Dr. ir. Frederik Jacques Philips werd op 16 april 1905 in Eindhoven geboren. Hij studeerde in Delft aan de toenmalige Technische Hogeschool en behaalde in 1929 het diploma werktuigbouwkundig ingenieur met als specialisatie fabricagetechnieken en bedrijfsbeheer. Na zijn militaire diensttijd trad hij in 1930 als bedrijfsingenieur in dienst van de N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken. In zijn eerste functie kreeg hij de leiding van de plasticfabriek. Kort daarna werd hij belast met het toezicht op de fabricage en verkoop van nieuwe producten van de machinefabrieken. In 1935 werd de heer Philips benoemd tot onderdirecteur van het bedrijf; vier jaar later volgde zijn benoeming tot directeur. Voorzitter van de vierhoofdige directie was zijn zwager ir. P.F.S. Otten.
Na de inval van het Duitse leger in mei 1940 vertrokken zijn mededirecteuren naar de Verenigde Staten om daar de belangen van Philips in de niet-bezette landen te behartigen. Tijdens de nationale mei-staking tegen de bezetter in 1943 werd hij samen met drie andere directieleden gevangengenomen. Het personeel redde hun levens door weer aan het werk te gaan. Dr. Philips bleef echter tot september als gijzelaar gevangen.
Na de oorlog keerden de overige directieleden terug naar Nederland en werd een raad van bestuur gevormd onder voorzitterschap van ir. Otten, waarin de heer Philips de functie van vice-voorzitter bekleedde.
Na de naoorlogse jaren hield hij zich vooral bezig met het commerciële concernbeleid op het gebied van professionele systemen, waaronder telecommunicatie. Voorts had hij de supervisie over de directies van sociale zaken, de medische dienst en het woning- en grondbedrijf. De research- en ontwikkelingsactiviteiten hadden zijn speciale aandacht.
In 1961 werd de heer Philips benoemd tot president en voorzitter van de raad van bestuur van de N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken. Deze functie heeft hij tot 1971 bekleed. Daarna werd hij voorzitter en gedelegeerd commissaris van de raad van commissarissen; deze functie heeft hij tot 1977 vervuld.
De heer Philips gaf leiding aan de onderneming in een tijd van grote veranderingen. Met name in de jaren vijftig deden zich ingrijpende economische en technologische ontwikkelingen voor. Na de wederopbouw volgde een snelle expansie van de industriële en commerciële activiteiten, die leidde tot verdere geografische spreiding van de vestigingen in Nederland en daarbuiten. Met de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ontstond de noodzaak tot schaalvergroting en hergroepering van de productie. Bovendien werd de onderneming geconfronteerd met toenemende concurrentiedruk uit andere werelddelen.
Onder leiding van de heer Philips werden de activiteiten van de onderneming in onder meer Zuid-Amerika en Azië sterk uitgebreid. Voorbeelden van zijn vooruitstrevende visie zijn het samen met Matsushita Electronics opzetten van een beeldbuizenfabriek in Japan en van het starten van productiebedrijven in Taiwan. De deelname in Matsushita werd in de voor Philips zeer kritieke periode 1990-1991 voor drie miljard gulden verkocht, waarmee de financiële positie doorslaggevend werd verbeterd en de rentelasten drastisch werden verminderd. Tevens hechtte hij veel belang aan wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, vooral gericht op vernieuwing van producten en fabricagetechnieken. Onder zijn leiding groeide een internationale researchorganisatie die veel heeft bijgedragen aan belangrijke innovaties in elektronica en verlichting.
Na de Tweede Wereldoorlog was dr. Philips, samen met mensen die hij in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel had ontmoet, initiatiefnemer tot de oprichting van de Stichting van de Arbeid (wat later de Sociaal Economische Raad (SER) zou worden). In dit overlegorgaan tussen werkgevers, werknemers en overheid werd een belangrijk deel van het sociaal-economisch beleid in het naoorlogse Nederland gevormd en was dit het forum waarin conflicten werden opgelost en een bijdrage werd geleverd aan de arbeidsvrede die de basis legde voor de welvaartsgroei in Nederland. In tegenstelling tot landen als Frankrijk en Duitsland, kende Nederland in deze periode vrijwel geen stakingen.
