijze verkregen zijn en niet als vertrouwelijke informatie zijn bestempeld. Indien de Philips-prijs in belangrijke mate afwijkt van die van de concurrenten, moet het management zich ervan verzekeren dat het verschil niet het gevolg is van een verschil in de uit te betalen commissie.
Een commissiebetaling ter grootte van een percentage met dubbele cijfers is niet aanvaardbaar, behalve in buitengewone omstandigheden en onverminderd het hierboven gestelde.
5.3 Agenten, distributeurs, commissionairs
De beloning van een agent, distributeur, commissionair, en dergelijke (hierna "agent" te noemen) mag niet hoger zijn dan de gebruikelijke en redelijke commerciële tarieven voor door de agent geleverde legitieme diensten.
Een agent wordt benoemd op grond van een schriftelijk dienstverleningscontract waarin altijd een verwijzing naar de Algemene Gedragscode moet zijn opgenomen.
Al dergelijke contracten moeten geregistreerd worden bij het PD-management in het betreffende land.
De achtergronden van de agent moeten zorgvuldig worden onderzocht door de persoon die de agent voordraagt, een en ander in nauwe samenwerking met het landenmanagement; het bewijs van een dergelijk onderzoek moet in het dossier aanwezig zijn.
Een agent mag geen overheidsfunctionaris zijn.
Er moet een document worden bijgehouden met de namen en aanstellingsvoorwaarden van alle agenten. Het document met alle relevante informatie over de agenten wordt bewaard op de commerciële afdeling en de juridische afdeling van de landen- en/of PD-organisatie en moet te allen tijde beschikbaar zijn voor inzage door Internal Audit.
|
| 6. Facilitaire betalingen |
| Facilitaire betalingen zijn kleine betalingen in geld of in natura (bijvoorbeeld Philips-producten) die volgens algemeen bekende en breed gevolgde lokale gewoonten en gebruiken moeten worden gedaan in verband met de normale functie-uitoefening van overheidsfunctionarissen voor wat betreft het afgeven van documenten, in-/uitklaring van goederen door de douane en andere zaken.
Een kenmerk van facilitaire betalingen is dat de door een dergelijke betaling verkregen dienst voortvloeit uit de legitieme functie-uitoefening door de betrokken functionaris en dat de betalende partij in vergelijking met andere ondernemingen hierdoor niet op ongepaste wijze wordt bevoordeeld.
Facilitaire betalingen vallen niet binnen het kader van het OESO-Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakentransacties.
In sommige landen strekt de wetgeving ter implementatie van dit Verdrag zich echter ook uit tot facilitaire betalingen, waardoor de functionaris (of, in bepaalde omstandigheden, het bedrijf zelf) die dergelijke betalingen in het buitenland heeft gedaan, in zijn thuisland kan worden vervolgd.
Over het algemeen is Philips tegen het doen van facilitaire betalingen. De onderneming zal maatregelen bevorderen om dergelijke praktijken uit te bannen; in elk geval dient aan alle toepasselijke wet- en regelgeving te worden voldaan.
|
| 7. Relaties met politieke partijen en politici |
| Philips-bedrijven mogen geen advieskosten betalen of betalingen of donaties doen in geld of in natura aan politieke partijen, politieke organisaties of individuele politici.
Met inachtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving, kunnen uitzonderingen op dit verbod worden gemaakt - voor zover wettelijk toegestaan - echter uitsluitend indien hiervoor uitdrukkelijk toestemming is gegeven door de respectieve regionale GBP Compliance Officer.
In de uitzonderlijke gevallen waarin betalingen of donaties worden gedaan, moet aan alle eisen betreffende de openbaarmaking van dergelijke betalingen of donaties worden voldaan.
|
| | Philips neemt niet deel aan het witwassen van geld door regelingen aan te gaan waarvan bekend is, of waarvoor reden bestaat om aan te nemen, dat die zullen worden gebruikt ter vergemakkelijking van het verkrijgen, behouden, gebruiken of controleren van bezittingen of gelden, en die bedoeld zijn om de opbrengst van criminele activiteiten verborgen te houden. Werknemers die vermoeden dat in een bepaalde situatie sprake is van het witwassen van geld moeten de GBP Compliance Officer hiervan op de hoogte stellen.
|
| 9. Werknemers en arbeidsvoorwaarden |
| 9.1 Beloning
De beloning dient in overeenstemming te zijn met de bepalingen van alle toepasselijke wetgeving inzake lonen, met inbegrip van de wetgeving met betrekking tot het minimumloon, overwerk en wettelijk verplichte uitkeringen. Eventuele disciplinaire looninhoudingen dienen in overeenstemming te zijn met de lokale wetgeving. De lonen worden regelmatig betaald door middel van cheques, overmaking op een bankrekening of, in uitzonderlijke gevallen, in contanten. De werknemers worden duidelijk en in detail geïnformeerd over de opbouw van hun loon en uitkeringen.
