eHealth is geen wondermiddel maar een leerproces

Wie praat over de toekomst van de gezondheidszorg in Nederland, heeft het onvermijdelijk ook over eHealth. Wordt de zorg in toenemende mate virtueel of geniet face-to-face voorlopig nog de voorkeur? Future Health Chats vroeg het aan Niels Chavannes en Erik Gerritsen.
Future Health Index

“Koude ICT inzetten voor warme zorg, zo zien wij eHealth”, zegt Erik Gerritsen, secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. “Maar als je mensen vraagt: wil je liever face-to-face met je arts overleggen dan bijvoorbeeld via telefoon of mail, zullen velen natuurlijk nog de voorkeur geven aan het persoonlijke gesprek. Dat is, mijns inziens, ook niet de juiste benadering. eHealth is vooral aanvullend op persoonlijke zorg, niet in plaats van.”
 

“Belangrijk is dat het de patiënt in staat stelt zelf het zorgproces te sturen en controleren. Denk aan de oudere patiënt die liever zelf dagelijks zijn bloeddruk bijhoudt via een app dan dat regelmatig door de huisarts te laten doen. Zorg verplaatst zich van de wachtkamer naar de huiskamer. Dat vind ik alleen maar positief. En als ik afga op de enthousiaste reacties van zorgprofessionals en patiënten tijdens de afgelopen eHealth week, dan ben ik beslist niet de enige.”

Patstelling

Niels Chavannes, hoogleraar Huisartsgeneeskunde met als leeropdracht eHealth toepassingen in Disease Management aan de LUMC en tevens huisarts, deelt het enthousiasme van Gerritsen maar plaatst wel een kanttekening. “De implementatie van eHealth staat nog in de kinderschoenen. Innovators en early adopters – bij elkaar zo’n 20% van de doelgroep, schat ik – omarmen de nieuwe mogelijkheden. De grote meerderheid nog niet. Binnen die grote groep zitten ook mensen die sowieso moeite hebben met veranderingen en daarom pas als allerlaatste innovatie aanvaarden. Helaas zijn dat vaak de patiënten die juist de meeste baat bij eHealth toepassingen zouden hebben: chronisch zieken met een lage sociale status van wie de ziekte niet stabiel is. eHealth zou hen kunnen helpen om meer grip te krijgen op hun gezondheid en ziekenhuisopnames te vermijden. Maar juist deze mensen zijn bang dat de computer het van de arts overneemt. Dus heerst er een patstelling.”

Wat levert het de patiënt op?

Hoe kan de inzet van eHealth toepassingen het beste bevorderd worden? Gerritsen denkt dat onbekend onbemind maakt. “Er valt inderdaad nog een wereld te winnen. Maar ik zie de nu nog kleine groep gebruikers wel steeds groter worden. Succesvolle voorbeelden zijn de beste reclame. En die zijn er volop. Denk aan jongeren met diabetes die nu dankzij een slim apparaatje na het prikken meteen hun bloedwaardes in een app terugzien in plaats van ze handmatig bij te houden in een boekje voor de specialist. Direct de invloed van je acties terugzien, bevordert medicatietrouw en laat zien hoe een gezonde leefstijl loont. De patiënt wordt baas over zijn eigen gezondheid.”
 

Chavannes vindt dat er nog meer gekeken moet worden naar het concrete voordeel voor de patiënt. “Roepen dat iets fantastisch is, zorgt alleen maar voor meer weerstand bij de groep patiënten die de meeste baat zouden hebben bij eHealth-toepassingen maar ze niet willen gebruiken. Je moet daarom veel kritischer kijken naar de waarde van de interventie voor de patiënt: what’s in it for them? Vervolgens benader je de subgroep die daarvan het meeste profiteert. Als zij enthousiast zijn, kun je het succes verder uitbreiden naar andere subgroepen. Zo sloeg een app om trombosepatiënten zelf thuis hun bloedwaardes te laten checken, het beste aan bij de groep patiënten die twee keer per week naar de trombosedienst moest om bloed te laten prikken. Met de app kregen zij meer vrijheid, daarom werd het volop gebruikt. Dankzij hun positieve ervaringen werden zij ‘ambassadeur’ van de nieuwe toepassing.”

“Zorg verplaatst zich van de wachtkamer naar de huiskamer. Dat vind ik alleen maar positief.” 

