Tijdlijn
125 jaar Philips

Philips Company Archives  

1891: Philips & Co.

 

In 1891 richt Gerard Philips samen met zijn vader Frederik Philips de firma Philips & Co op. Het bedrijf wordt in Eindhoven in een leegstaand bedrijfspand gevestigd. De concurrentie op de lampenmarkt is in die tijd al groot. Gerard maakt het verschil door zich volledig te richten op de massaproductie van gloeilampen. In 1895 wordt Anton Philips aangetrokken om de verkoop op zich te nemen. Dat blijkt succesvol te zijn. In 1895 worden er 200.000 gloeilampen verkocht. Drie jaar later al meer dan 1.000.000. Eind jaren ’90 is Philips & Co. één van de grootste producenten in Nederland en met 1.000 medewerkers de grootste industriële werkgever.

1892: De kooldraadlamp

 

De productie van kooldraadlampen komt in 1892 op gang. Tegen het einde van het jaar ligt de dagproductie op ongeveer 200 stuks. De uitdagingen waar Gerard voor staat blijven echter groot. Zo zijn er problemen met de betrouwbaarheid van pompen, instrumenten en de kwaliteit van de gloeidraad.

1893: De kooldraad

 

Op 23 februari noteert Gerard Philips een innovatieve doorbraak in zijn aantekeningenboekje. Hij ontdekt dat hij een betrouwbare kooldraad verkrijgt door de oven langzaam vóór te verhitten tot 300 graden Celsius en vervolgens enige uren fors te stoken tot boven de 2000. De jaarproductie stijgt vervolgens tot 45.000 lampen.

1894: Eerste winst

 

De exploitatierekening van Philips & Co. laat in 1894 voor het eerst een klein voordelig saldo zien. Om de aanloopverliezen over de eerste jaren te compenseren, verhoogt Frederik Philips het werkkapitaal van de onderneming van f 75.000 tot f 150.000.

1895: Anton Philips

 

Op verzoek van zijn vader en broer versterkt de 21-jarige Anton Philips in 1895 als 'koopman' het familiebedrijf. Er ontstaat een ware competitie tussen beide broers. Anton probeert meer te verkopen dan Gerard kan produceren en omgekeerd probeert Gerard meer te maken dan Anton kan afzetten. De productie stijgt tot 200.000 lampen op jaarbasis.

1896: Expansie

 

Frederik en Gerard besluiten de fabriek uit te breiden op een terrein aan de overkant van het riviertje de Vest. De totale vloeroppervlakte verdubbelt tot circa 2.500 m2. Hiermee wordt een fase ingeluid van decennialange permanente bouwactiviteiten.

1897: De stoomtram

 

Goede verbindingen voor het vervoer van personen en goederen zijn voor Philips & Co. van essentieel belang. De al uitstekende spoorwegaansluitingen van Eindhoven worden versterkt door de komst een stoomtram naar Reusel. Voor deze verbinding wordt de Emmasingel aangelegd.

1898: Rusland

 

Op 24-jarige leeftijd reist Anton Philips voor het eerst naar Rusland en bezoekt handelaren in steden als Sint-Petersburg, Moskou, Kiev en Odessa. In een paar weken tijd verkoopt hij vrijwel de volledige jaarproductie van Philips & Co. Legendarisch is zijn telegram aan Gerard na een order van de hofmaarschalk van het Winterpaleis in Sint-Petersburg met de woorden: ‘fifty thousand, fünfzig Tausend, cinquante mille’.

1899: Anton medefirmant

 

Anton wordt voor zijn bijdrage aan het succes van Philips & Co. beloont met een aanstelling tot medefirmant. Gerard behoudt de hoofdleiding over Philips & Co. In de praktijk opereren beide broers als gelijkwaardig, ze verpersoonlijken de perfecte symbiose tussen techniek en commercie.