9.2 Arbeidsduur
De werkweek mag het door de lokale wetgeving vastgestelde maximum niet overschrijden en mag niet langer zijn dan 60 uur, inclusief overwerk, behalve in geval van nood of in uitzonderlijke omstandigheden om in de korte- termijnbehoeften van de onderneming te voorzien. Werknemers hebben per periode van zeven dagen recht op tenminste één vrije dag. Overwerk dient op vrijwillige basis te geschieden, tenzij dit in een collectieve arbeidsovereenkomst of vakbondscontact is overeengekomen, of, in geval van nood of uitzonderlijke omstandigheden, om te voorzien in de korte-termijnbehoeften van de onderneming.
9.3 Ontwikkeling van werknemers
Zowel Philips als haar werknemers hebben zich jegens elkaar verplicht om alles in het werk te stellen om een hoog prestatie- en inzetbaarheidsniveau te waarborgen. Met het oog hierop biedt Philips haar werknemer relevante opleidings- en trainingsmogelijkheden.
9.4 Informeren van werknemers over algemene gang van zaken binnen de onderneming
Philips dient haar werknemers binnen het kader van de (lokale) wetgeving en/of gemeenschappelijke lokale praktijen tenminste eenmaal per jaar te informeren over de algemene gang van zaken binnen de onderneming.
9.5 Recht op organisatie
Philips erkent en eerbiedigt de vrijheid van werknemers om te kiezen of zij al dan niet een organisatie van hun eigen keus (met inbegrip van vakbonden) zullen oprichten, of zich daarbij al dan niet zullen aansluiten, zonder de voorafgaande goedkeuring van Philips. Philips zal het dienstverband van werknemers niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat hij/zij geen lid wordt van een vakbond of zijn/haar lidmaatschap van een vakbond opzegt. Voorts zal Philips een werknemer niet ontslaan - of anderszins benadelen - vanwege diens lidmaatschap van een vakbond. Philips zal niet overgaan tot bemoeienis met of financiering van een vakorganisatie of andere acties ondernemen die erop gericht zijn om de zeggenschap over een dergelijke organisatie te verkrijgen.
9.6 Collectieve onderhandelingen
Philips respecteert - binnen het kader van de (lokale) wet- en regelgeving en de geldende arbeidsverhoudingen en -praktijken - de rechten van zijn werknemers om zich te laten vertegenwoordigen door vakbonden en andere werknemersorganisaties. Philips neemt deel aan onderhandelingen, hetzij zelfstandig, hetzij via werkgeversorganisaties, om overeenstemming over de arbeidsvoorwaarden te bereiken.
9.7 Discriminatie
Elke werknemer heeft gelijke kansen en wordt in zijn werk en beroep gelijk behandeld. Philips streeft ernaar om voor hetzelfde werk dat op hetzelfde niveau op vergelijkbare locaties wordt verricht hetzelfde loon te betalen. Intimidatie of discriminatie met betrekking tot werk en beroep wordt in geen enkele vorm getolereerd, zoals discriminatie op grond van ras, huidskleur, geslacht, zwangerschap, taal, religie, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.
9.8 HIV/AIDS
Philips erkent de gevoelige kwesties rondom HIV/AIDS en zal hier op discrete en vertrouwelijke wijze mee omgaan. Philips werknemers die getroffen zijn door HIV/AIDS worden op dezelfde wijze behandeld als werknemers met een andere ziekte, voor zover het gaat om arbeidsverzuim, beoordeling en overplaatsing naar een minder veeleisende functie of werkomgeving; een Philips werknemer zal niet worden ontslagen en geen ander passend werk worden geweigerd uitsluitend vanwege een HIV besmetting.
Het testen op HIV als voorwaarde voor indienstneming, toegang tot opleiding/ training of promotie wordt door Philips van de hand gewezen, tenzij dit verplicht is op grond van de wettelijke normen in de landen waar Philips zaken doet.
9.9 Respectvolle behandeling
Philips zal geen wrede en onmenselijke behandeling, met inbegrip van seksuele intimidatie, seksueel misbruik, lijfstraffen, mentale of fysieke dwang of verbale belediging van Philips-werknemers, of dreiging met een dergelijke behandeling, tolereren.
