‘Campus heeft schwung’

Werkzaamheden op schema, doelstellingen behaald

De High Tech Campus Eindhoven heeft zich in sneltreinvaart ontwikkeld tot dé technologische hotspot van Nederland. Sinds zes jaar geleden de eerste spade de grond in ging, werden letterlijk en figuurlijk bergen verzet. Jérôme Verhagen, director van de High Tech Campus Eindhoven, maakt de tussenbalans op. “Het gaat goed, zelfs beter dan we een paar jaar geleden hadden kunnen bevroeden.”

 

Jérôme Verhagen pakt er een luchtfoto bij. De grote waterpartij, aan de noordkant begrensd door het langgerekte en futuristische voorzieningengebouw The Strip, en de hoogbouw van het voormalige Nat.Lab zijn goed te herkennen. Evenals wat er de laatste jaren allemaal is bijgekomen: nieuwe kantoren, laboratoria, cleanrooms, parkeergarages en wat niet al. De panden die in ontwikkeling zijn en de komende jaren worden opgeleverd, zijn op de foto ingetekend; het zijn er nog heel wat.

 

Het complex aan de zuidrand van Eindhoven is de afgelopen jaren flink op de schop genomen. Duidelijk is ook dat er nog het nodige te gebeuren staat. Verhagen: “We gaan uit van een totaal vloeroppervlak van circa 240.000 vierkante meter. Daarvan is nu ongeveer 160.000 vierkante meter gebouwd, gerenoveerd of in ontwikkeling. Eind dit jaar werken hier zo’n 5000 mensen en de komende twee jaar gaan we richting 6000. Uiteindelijk kunnen we tot 8000 à 9000 mensen doorgroeien.”

Open campus

Jérôme Verhagen is een tevreden man. “De campus leeft, er zit schwung in”, zegt hij. “Zowel nationaal als internationaal staan we op de kaart. De interesse bij high tech bedrijven om zich hier te vestigen is goed. Nu al zijn het er ruim twintig, en met diverse andere zijn we in onderhandeling. De ‘open’ campus begint dus echt vorm te krijgen.” Als om zijn woorden kracht bij te zetten, vertelt hij dat per 1 januari 2006 de poortbewaking overdag wordt opgeheven. “Om vandalisme te voorkomen blijven de hekken staan en is er in de avonduren en weekenden terreinbewaking. Maar overdag word je aan de poort niet meer tegengehouden. We gaan van complex- naar gebouwbeveiliging. De bewoners krijgen een campusbadge met een chip van Philips Semiconductors. Die kan zo worden geprogrammeerd dat men toegang krijgt tot bepaalde gebouwen of verdiepingen.”

 

Het megaproject, waarin in totaal een slordige 500 miljoen euro wordt geïnvesteerd, werd onder meer opgezet om de bewoners 21e eeuwse werk- en verblijfsomstandigheden te bieden en om de overdracht van kennis tussen R&D-mensen te stimuleren. Volgens Verhagen komen beide aspecten goed uit de verf. “Het eerste kun je planmatig aanpakken, het tweede kun je stimuleren en faciliteren, maar moet uiteindelijk van de campusbewoners zelf komen. Dat gaat goed: op beide vlakken zie ik positieve resultaten. Met zijn uitstekende voorzieningen is The Strip enig in zijn soort; de werkplekken zijn prima geoutilleerd; het IT-netwerk is state of the art, en er is veel ruimte voor natuur. Voor de kennisuitwisseling vervult The Strip een belangrijke rol: mensen ontmoeten er elkaar - informeel om een hapje te eten, en formeel tijdens de congressen, workshops en seminars die er regelmatig worden gehouden. De animo om hier evenementen te organiseren, is groot. Dat geeft de dynamiek aan die hier gaandeweg ontstaat.”

 

Overheidssteun

Over belangstelling van de politiek mag de campus zich niet klagen. “We hebben ze bijna wekelijks over de vloer; bijna alle Haagse politici zijn inmiddels langs geweest.” Die belangstelling vertaalt zich gaandeweg steeds meer in echte steun. “Een aantal instituten is met steun van de overheid opgezet, zoals het Holst Centre (waarin TNO en het Vlaamse R&D-centrum IMEC samenwerken, red). En ook voor het Centre for Molecular Medicine zien de kansen voor overheidssteun er goed uit. Verder kon Bèta, het nieuwe centrum voor technostarters dat in oktober door koningin Beatrix virtueel werd geopend, mede dankzij overheidssubsidie worden opgezet.”

