Dit is de toekomst van bedrijven

Een circulaire economie wil economische groei loskoppelen van het gebruik van natuurlijke grondstoffen en ecosystemen door die grondstoffen effectiever te gebruiken. Het streeft naar innovatie door hergebruik van materialen, onderdelen en producten, en met nieuwe businessmodellen. Bij een circulaire economie zorgt het effectieve gebruik van materialen voor meer waardecreatie door kostenbesparingen, het ontwikkelen van nieuwe markten of het uitbreiden van bestaande markten.

Als je in de natuur iets vindt, merk je al snel dat het is verbonden met de rest van de wereld."

 

John Muir (1838-1914)

Schotse naturalist en milieubeschermer

Dit citaat van de Schotse milieubeschermer John Muir toont aan dat alles in onze wereld met elkaar verbonden is: elk geproduceerd materiaal is weer van groot belang voor iets anders. Het is daardoor een passende beschrijving van een economisch model dat snel aan kracht wint.
Bij een circulaire economie worden ruwe materialen en producten zo lang mogelijk hergebruikt. Het streeft ernaar om het afval van industriële systemen zo veel mogelijk te beperken, zodat bedrijven minder afhankelijk worden van eindige grondstoffen. Niet alleen moeten ze hierdoor nieuwe grondstoffen ontwikkelen, maar moeten er ook duurzame markten en toeleveringsketens worden ontworpen die voor langdurige groei kunnen zorgen.
Deze economische denkwijze wordt ondersteund door talloze onderzoeken: zowel The World Economic Forum als de Ellen MacArthur Foundation en McKinsey suggereren dat deze circulaire overgang kan leiden tot een economische groei van maar liefst 1 biljoen dollar. Het biedt daardoor een uitstekende kans voor bedrijven en klanten om afstand te nemen van de huidige wegwerpeconomie en een circulair model te omarmen.
Na onderzoek door het Waste & Resources Action Program blijkt dat een circulaire economie kan leiden tot een positieve handelsbalans van GBP 90 miljard in de Europese Unie, met extra werkgelegenheid voor 160.000 mensen in de terugwinning van materiaal."

Circulaire businessmodellen zijn ontworpen om bedrijven onafhankelijk te maken van grondstoffen. Oude producten krijgen een nieuwe bestemming of functie om aan de nieuwe eisen te voldoen. Hergebruik of remanufacturing zorgt niet alleen voor een behoud van de oorspronkelijke waarde van het materiaal, maar verbruikt ook minder energie en water dan traditionele vormen van productie of recycling.
Een treffend voorbeeld hiervan is de iPhone. Volgens een recent onderzoek behoudt een refurbished iPhone ongeveer 48% van zijn oorspronkelijke waarde, terwijl het slechts 0,24% van zijn waarde aan gerecyclede onderdelen bevat. Andere producten behalen mogelijk niet zo'n goed resultaat, maar hun hergebruikwaarde is nog steeds verrassend hoog. Het hergebruik van een ton textiel behoudt 9,6% van zijn oorspronkelijke waarde in vergelijking met recycling (0,4%), terwijl auto's 5,3% van hun oorspronkelijke waarde behouden vergeleken met de gerecyclede onderdelen (1,5%).
Een circulaire economie geeft het industriële concurrentievermogen en de werkgelegenheid zowel in binnen- als buitenland een boost. Het verbetert de productiviteit van grondstoffen en zorgt ervoor dat bedrijven minder afhankelijk worden van ruwe, onbewerkte materialen. Onderzoek van het Waste & Resources Action Program (WRAP) toont aan dat een circulaire economie kan leiden tot een positieve handelsbalans van GBP 90 miljard in de Europese Unie, met extra werkgelegenheid voor 160.000 mensen in de terugwinning van materiaal.
Ook consumenten hebben baat bij een circulaire economie. De creatie van businessmodellen met toegevoegde waarde verandert de manier waarop we omgaan met de goederen en diensten die we aanschaffen. Door klanten toegang te bieden tot een dienst en niet zozeer tot het product zelf ontstaat er een duurzamere consumptiemaatschappij. Dit zorgt ervoor dat de reputatie van het merk verbetert en klanten trouw blijven. Bedrijven die hun eigen gebruik van grondstoffen onder de loep nemen en niet bang zijn voor innovatie hebben al de eerste stap in de goede richting gezet.