De heer Philips was een bijzonder ondernemend man. Hij heeft zich veelvuldig ingespannen voor de industrie in Nederland en was onder meer lid van het dagelijks bestuur van de toenmalige Nederlandse Werkgeversbonden. Tevens was hij lid van de Mijnraad. In die functie heeft hij de herstructurering van de mijnen in Zuid-Limburg mede begeleid. Ook heeft hij zich sterk ingespannen voor de Eindhovense regio. Hij was voorzitter van de Eindhovense Fabrikantenkring, stimuleerde de oprichting van een Technische Hogeschool (nu de Technische Universiteit Eindhoven) in de stad en heeft geijverd voor de modernisering van Eindhoven Airport.
Frits Philips hechtte veel belang aan de betrokkenheid van het personeel. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog nam hij het initiatief om de doelstelling van de onderneming te veranderen van een puur economische naar "welvaart op de lange termijn van alle betrokkenen: de toeleveranciers, werknemers, aandeelhouders en afnemers en maximale productieve werkgelegenheid". In de praktijk leidde dat tot besluiten om fabrieken in landen die in een economische crisis waren geraakt niet te sluiten, in het vertrouwen dat betere tijden zouden komen. Soms bleek dat economisch ook een goed beleid te zijn - namelijk wanneer de economie weer opleefde behoefde men niet nieuw personeel op te leiden en kon men snel weer op een hoog peil komen.
Bij tal van gelegenheden, onder meer tijdens zijn laatste jaarrede enkele maanden voor zijn afscheid als president in 1971, heeft hij van zijn warme belangstelling voor de mensen van Philips blijk gegeven. Ook stond hij bekend om zijn aandacht voor de jeugd. Hij nam vele initiatieven om talentvolle jongeren kansen te bieden zich verder te ontplooien.
Ook na zijn aftreden als president-commissaris bleef de heer Philips nauw verbonden met het bedrijf. In het magische jaar 2000 werden zijn oom Gerard en zijn vader Anton uitgeroepen tot ondernemers van de twintigste eeuw. En de laatste jaren toonde hij grote interesse voor de bouw van de Philips High Tech Campus en vooral ook voor de landschappelijke aspecten van de bouwplannen. Hij beloofde achttien (bijna veertig jaar oude) beuken naar de campus te laten overplaatsen en hij kwam zelf in november 2001 de eerste planten. Op 16 april 2005 vervulde Frits Philips nog een belofte: honderd jaar worden. Terwijl hij zijn verjaardag in alle rust thuis vierde, deden duizenden mensen mee aan de festiviteiten in Eindhoven.
De heer Philips heeft vele onderscheidingen ontvangen. In 1976 kreeg hij het eredoctoraat van de R.K. Universiteit van Leuven en van de China Academy in Taipei (Taiwan). In 1982 werd hem de International Executive of the Year Award toegekend door de Brigham Young University School of Management in Provo (Utah, VS). In Nederland werd hij onder meer benoemd tot Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Het Vaticaan onderscheidde hem met het Commandeurschap in de Orde van de Heilige Gregorius de Grote, Israël met de Yad Vashem medaille, Spanje met het Grootkruis in de Orde van Verdienste en Frankrijk verleende hem het Officierskruis in het Legioen van Eer. Hare Majesteit de Koningin decoreerde hem met de Ere-medaille voor Voortvarendheid en Vernuft. Hij was bovendien ereburger van de stad Eindhoven.
Uit bezorgdheid voor dreigende handelsconflicten nam dr. Philips in 1985, vanuit zijn contacten met Morele Herbewapening, het initiatief tot de 'Caux Round Table', een gezelschap van industriële leiders uit Japan, Europa en de Verenigde Staten, dat sedertdien tweemaal per jaar bijeenkomt om wederzijds begrip op te bouwen en verantwoord ondernemerschap te stimuleren.
In 1976 verschenen de memoires van de heer Philips onder de titel '45 jaar met Philips'.
Dr. ir. Philips trad in 1929 in het huwelijk met Sylvia van Lennep, die in 1992 overleed. Het echtpaar kreeg drie zoons en vier dochters.
|