9.10 Arbeidsvoorwaarden
De werknemers worden geïnformeerd over de resultaten van eventuele onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden met werknemersvertegenwoordigers en Philips dient te waarborgen dat haar beleid inzake beloningen en/of functie-indeling, arbeidsduur en arbeidsomstandigheden duidelijk en transparant is en volledig aan alle toepasselijke nationale wetgeving voldoet.
|
| 10.Veiligheid en gezondheid |
| Philips streeft ernaar om zijn werknemers, contractarbeiders en bezoekers altijd een veilige en gezonde werkomgeving te bieden en zal derhalve alles doen wat redelijkerwijs mogelijk is om:
- minimaal te voldoen aan de eisen die zijn neergelegd in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid en gezondheid alsmede aan onverplichte eisen die door Philips worden onderschreven;
- procedures te implementeren ter vaststelling, voorkoming en minimalisering van gevaren en risico's;
- alle werknemers te voorzien van relevante informatie en regelmatig training te geven op het gebied van de veiligheids- en gezondheidsaspecten van hun werk;
- met de werknemers en/of hun vertegenwoordigers te overleggen en samen te werken;
- er preventieve praktijken en responsieve procedures op na te houden met betrekking tot noodsituaties en onvoorziene gebeurtenissen;
- volledige transparantie te betrachten in de periodieke rapportages over de veiligheids- en gezondheidsprestaties;
- een Plan-Do-Check-Act benadering te stimuleren op alle niveaus binnen de organisatie ter waarborging van voortdurende verbetering.
|
| 11. Bescherming en gebruik van informatie- en communicatiedragers |
| Informatie- en communicatiedragers moeten op de juiste wijze en op een wijze die in lijn is met de zakelijke Philips doeleinden gebruikt worden. Deze dragers (met inbegrip van dragers van derden die in het bezit zijn van Philips) dienen zorgvuldig en in overeenstemming met Philips regels te worden beschermd, ongeacht of deze dragers rechtstreeks door Philips of derden worden beheerd. Wanneer een werknemer toegang tot vertrouwelijke of geheime informatie heeft, dient deze werknemer naar gelang van de gevoeligheid van de informatie voorzorgsmaatregelen te nemen.
Philips werknemers dienen extra voorzorgsmaatregelen te nemen ter bescherming van Philips informatiedragers -die zijn opgenomen in of toegankelijk zijn via draagbare, privé of door derden in eigendom zijnde media en hulpmiddelen. Philips werknemers dienen voorzorgsmaatregelen te nemen ter herkenning van en het minimaliseren van de kans op verlies, diefstal of ongeautoriseerd gebruik (bijvoorbeeld, ongeautoriseerde toegang, gebruik, vervalsing, vernietiging of verwijdering). Alle incidenten met betrekking tot informatie- en communicatiedragers dienen zonder vertraging te worden gerapporteerd aan de desbetreffende persoon/afdeling.
Philips informatie- en communicatiedragers mogen niet worden gebruikt op een wijze die verboden is, onethisch of anderszins schade aan de reputatie van Philips kan toebrengen, bijvoorbeeld door:
- opzettelijk toegang te verkrijgen tot of creëren, tonen, verzenden, aanvragen, afdrukken, downloaden of anderszins verspreiden van berichten, informatie of materialen die bedreigend, frauduleus, pornografisch, seksueel getint, discriminerend, beledigend, lasterlijk, vernederend, smadelijk, obsceen, intimiderend, kleinerend, "spamming" of anderszins onrechtmatig of ongepast zijn/is, of als zodanig kan/kunnen worden opgevat;opzettelijk over te gaan tot het kopiëren, reproduceren, verzenden, rondsturen, verkopen, aankondigen of anderszins verspreiden of gebruik maken van informatie of materialen in strijd met geldende wetgeving, regelgeving, beleidsregels of contracten;
- willens en wetens over te gaan tot het verzenden van ongevraagde communicatie aan derden, tenzij deze communicatie in overeenstemming is met de communicatievoorkeuren van deze derde; of
- deze dragers te gebruiken voor persoonlijk gewin.
Philips werknemers mogen geen gebruik maken van informatie- en communicatiedragers van Philips op zodanige wijze dat de efficiënte en effectieve werking van de onderneming wordt verstoord of de veiligheid van de informatie- en communicatiedragers van Philips of derden in gevaar wordt gebracht, bijvoorbeeld door:
- het opzettelijk omzeilen van veiligheidsmaatregelen om ongeautoriseerd toegang te verkrijgen tot systemen of data;
- het opzettelijk in gevaar brengen van een computersysteem, ongeacht of dat aan Philips of derden toebehoort (bijv. door het opzettelijk verspreiden van een virus of door 'hacking');
- doelbewust een buitensporige hoeveelheid berichten te genereren.
|
| | Philips streeft ernaar om te waarborgen dat alle reclames, productverpakkingen en promotiematerialen eerlijk en op de feiten gebaseerd zijn en niet misleidend zijn, en voldoen aan de toepasselijke wetgeving.