Circulair ontwerp

Bij een circulaire economie speelt ontwerp een belangrijke rol. Bedrijven moeten samenwerken met ontwerpers om nieuwe eisenprogramma's te ontwikkelen voor producten en diensten die rekening houden met de betreffende levenscyclus. Dit leidt tot een sterkere samenwerking tussen de grootste belanghebbenden, zoals materiaalexperts, chemische wetenschappers, fabrikanten en recyclers. The Great Recovery Project biedt vier ontwerpmodellen die een grote kans van slagen hebben bij een circulaire economie: ontwerpen voor een langere levensduur, ontwerpen om te leasen, ontwerpen voor hergebruik in de productieketen en ontwerpen voor de terugwinning van materialen.
De grondstoffensystemen die deze ontwerpmodellen ondersteunen, moeten ook opnieuw onder handen worden genomen en dan het liefst tegelijkertijd met de ontwerpmodellen. Het heeft geen nut om een product voor demontage te ontwerpen als er nog geen mogelijkheid is om het product in te leveren en de onderdelen effectief te hergebruiken. Er zijn nieuwe overheidsregels en markten nodig om ontwerpen van afgedankte producten te stimuleren, maar ook een betere transparantie in de toeleveringsketen zodat afgedankte producten eenvoudig teruggevonden kunnen worden. Hier zijn drie voorbeelden van de manier waarop ontwerp kan bijdragen aan een duurzame consumptiemaatschappij. 

De cradle-to-cradle-stoel

Orangebox, een producent van kantoormeubilair, wil met minder materiaal duurzame producten maken die eenvoudig zijn te demonteren voor hergebruik. Hun pronkstuk is de ARA, een kantoorstoel die voldoet aan het cradle-to-cradle-principe en zo oneindig kan worden hergebruikt.
Vrijwel alle materialen (98%) van de ARA-stoel kunnen worden gerecycled. Volgens het cradle-to-cradle-principe worden alle chemische samenstellingen van ruwe materialen onderzocht om er zeker van te zijn dat ze opnieuw toegepast kunnen worden in hoogwaardige voorwerpen. Er mogen geen stoffen in de materialen zitten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid of voor de natuur als ze vrijkomen in de atmosfeer.
Om de waarde van de gebruikte materialen in deze stoel en andere producten te maximaliseren, heeft Orangebox een recyclingfabriek opgezet bij hun bestaande fabriek in het zuiden van Wales waar klanten hun producten kunnen inleveren. Gebruikte producten worden door het bedrijf verzameld. Als hergebruik niet meer mogelijk is, worden de meubels gedemonteerd en kunnen de materialen worden gerecycled.

Selectieve demontage voor fabrieken

Wear2 is een bewerkingsproces voor textiel voor het selectief demonteren van oude kledingstukken. Fabrikanten kunnen tijdens de ontwerpfase aangeven welke materialen ze voortaan willen scheiden van de rest, zoals ritsen, labels, knopen, logo's of merkjes. Dergelijke onderdelen kunnen dus worden verwijderd van bedrijfskleding of uniformen, zodat de kledingstukken makkelijker kunnen worden doorverkocht voor hergebruik.
Deze techniek is ontwikkeld door een consortium van organisaties, waaronder C-Tech Innovation, de universiteit van Leeds, Royal Mail Group en textielrecycler Oxfam Waste Save, en werd mede gefinancierd door het Technology Strategy Board. Er wordt een materiaal gebruikt met dezelfde eigenschappen als gewoon garen, maar het verliest zijn treksterkte als het wordt blootgesteld aan microgolfstraling. Hierdoor is het eenvoudig te verwijderen en laat het geen sporen achter op het kledingstuk.
Volgens de ontwikkelaars van wear2 is winstgevende en duurzame textielbewerking lastig vanwege het gebrek aan effectieve demontagetechnieken en de afwezigheid van ontwerpprotocollen voor afgedankte kleding. Toch zeggen ze dat ze met deze technologie de grote hoeveelheid kleding die elk jaar wordt weggegooid een nieuw leven kunnen geven, waarmee de textielindustrie een nieuwe bron van inkomsten krijgt.
Vrijwel alle materialen (98%) van de ARA-stoel kunnen worden gerecycled."