1900: Ziekenpot

 

Als een van de eerste bedrijven in Nederland kent Philips een Ziekenpot. Bij ziekte krijgen werknemers een uitkering van 70% van het loon. De premie voor de Ziekenpot bedraagt tussen 1 tot 2% van het inkomen en wordt opgebracht door werknemers en onderneming samen.

1902: Mechanisatie

 

Door mechanisatie neemt de productiviteit aan het begin van de 20e eeuw sterk toe. Tussen 1902 en 1906 stijgt het aantal lampen dat op jaarbasis per arbeider wordt gemaakt van 6.200 naar 14.000 stuks. Het gevolg is dat de werkgelegenheid bij Philips in deze periode daalt van 600 naar 320 arbeiders.

1905: Eerste Philips octrooi

 

Omdat de Nederlandse Octrooiwet in 1869 buiten werking is gesteld, deponeert Gerard Philips zijn eerste octrooi in Duitsland. De onderneming zal in de jaren die volgen op vele tienduizenden vindingen octrooi aanvragen. Voor het beheer van alle rechten richt Philips in 1924 een eigen Octrooibureau op.

1906: Vrouwelijke werknemers

 

Ongeveer driekwart van het totale personeelsbestand bestaat uit voornamelijk jonge, vrouwelijke werkneemsters. Ze worden geworven in Eindhoven en omstreken alwaar het begrip “Philipsmeisje” alom bekend raakt.

1907: Philips metaaldraadlamp

 

In 1907 start Philips met de productie van metaaldraadlampen. Omdat het nieuwe productieproces gepaard gaat met grote financiële risico’s, wordt op 9 oktober door Gerard en Anton de N.V. Philips’ Metaalgloeilampenfabriek opgericht.

1908: Meer dan 1000 werknemers

 

In 1908 wordt de magische grens van 1000 werknemers gepasseerd. Het nieuwe personeel is sterk gevarieerd naar opleiding en achtergrond en komt voor een groot deel uit Noord- of West-Nederland.

1909: Philips' Geneeskundige dienst

 

In het Fabrieksreglement wordt vastgelegd, dat Philips aan werknemers en hun gezinsleden vrije huisartsenhulp en genees- en verbandmiddelen zal verstrekken. Er komt een volledig ingerichte polikliniek waar een arts en verpleegkundige hulp aanwezig zijn.

1910: Philipsdorp

 

Om nieuwe werknemers te kunnen huisvesten koopt Philips 18 hectare grond aan in Strijp. Uit het daar gebouwde eerste complex van 200 woningen ontstaat in de loop der jaren een complete woongemeenschap: Philipsdorp met o.a. een Philips bakkerij, een Philips drogisterij, een Philips sportveld en een Philips veldwachter.

1912: N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken

 

Op 29 augustus vindt de oprichting plaats van de N.V. Philips’ Gloeilampenfabrieken. Het doel van de vennootschap is het voortzetten van de zaken van de firma Philips & Co. Ook het bedrijf van de N.V. Philips’ Metaalgloeilampenfabriek is bij de reorganisatie inbegrepen en haar aandelen worden door de nieuwe N.V. overgenomen.

1913: Oprichting Philips Sportvereniging

 

 

Op 31 augustus, bij de viering van 100 jaar Onafhankelijkheid, wordt na de festiviteiten in Philipsdorp de Philips Sportvereeniging (PSV) opgericht voor het Philips personeel. Pas na 1928 werden er ook mensen van buiten Philips toegelaten. Sindsdien is PSV uitgegroeid tot een topclub, winnaar van vele landstitels, KNVB bekers en Europese titels. In 2013 vierden we samen het jubileumjaar.

1914: Het NatLab van Gilles Holst (1914 – 1946)

 

Op donderdag 23 oktober 1913 publiceerde de Nieuwe Rotterdamsche Courant de volgende advertentie:

Gevraagd een bekwaam, jong doctor in de natuurkunde, vooral ook goed experimentator. Brieven met inlichtingen omtrent leeftijd, levensloop en referenties aan de N.V. Philips’ Gloeilampenfabrieken Eindhoven.