 

Ook de regionale en provinciale overheid steunen de campus waar mogelijk, vertelt Verhagen. “Begin 2004 bracht Gerard Kleisterlee de regio en de campus in Silicon Valley onder de aandacht. In feite werd toen aangekondigd, dat we de campus ook zouden openstellen voor niet-Philipsbedrijven. Om internationaal op de kaart te komen is de campus, hoe attractief ook, alleen echter te klein. Dan zul je moeten zorgen voor een groter ecosysteem in de regio met een goede technologie-infrastructuur. Daarom hebben we tegen de regionale en gemeentelijk autoriteiten gezegd: ‘Jullie moeten op deze rijdende wagen springen’, en dat hebben ze uitermate goed opgepakt. Om de regio en de campus nationaal en internationaal te promoten stelden de gemeente Eindhoven, de provincie Noord-Brabant en Brussel (via de Stimulus-regeling, red.) een promotie- en acquisitiebudget van 2 miljoen euro beschikbaar.”

Selecteren

High Tech Campus

De twintig niet-Philipsbedrijven op de campus zijn niet de eerste de beste. “We selecteren op een aantal criteria. In de eerste plaats moeten het high tech bedrijven zijn en moeten ze passen in de technologiedomeinen waar deze regio en de campus sterk in zijn: microsystemen, life tec, embedded systems, precision equipment en IT/ambient intelligence. Verder moeten ze de wil hebben om met andere campusbewoners samen te werken om zo toegevoegde waarde te bieden. Het meest voor de hand liggend zijn bedrijven die gebruik maken van de faciliteiten die we hier hebben, zoals bij elkaar zo’n 5.000 vierkante meter aan cleanrooms en vele andere services, en bedrijven die een band hebben met een van de instituten hier op de campus. Alleen hier komen zitten omdat het goed is voor het imago is echt onvoldoende.”

 

Jérôme Verhagen weet niet wanneer de campus is volgebouwd. “Dat mag best nog even duren. Een van de succesfactoren is dat de campus een motor voor groei gaat worden. Wij willen bijvoorbeeld dat een aantal van de nu nog kleine technostarters in Bèta, mede dankzij de faciliteiten hier, succesvol doorgroeit naar bedrijven met vijftig tot 125 personen. Die willen we dan graag op de campus kunnen accommoderen. Het zou dus niet goed zijn als we over drie jaar alles volgebouwd zouden hebben, want dan zou er voor hen geen plaats meer zijn.”

Campus in cijfers

  • Complex van circa 100 hectare
  • totale geraamde vloeroppervlak 240.000 m²
  • huidig vloeroppervlak circa 135.000 m², waarvan 40.000 tot 50.000 m² voor laboratoria en circa 5000 m² clean rooms
  • circa 25.000 m² in ontwikkeling, waaronder de gebouwen voor Bèta (technostarters) en Philips Intellectual Property & Standards (IP&S, oplevering eind 2006/begin 2007) en twee gebouwen voor meerdere bedrijven (oplevering in 2007)
  • de renovatie van gebouw WB (voorheen Nat.Lab, ruim 20.000 m²) is zojuist afgerond, en met de renovatie van WY (eveneens ruim 20.000 ²) werd onlangs begonnen (oplevering in 2007)
  • de nieuwbouw voor ATOS Origin (700 personen) is zojuist opgeleverd; de nieuwbouw voor Philips Applied Technologies volgt rond de jaarwisseling
  • medio 2007 is de eigen afslag van de snelweg (A2/A67) gereed. De werkzaamheden aan de westkant van de campus worden momenteel voorbereid. Is de afslag gereed, dan zal de hoofdingang worden verplaatst van de Prof. Holstlaan (oostkant) naar de westkant. Ongeveer 70% van de campusbewoners en -bezoekers zal van de afslag gebruik gaan maken