Je eigen smartphone samenstellen

Phonebloks is een smartphone volgens het Lego-concept, waarbij gebruikers losse onderdelen in een modulair mobiel platform kunnen vervangen of upgraden zonder de hele telefoon om te ruilen of weg te gooien. Dit houdt in dat een telefoon langer meegaat en kan worden gepersonaliseerd en aangepast aan de hand van kant-en-klare blokken (oftewel 'bloks'). De bloks zijn verbonden met de basis van de telefoon, zodat ze eenvoudig kunnen worden vervangen. Het uitgangspunt is dat de technologie niet stilstaat en dat telefoons dus ook steeds beter worden.
Volgens Dave Hakkens, de bedenker van Phonebloks, worden smartphones vaak weggedaan omdat een van de 'bloks' - zoals de accu, het scherm, de camera of de processor - kapot zijn of niet langer goed genoeg worden geacht. Het vervangen of upgraden van deze individuele bloks is een duurzame oplossing, vooral als gebruikers zelf kunnen kiezen welk type of welk merk ze willen: ze kunnen zelfs hun eigen bloks ontwerpen. Het systeem wordt gebouwd op een open platform, zodat ontwerpers, onderzoekers, ontwikkelaars, investeerders en merken samen aan nieuwe bloks kunnen werken.
Phonebloks werkt samen met Motorola, een bedrijf dat ook onderzoek heeft verricht naar een modulaire smartphone. Samen werken ze het concept verder uit en naar verwachting zullen de eerste prototypes binnenkort worden gepresenteerd.
Phonebloks is een smartphone volgens het Lego-concept, waarbij gebruikers losse onderdelen kunnen vervangen of upgraden in een modulair mobiel platform."

Hergebruik

Upcycling is een manier van recyclen waarbij afvalproducten worden verwerkt tot nieuwe, hoogwaardige materialen of producten die ook nog eens goed voor het milieu zijn. Upcycling wordt beschouwd als hergebruik omdat de originele samenstelling van het materiaal niet wordt gewijzigd, in tegenstelling tot conventioneel recyclen (oftewel downcycling). Omdat de techniek zich richt op het optimaliseren van het materiaal speelt het een grote rol in de circulaire economie. Hier volgen drie voorbeelden die laten zien hoe traditionele afvalstromen toegevoegde waarde krijgen, zodat ze kunnen worden verwerkt in andere producten.

De modieuze brandslang

 

Het modelabel Elvis & Kresse heeft zijn businessmodel gebaseerd op het inzamelen van afgedankte industriële producten, zoals oude brandslangen, vlaggen van veilingen en materiaal van militaire parachutes. Deze worden omgetoverd tot luxe accessoires, waaronder riemen, tassen en portefeuilles. Het bedrijf werkt samen met organisaties als de brandweer en met producenten en de detailhandel om het afvalmateriaal in te zamelen. In ruil voor deze gratis ruwe materialen schenkt het label 50% van de opbrengst aan goede doelen.

 

Upcycling is een manier van recyclen waarbij afvalproducten worden verwerkt tot nieuwe en hoogwaardige materialen of producten die ook nog eens goed zijn voor het milieu.

 

De meeste materialen worden grondig schoongemaakt voor ze in nieuwe producten worden verwerkt. Bij de brandslangen wordt bijvoorbeeld de buitenste laag verwijderd, zodat het felrode rubber met de nylon kern kan worden gesneden, genaaid en in riemen kan worden verwerkt. Elvis & Kresse zoekt naarstig naar bijzondere materialen die nog niet worden gerecycled:. Sinds de oprichting in 2007 heeft het label al zo'n 250 ton aan industrieel afvalmateriaal van de stortplaats gered en een tweede kans gegeven.

 

Het bedrijf is nu van plan om zijn werkzaamheden uit te breiden en nieuwe markten aan te boren voor bijvoorbeeld woonaccessoires. Het doet er ook alles aan om afval zoveel mogelijk te beperken door zijn eigen productieafval weer in nieuwe producten te verwerken.

Auto-onderdelen op basis van tomaten

 

Ford en Heinz doen onderzoek naar het gebruik van tomatenvelletjes als basis van nieuwe composietmaterialen voor auto-onderdelen. Onderzoekers van Ford voeren proeven uit met de duurzaamheid van tomatenvezels om erachter te komen of deze gebruikt kunnen worden als bioplastic voor bedrading en opbergvakken.

 

De samenwerking zou de oplossing kunnen betekenen voor een langdurig probleem waar Heinz mee kampt. Het bedrijf zoekt namelijk nieuwe manieren voor het hergebruik van de velletjes, steeltjes en zaadjes van de twee miljoen ton tomaten die jaarlijks worden gebruikt voor de beroemde ketchup. Hoewel het onderzoek nog in de kinderschoenen staat, is technologisch bewezen dat het proces mogelijk is.

