Innovation that matters to you

Op patiëntengroepen gericht gezondheidsbeleid: de grenzen, voordelen en bruggen

 

 

01-03-2016 Jeroen Tas

Tijdens het deze maand te houden HIMSS-jaarcongres wordt onder meer gesproken over de noodzaak van ingrijpende veranderingen in de zorgsector om te kunnen omgaan met grote maatschappelijke uitdagingen. Zelfs een leek zal uit een blik op de wereldwijde medische statistieken concluderen dat de situatie acuut begint te worden. Landen over de hele wereld hebben te maken met een groeiende maar tevens vergrijzende bevolking, in combinatie met een snel toenemende druk van chronische aandoeningen. Helaas lijden zowel mijn vader als mijn dochter aan een chronische ziekte. En aangezien ik zelf hoge bloeddruk heb, behoor ik ook tot een risicogroep. En qua gezondheidsprofiel is onze familie echt geen uitzondering.

Veel zorgaanbieders in de Verenigde Staten hebben groepsgerichte programma's opgezet om de gezondheid van mensen in risicogroepen te verbeteren (Population Health Management, PHM). Ze doen dit door de zorg dichter bij patiënten te brengen en door over te stappen van een reactief naar een proactief model dat is gericht op gezondheid en preventie in plaats van alleen de behandeling van ziektes. Doel van deze benadering is om mensen in staat te stellen zelf de regie te nemen over hun gezondheid, om het aantal ziekenhuisopnames en de duur daarvan te verminderen, en om heropnames te voorkomen met behulp van programma's voor ambulante zorg. Dergelijke programma's stellen ouderen tevens in staat om langer thuis te blijven wonen in plaats van in dure verzorgings- of verpleeghuizen.

Obstakel 1: aanpassen aan het digitale tijdperk

Een van de grootste obstakels voor succesvol, op patiëntengroepen gericht gezondheidsbeleid betreft het omgaan met de veranderingen die gepaard gaan met de invoering van nieuwe werkwijzen. Het zal bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om te gaan samenwerken in multidisciplinaire teams, zodat zorg op afstand kan worden verleend en duidelijk omschreven trajecten langs verschillende zorgomgevingen kunnen worden gevolgd. Adaptieve verandering is altijd lastig omdat het aanpassingen in processen, rollen en verantwoordelijkheden vereist, waarbij eerdere motivaties moeten worden losgelaten en alle betrokken partijen een nieuwe leercurve moeten doorlopen. De zorgsector is terecht geneigd om te vertrouwen op beproefde, wetenschappelijk onderbouwde werkwijzen die de veiligheid van patiënten en de kwaliteit van de zorg zo goed mogelijk waarborgen. Hoe waardevol deze werkwijzen in het verleden ook zijn geweest, ze moeten wel worden aangepast aan het digitale tijdperk als we echt vooruitgang willen boeken.

 

Net als bij elk nieuw initiatief kunnen we veranderingen alleen met succes doorvoeren als er een fundamentele herdefinitie van de denkwijze en capaciteiten van de desbetreffende organisatie plaatsvindt. Dit proces vereist begeleiding en deskundigheid op maat, de ontwikkeling van duidelijke strategieën om goede resultaten op korte termijn veilig te stellen, en de invoering van nieuwe modellen voor de lange termijn.

 

Obstakel 2: aanpassen van het vergoedingsmodel

Het tweede obstakel heeft betrekking op de vereiste aanpassingen van het vergoedingsmodel. De huidige zorgmodellen hebben hun oorsprong in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw en zijn gebaseerd op het principe van het betalen van een vergoeding voor de verleende dienst ('fee for service'). Ze zijn voornamelijk gericht op het behandelen van ziektes, niet zozeer op het bevorderen van gezondheid. Een dergelijk zorgmodel biedt weinig prikkels om strategieën voor preventieve zorg in te voeren of om ziekenhuisopnames te voorkomen, en legt minder nadruk op het betrekken van patiënten in het zorgproces. Ook worden patiënten minder aangemoedigd om zelf de regie over hun gezondheid in handen te nemen.

Obstakel 3: betrokkenheid bij eigen gezondheid

Het derde obstakel houdt verband met de overgang naar proactieve, mensgerichte zorg. Op patiëntengroepen gericht gezondheidsbeleid kan alleen succesvol zijn als patiënten en hun verzorgers worden betrokken bij het proces. Patiënten hebben met hun gedrag zelf de meeste invloed op hun eigen gezondheid, gevolgd door hun eventuele mantelzorgers, en pas daarna professionele zorgverleners. Effectief, op patiëntengroepen gericht gezondheidsbeleid vereist strategieën om individuele consumenten en patiënten te bereiken in alle stadia van hun leven – als kind, puber, volwassene en oudere – in plaats van alleen wanneer ze ziek worden.