De Philips Marcom Community zal zich houden aan de Code of Advertising and Marketing Communication Practice van de ICC (de Internationale Kamer van Koophandel). Deze Code bevat de leidende beginselen voor integriteit en ethiek bij de ontwikkeling en uitvoering van activiteiten op het gebied van marktcommunicatie.
Dit document vormt een integraal onderdeel van de Algemene Gedragscode van Philips die voor Koninklijke Philips Electronics N.V. en haar dochterbedrijven geldt.
|
| | 13.1 Algemeen
Philips steunt het principe van vrije concurrentie op de markt. Het doel van de mededingingswetten is om de concurrentie te bevorderen om ervoor te zorgen dat klanten een zo breed mogelijke keuze van producten en diensten hebben tegen concurrerende prijzen.
Het is belangrijk dat Philips personeel deze wetten begrijpt en dat ze vertrouwd is met het soort gedragingen dat de mededinging zou kunnen verstoren. De gevolgen van het schenden van deze wetten kunnen zeer ernstig zijn en kunnen zware boetes voor Philips opleveren, alsmede in sommige landen boetes en gevangenisstraffen voor personen.
Onze mededingingswet bevat bepalingen die gelden voor zowel afspraken met concurrenten als overeenkomsten met distributeurs/detailhandelaren. De belangrijkste regels die gelden voor deze twee soorten overeenkomsten worden hieronder uiteengezet.
Elk type overeenkomst, formeel of informeel, schriftelijk of mondeling, kan onder de werkingssfeer van mededingingswetten vallen. Eventuele vragen in verband met mededingingszaken dienen te worden gericht aan de jurist die verantwoordelijk is voor de uw Business Unit of aan de sectie "Antitrust" van het Corporate Legal Department (zie ook pww.antitrust.philips.com).
13.2 Overeenkomsten tussen Philips en een van haar concurrenten
De volgende onderwerpen mogen niet tussen Philips en een concurrent worden uitgewisseld, bediscussieerd of overeengekomen:
- Prijzen, prijswijdte, prijsaanpassingen, prijsvoorspellingen of prijsontwikkelingen;
- Kortingen, marges, toeslagen of andere prijscomponenten;
- Voorwaarden die Philips van toepassing wil verklaren in reactie op een (uitnodiging tot) aanbesteding;
- Philips' voornemen om deel te nemen of niet deel te nemen aan een aanbesteding;
- Toewijzing of verdeling van klanten;
- Identiteit van klanten;
- Marktsegmenten of geografische gebieden waar Philips of een van haar concurrenten al dan niet actief zullen worden en/of uitbreiden;
- Manieren om agressieve concurrentievormen in de markt te adresseren (zoals gedragsregels, non-agressiepact, staakt-het-vuren, bescherming van de status quo);
- Een collectieve boycot;
- Productiecapaciteit;
- De uitwisseling van vertrouwelijke marktinformatie, algemene voorwaarden die worden aangeboden aan klanten, of gegevens over omzetten per klant.
N.B. Deze onderwerpen mogen niet worden besproken of overeengekomen met een concurrent, ook niet binnen het kader van bedrijfstakoverleg of soortgelijke organisaties.
13.3 De overeenkomsten tussen Philips en (een van) haar distributeurs/afnemers
In haar overeenkomsten met distributeurs en detailhandelaren moet Philips zich onthouden van de volgende handelingen:
- Verticale prijsbinding / verticale prijsafspraken / minimum adverteerprijzen.1
Dicteer nooit de prijzen waartegen de koper haar producten moet wederverkopen of adverteren. Ook moet u niet intimideren, leveringen vertragen of opschorten of contracten beëindigen om ervoor te zorgen dat een bepaald prijsniveau gehandhaafd blijft.2
- Hinderen parallelhandel
In Europa zijn alle maatregelen ter voorkoming of beperking van het exporteren naar dan wel importeren uit de ene lidstaat naar een andere lidstaat verboden.3
- Internet
Verbied distributeurs niet om de producten via het internet te verkopen.4
Tot slot wijzen wij u erop dat deze richtlijn slechts betrekking heeft op de belangrijkste categorieën van inbreuken op de mededingingsregels. Overige zakelijke transacties en gedrag kunnen eveneens mededingingsbezwaren opleveren (afhankelijk van de specifieke omstandigheden). Voor meer informatie zie pww.antitrust.philips.com
|
| |
|
| | |