 

Het experiment maakt deel uit van een uitgebreider initiatief van Ford om duurzame, lichte en biologische composietmaterialen te ontwikkelen en zo het gebruik van petrochemicaliën te verminderen. Het huidige biologische materiaalprofiel bestaat uit rijstvliezen voor draadhaakjes, kussens van sojaschuim en dashboardonderdelen op basis van cellulosevezels.

Van visnetten tot vloeren

 

Oude visnetten worden omgetoverd tot tapijttegels onder de naam Net-Works, een samenwerking tussen de Zoological Society of London, de Project Seahorse Foundation for Marine Conservation, garenproducent Aquafil en tapijtfabrikant Interface. Het streven is om niet alleen het afval in de zeeën en oceanen te verminderen, maar ook om nieuwe bronnen van inkomsten te genereren voor visserijen in de armste kustgebieden.

 

Omdat visnetten van nylon zijn, vormen ze het ideale materiaal voor tapijtgaren. Door deze netten te verzamelen, zag Interface de kans om een alomvattend bussinessmodel op basis van een gesloten kringloop op poten te zetten. Het bedrijf heeft in samenwerking met garenleverancier Aquafil een proces in upcycling ontwikkeld om gebruikt nylon - niet alleen van visnetten, maar ook van oude tapijten en industrieel restafval - te verwerken tot 100% gerecyclede nylonvezels met dezelfde kwaliteit en performance als onbewerkte vezels.

 

De plannen van Net-Works begonnen in 2012 als een pilotproject bij vier visserijen bij de Danajon Bank op de Filipijnen. In de eerste maand werd er een ton aan netten verzameld om te recyclen. Sindsdien zijn er steeds meer plaatselijke gemeenschappen betrokken bij het project en worden de plannen mogelijk uitgebreid naar andere regio's, zoals India en West-Afrika.

 

De circulaire economie gaat uit van het delen van fysieke grondstoffen door een collaboratieve consumptie, waarbij klanten betalen voor de voordelen van het gebruik van een product en niet zozeer voor het bezit ervan. Bedrijven verkopen het gebruik van hun producten door leasing of door klanten toegang te geven tot arrangementen. De bedrijven blijven daarbij de eigenaar van het product, waarvan de levensduur wordt verlengd door onderhoud, reparaties en hergebruik.

Delen

Sommige productgroepen zullen meer baat hebben bij een dienstenmodel dan andere. The Guardian deed onlangs onderzoek, waaruit bleek dat de meeste ondernemers (66%) van mening zijn dat technologische hardware/apparatuur de meeste waarde toevoegt als product-dienstenmodel, gevolgd door elektronische apparatuur (56%) en auto's, autobanden en auto-onderdelen (51%). Deze drie productgroepen werden ook door klanten genoemd als de drie interessantste productgroepen voor dienstenmodellen.
Product-dienstenmodellen kunnen meerdere vormen aannemen, waaronder betaling voor gebruik, huren of delen, leasen en pooling/multi-access. De volgende voorbeelden laten zien hoe traditionele producten opnieuw werden uitgevonden als diensten.

Het verkopen van licht in plaats van lampen

Philips verkoopt licht al als een dienst, waarbij klanten betalen voor de performance van lumens (de eenheid van lichtstroom) en niet voor de tastbare onderdelen van een lamp of fitting. De zogenaamde 'pay per lux'-oplossing van het bedrijf levert diverse klanten aanzienlijke energiebesparingen op, zoals de National Union of Students (NUS) en de Washington Metropolitan Area Transit Authority (WMATA).
De NUS-kantoren in Londen zijn voorzien van LED-lampen van Philips, die ze leasen door middel van een betalingsregeling met een vast tarief. Als de NUS meer energie verbruikt dan gepland, krijgt het geld terug van Philips. Hierdoor wordt Philips financieel geprikkeld om een energiezuinige service te bieden. Bovendien hoeft de klant vooraf geen extra kosten te maken en betaalt hij gedurende de looptijd van het contract - in dit geval 15 jaar - een vaste prijs.
Philips heeft ook een op maat gemaakte oplossing gevonden voor de WMATA door meer dan 13.000 lampen in garages te vervangen door LED-lampen. Hierdoor vermindert het energieverbruik met 68% per jaar en wordt er 11.000 ton aan CO2-uitstoot bespaard. Veel steden zijn nog niet overgestapt op de efficiëntere LED-lampen vanwege de prijzige investering. Bij de huidige oplossing zijn er echter geen kosten vooraf vanwege het bijbehorende onderhoudscontract dat tien jaar lang de performance garandeert. Het WMATA bespaart hiermee 600.000 dollar aan onderhoudskosten.
Philips werkt hard aan het verder ontwikkelen van het product-dienstenmodel. Als deze activiteiten worden uitgebreid, kunnen de plannen de weg vrijmaken voor een gloednieuwe manier om verlichting aan te schaffen.
Een recent onderzoek van The Guardian toonde aan dat het grootste deel van de ondernemers vindt dat technologische hardware/apparatuur de meeste waarde toevoegt als product-dienstenmodel."