Erik Gerritsen

Secretaris-generaal van het ministerie van VWS

Innovatie vraagt een langere adem

Heeft de overheid nog een rol te spelen in het bevorderen van eHealth? Chavannes zou een actieve rol van de overheid toejuichen, bijvoorbeeld met investeringen in praktisch onderzoek gekoppeld aan iedere nieuwe interventie. “Dan zie je: wat werkt wel en wat werkt niet. Zo kun je gericht investeren en toepassingen zo nodig bijsturen.” Dat onderzoek innovatie onnodig ophoudt, is volgens hem een hardnekkig misverstand. “Je kunt heel goed tegelijkertijd innoveren en onderzoeken. Ontwikkelen en evalueren gaan dan hand in hand. Er is geen sprake van tijdverlies en de ontwikkeling is veel meer gecontroleerd.” Ook zou hij graag zien dat het effect van een interventie over een langere periode wordt beoordeeld. “Innovatie is een proces dat tijd vraagt. eHealth-toepassingen maken de zorg niet meteen goedkoper, maar als je het effect over vijf tot zeven jaar bekijkt, zie je wel degelijk een positief effect. Helaas willen veel investeerders in nieuwe toepassingen al binnen drie jaar een return on investment zien. Dat staat succesvolle innovatie juist in de weg.” 

Iedereen aan boord

Ook Gerritsen ziet een rol voor de overheid. “Als  voorzitter van het informatieberaad zorg bevorderen wij samen met het hele veld de ICT-infrastructuur. Denk aan standaarden ontwikkelen voor gegevensuitwisseling en betrouwbare authenticatie en identificatie van gegevens. Daarnaast faciliteren we een goed klimaat voor innovatie, waardoor het ecosysteem kan floreren. Dat doen we door de awareness omtrent eHealth te verhogen – denk aan de nationale eHealth week, door bij te dragen aan netwerkvorming, bijvoorbeeld door bestaande regionale netwerken zoals Health Valley en Medical Delta te verbinden, en met instrumenten als health deals en health impact bonds, en een fast-track om sneller van start-up tot scale-up te komen. Er kan veel meer dan vaak gedacht wordt! Wie toch nog tegen belemmeringen in de bekostiging aanloopt, mag zich bij mij melden.” (contactgegevens bij biografie – red.)

 

Dat iedereen met innovatie aan de slag gaat, is immers cruciaal, vindt Gerritsen. “We hebben innovatie nodig om in de toekomst zeker te zijn van betere zorg, die voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is. Alle partijen in de zorg moeten aan boord zijn om dat te kunnen bereiken.”

Wie is Erik Gerritsen?

Erik Gerritsen (1962) is sinds 2015 secretaris-generaal bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
 

Gerritsen studeerde Politicologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en Bestuurskunde en Informatiemanagement aan de Universiteit van Amsterdam. In 2011 promoveerde hij op ‘De Slimme Overheid’. 
 

Hij deed binnen en buiten de rijksoverheid ruime ervaring op. Zo was hij tot juni 2015 bestuursvoorzitter bij Jeugdbescherming regio Amsterdam. Daarvoor was hij bij de gemeente Amsterdam gemeentesecretaris en kennisambassadeur. Eerder was hij plaatsvervangend secretaris-generaal en directeur Financiële en Economische Zaken bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Erik Gerritsen begon zijn carrière bij het Ministerie van Financiën. 

Erik Gerritsen
Niels Chavannes

Wie is Niels Chavannes?

Niels Chavannes (1972) is sinds 2015 hoogleraar Huisartsgeneeskunde bij de afdeling Public Health en Eerstelijnsgeneeskunde van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Zijn oratie ging over ‘E-health in Disease Management, Doel of Tool’.
 

Chavannes houdt zich bezig met eHealth en diseasemanagement. Hij onderzoekt onder meer de mogelijkheden voor zorgverleners en patiënten om digitaal gegevens uit te wisselen en patiënten mede verantwoordelijk te maken voor hun gezondheid. Hij had daarvoor binnen zijn vakgebied diverse academische en praktijkgerichte functies in Nederland en Shanghai, China.
 

Chavannes studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Maastricht. Hij promoveerde in 2005 met de dissertatie ‘Tracking and treating COPD in Primary Care: an integrated approach to diagnosis and therapy’ aan het onderzoeksinstituut Care and Public Health Research Institute (CAPHRI) van de Universiteit van Maastricht.  

Lees meer informatie op de website van de Future Health Index.

Future Health Index

Philips heeft begin 2016 in dertien landen grootschalig onderzoek laten doen onder patiënten en zorgprofessionals naar connected care. De uitkomsten van de Future Health Index vindt u hier.
 

Philips wil met deze jaarlijks terugkerende Future Health Index de impact van e-health en connected care onderzoeken. De uitdagingen waaraan de gezondheidszorg het hoofd moet bieden zijn immers groot. Wij delen de discussie graag met een breder publiek in de vorm van Future Health Chats: een dialoog met opinieleiders over de toekomst van de Nederlandse zorg.