 

Als we er in slagen om effectief contact te leggen met mensen en hen in staat stellen om de regie over de eigen gezondheid in handen te nemen, kunnen we hun gedrag in positieve zin beïnvloeden. Deze ontwikkeling wordt nu al zichtbaar, vooral bij jongere generaties. Zonder twijfel zal technologie hierbij een sleutelrol spelen, naarmate organisaties in toenemende mate zorgverlening op afstand zullen combineren met 'connected' apparaten, wearables en voorspellende gegevensanalyses. Op deze manier zullen ze het juiste evenwicht vinden tussen geavanceerde technologie en een mensgerichte benadering.

De intensieve zorg is één terrein waarop informatietechnologieën al een belangrijk verschil maken. Zorgorganisaties streven naar lagere kosten en betere zorgresultaten voor hun patiënten, en leidinggevenden kijken daarbij vaak eerst naar de afdeling intensieve zorg, aangezien deze verantwoordelijk kan zijn voor wel 50% van de sterfgevallen en een derde van de totale ziekenhuiskosten. Bij een 'Connected ICU'-programma werken artsen bijvoorbeeld samen met een team van specialisten die zorg op afstand verlenen. Patiënten worden voortdurend in de gaten gehouden, en een eventuele verslechtering in hun toestand wordt zo snel mogelijk herkend, zodat kan worden ingegrepen voordat er ernstige problemen ontstaan. Vorige week maakte Philips bekend dat het overeenkomsten heeft gesloten met nog eens vier vooraanstaande zorgaanbieders in de Verenigde Staten die hun zorgverlening willen verbeteren met onze eICU-programma's.

 

Hoewel leden van 'Generatie Y' waarschijnlijk vrij gemakkelijk gebruik zullen maken van draagbare bewakingsapparaten en nieuwe hulpmiddelen voor patiëntenparticipatie, is er één groep die zowel een grote uitdaging vormt als enorme kansen biedt: ouderen met meerdere chronische aandoeningen. Deze 'grootverbruikers' van gezondheidszorg zijn niet alleen de lastigste groep om zorg aan te verlenen, maar ze behoren ook tot de meest kwetsbare... en veruit meest kostbare patiënten. Hoewel ze slechts 5% van het totale aantal patiënten uitmaken, zijn ze verantwoordelijk voor wel 50% van de jaarlijkse zorguitgaven. Bij deze groep kan zelfs een kleine positieve gedragsverandering tot enorme kostenbesparingen leiden.

Je kunt je bijvoorbeeld gemakkelijk voorstellen dat een virtueel zorgcentrum niet alleen bedden op afdelingen voor intensieve zorg of algemene ziekenhuisafdelingen in de gaten houdt, maar ook patiënten thuis. We onderzoeken momenteel de mogelijkheden om de toegang tot zorg en middelen voor 'connected health' te verbeteren door ouderen, mantelzorgers en zorgaanbieders te laten samenwerken in een digitale omgeving die gepersonaliseerde zorg kan bieden door diverse gegevensbronnen te ontsluiten.

 

Obstakel 4: mogelijkheid van verzamelen, samenvoegen, analyseren en delen van gegevens

Medische gegevens vormen zowel het laatste obstakel als de grootste kans op weg naar effectief, op patiëntengroepen gericht gezondheidsbeleid. Er zijn tegenwoordig meer gezondheidsgegevens beschikbaar dan ooit, maar zorgorganisaties hebben moeite om deze gegevens vast te leggen, te standaardiseren en om te zetten in betrouwbare, bruikbare informatie. Gegevens op zich zijn betekenisloos zonder klinisch inzicht, en patiënten in cijfertjes vangen is niet hetzelfde als hen helpen.

Op patiëntengroepen gericht gezondheidsbeleid is alleen effectief als organisaties gegevens kunnen verzamelen, samenvoegen, analyseren en delen over alle factoren die van invloed zijn op iemands gezondheid, daarbij gebruikmakend van een toenemend aantal onderling verbonden applicaties en apparaten. Met behulp van tools voor voorspellende analyses kunnen zorgaanbieders bijvoorbeeld de bewaking van en zorgverlening aan patiënten verbeteren door bruikbare inzichten te combineren met wearables en bewakingsapparatuur.