 

In 1914 krijgt de 27-jarige fysicus dr. G. Holst van Gerard Philips de tweeledige opdracht een natuurkundig laboratorium van de grond te brengen en om over het natuurkundige aspect van de energiebesparende halfwattlamp al het mogelijke te weten te komen. “Ik krijg een heel labaratorium in te richten en zal allerlei metingen moeten doen die ons de formule van de gloeilamp zullen leren kennen”, schreef hij aan een vriend.


1915: Oprichting gasfabriek Strijp

 

Door de Eerste Wereldoorlog komt er geen aanvoer meer van sommige grondstoffen en halffabricaten uit het buitenland. In 1915 worden de tekorten nijpend en moet Philips aan argon zien te komen. Er wordt besloten om een eigen gasfabriek op te richten. De productie is zo groot dat er ook aan andere bedrijven kan worden geleverd.

1916: Predicaat 'Koninklijke'

 

Bij het 25-jarig bestaan valt Philips een bijzondere eer te beurt: De Hofcommissie van Hare Majesteit de Koningin reikt het predicaat ‘Koninklijke’ uit. Normaal gesproken komen alleen ondernemingen van minstens honderd jaar oud hiervoor in aanmerking. Het jubileum wordt groots gevierd, waarbij alle personeelsleden zijn uitgenodigd.

1917: Röntgenbuis

 

Gedurende de oorlogsjaren vragen artsen Philips hun kapotte röntgenbuizen te repareren, waarmee zij niet meer naar Duitsland kunnen gaan. Philips blijkt daartoe over voldoende kennis en middelen te beschikken en besluit uiteindelijk tot productie over te gaan. Het startpunt van innovatie op het gebied van gezondheidszorg.

1918: Radiobuis

 

In opdracht van ingenieur en versterkerproducent Hanso Idzerda wordt in samenwerking met het NatLab de productie van radiobuizen opgestart. Dat is het vertrekpunt van een activiteit die snel uitgroeit tot een divisie voor consumentenelektronica (consumer electronics). Vijftien jaar later zou Philips de grootste radiobuizenproducent van Europa zijn.

1921: Lichttoren

 

Eindhoven verandert in de jaren ’20 ingrijpend. Philips bouwt er binnen tien jaar meer dan 160.000 m2 fabrieken en kantoren, grotendeels in hoogbouw. Bij het spoor, achter Café Centraal ‘Tramhalt’, verrijst een nieuw hoofd-fabrieksgebouw. Het eerste deel daarvan wordt in 1921 in gebruik genomen. De tweede vleugel, met een hoekarchitectuur – de ‘Lichttoren’ – komt in 1922 gereed.

1925: de ‘Miniwatt’ radiolamp

 

In 1923 brengt Philips de ‘Miniwatt’ radiolamp op de markt. Dit is een elektronenbuis die veel minder elektrische energie nodig heeft dan de eerdere typen. Op 1 juni 1925 wordt besloten om de zelfstandige onderneming N.V. Philips Radio op te richten. Tot 1926 levert Philips uitsluitend radiolampen en diverse andere radio-onderdelen. In 1927 neemt Philips de eerste radio in productie.

1926: Philite

 

In 1923 begint Philips met een kleinschalige productie van bakeliet – het eerste plastic dat industrieel vervaardigd kon worden. De eerste bakelietproducten dienen als isolatiemateriaal, hulzen voor radiobuizen en de tweede helft van de jaren ’20 ook voor luidsprekers en radiokasten. Met de opening van de nieuwe bakelietfabriek op Complex-Strijp in 1930 zou bakeliet omgedoopt worden tot ‘philite’. Lang zou Philips de grootste kunststofproducent van Nederland blijven.