 

Het goede nieuws is dat geen van deze obstakels onoverkomelijk is, maar we moeten ze wel geleidelijk uit de weg ruimen als we vooruitgang willen boeken. Dat vereist een combinatie van effectieve programma's, innovatieve technologie, gegevensanalyses en vooral een mensgerichte benadering. Gezien de omvang en reikwijdte van de veranderingen die nodig zijn, moeten alle belanghebbenden – consumenten, bedrijven en zorgorganisaties – hun krachten bundelen en een nieuwe kijk op ecosystemen in de zorgsector ontwikkelen.

 

Uiteindelijk moeten we allemaal eerlijk naar onszelf kijken en nagaan welke zaken ons tegenhouden. Op de lange termijn ben ik ervan overtuigd dat we meer zullen bereiken wanneer we onze zorgen onder ogen zien en als zorgverleners, consumenten, overheden en bedrijven eendrachtig samenwerken aan de oplossing.

 

 

Wil je op de hoogte blijven van al het nieuws, achtergrondverhalen, interviews en productinnovaties op het gebied van gezondheidszorg? Bezoek dan Medisch Perspectief.

 

Wij geloven dat er altijd een manier is om het leven te verbeteren. Daarom ontwikkelen we zinvolle innovaties voor elke fase in je leven. Ontdek meer via philips.nl/innovationandyou.

Jeroen Tas


CEO, Connected Care and Health Informatics, Philips

Jeroen Tas, CEO van het Philips-onderdeel Connected Care & Health Informatics, beschikt over ruim 30 jaar internationale ervaring als ondernemer en leidinggevende in de zorgsector, informatietechnologie en de financiële dienstverlening. Hij houdt zich voor Philips bezig met patiëntbewaking, gepersonaliseerde en op specifieke groepen gerichte zorg, klinische informatica en opkomende marktsegmenten.


Jeroen bevordert bij Philips de ontwikkeling van digitale zorgoplossingen die ‘connected’ patiëntgerichte zorg mogelijk maken en die zorgverleners, ziekenhuizen en zorgstelsels wereldwijd ondersteunen bij het behalen van betere resultaten, van gezond leven tot en met thuiszorg. Jeroens mentaliteit zien we terug in Philips’ inzet voor beter toegankelijke zorg, lagere kosten en hogere kwaliteit in alle segmenten van het gezondheidsspectrum.

Vóór zijn benoeming in zijn huidige functie was Jeroen de CEO van Philips Healthcare, Informatics Solutions Services, waar hij leiding gaf aan de activiteiten op het gebied van digitale zorg en klinische informatica. In zijn functie van Chief Information Officer (CIO) van Koninklijke Philips N.V. stuurde hij de wereldwijde IT-activiteiten van het concern aan. Dankzij de inspanningen van Jeroen en zijn team levert informatietechnologie nu een essentiële bijdrage aan de groei van Philips als onderling verbonden onderneming die in real time opereert.

Hij was medeoprichter, president, COO en vice-voorzitter van de Raad van Bestuur van MphasiS, een IT-bedrijf en BPO-dienstverlener (Business Processing Outsourcing) met een omzet van ruim 1 miljard USD. MphasiS werd in 2006 overgenomen door HP. Van 2007 tot 2008 was hij vice-president en algemeen directeur bij EDS, waarbij hij verantwoordelijk was voor alle Competency Centres wereldwijd.

Vóór zijn tijd bij MphasiS gaf Jeroen leiding aan Transaction Technology, Inc., het technologielaboratorium van Citigroup, waarbij hij verantwoordelijk was voor de innovatieve ontwikkeling van de klantgerichte systemen van de bank, waaronder internetbankieren en zelfbedieningsapparatuur. Eerder in zijn loopbaan vervulde hij functies op het gebied van internationale marketing en projectmanagement bij Digital Equipment en bij Philips in de Verenigde Staten, Europa en Azië.

Jeroen ontving in 2004 de ‘Entrepreneur of the Year Award’ van Ernst&Young in de categorie ‘informatietechnologie’ voor de regio New York. Verder is hij houder van de Dutch CIO of the Year 2013 Award, NASSCOM Global CIO Award 2014, World Innovation Congress 2014 CIO Leadership Award, CIO Net European CIO of 2014 Award, IT Executive 2014 Award en Accenture Innovator of the Year 2015 Award.

 

Jeroen Tas is geboren in Nederland en heeft zijn masterdiploma in computerwetenschappen en bedrijfskunde behaald aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

Volg Jeroen op:

LinkedIn

Blijf op de hoogte van alle #HIMSS16 gebeurtenissen door @PhilipsLiveFrom te volgen op Twitter.

Related Articles

The latest from Philips

twitter

facebook