Zou je een spijkerbroek huren?

Lease A Jeans is een modieus concept dat werd geïntroduceerd door Mud Jeans. Klanten kunnen een jaar lang een spijkerbroek huren. Hierna kunnen ze de broek houden, ruilen of terugsturen. Aan het eind van het leasecontract worden de teruggestuurde spijkerbroeken opnieuw verwerkt, zodat de ruwe materialen en gerecyclede vezels in nieuwe kleding kunnen worden gebruikt.
Het bedrijf wil een circulaire mode-industrie opzetten op basis van gebruik en van bezit. Tijdens de leaseperiode is er een gratis reparatiedienst en als klanten ervoor kiezen om de spijkerbroek te houden, kunnen ze de versleten jeans later alsnog terugbrengen en laten recyclen. Mud Jeans verzamelt nu ook materialen voor andere nieuwe kledinglijnen met onder meer hoodies, die je weer kunt huren via Lease A Fleece.
Onlangs onderzocht het bedrijf hoeveel mensen bereid zijn te betalen voor duurzame kleding. Ongeveer 800 mensen kregen de kans om een bod uit te brengen op een spijkerbroek van Mud Jeans. Sommigen kregen de broek te zien met het logo van duurzame kleding en het leasecontract, anderen niet. De uitslag toonde aan dat mensen bereid waren om 12% meer te betalen om de broek te leasen ten opzichte van conventionele verkoopmodellen.
Het bedrijf wil een circulaire mode-industrie opbouwen op basis van het gebruik en niet op het bezit van kleding." 

Betaalbare huur van keukens

De Zweedse meubelgigant IKEA werkt aan een plan om keukens aan klanten te leasen als onderdeel van een groter duurzaamheidsinitiatief voor het hergebruik van ruwe materialen. Het bedrijf wil betaalbare keukens aanbieden met een langdurig leasecontract, waarbij klanten de producten aan het eind van hun levensduur terugbrengen voor hergebruik of om te recyclen.
Steve Howard, chief sustainability officer van IKEA, gaf aan dat dit initiatief de weg kan vrijmaken voor slimmere consumptie in de detailhandel, waarbij er minder waarde wordt gehecht aan eigendom. Het bedrijf lanceerde in Frankrijk al een campagne voor de winkelverkoop van door klanten aangeleverde gebruikte meubels. Tijdens de proefperiode van twee maanden bleek dit een groot succes en 24 van de 28 betrokken winkels hebben besloten dit initiatief voort te zetten.
De Zweedse meubelgigant IKEA werkt aan een plan om keukens aan klanten te leasen als onderdeel van een groter duurzaamheidsinitiatief voor het hergebruik van ruwe materialen."

Het wegvallen van grenzen

De circulaire economie staat nog in de kinderschoenen. Het systeem waar we in werken moet circulair zijn en dit houdt in dat we problemen moeten oplossen betreffende regulatie, samenwerking, bestuur, dynamiek in de toeleveringsketen, transparantie van gegevens en culturele mentaliteit. Een van de grootste problemen is het feit dat producten vaak niet worden ingeleverd en dat er nog onvoldoende industriële infrastructuur is om afvalproducten te hergebruiken. Volgens bedrijven die deelnamen aan het onderzoek van The Guardian is dit de grootste belemmering voor het bereiken van een circulaire economie.
Het is zeker mogelijk om nationale en internationale recyclingsystemen te hervormen, zodat materialen op gestroomlijnde wijze kunnen worden verzameld en verwerkt. Zo kan de remanufacturing worden verbeterd, maar er zijn ook nieuwe waardenetwerken nodig. Deze waardenetwerken - op basis van intelligente retourlogistiek en faciliterend beheer van producten en materialen - ondersteunen de eerder genoemde alternatieve businessmodellen.
Bedrijven zijn nog te terughoudend om deze verandering door te voeren. De respondenten van het onderzoek door The Guardian noemden het gebrek aan kennis om over te gaan op een circulaire economie de op één na grootste belemmering. Daarnaast werden ook de boekhouding, het financiële plaatje, de marketing en waardecreatie genoemd als mogelijke problemen.
Dit suggereert dat de circulaire economie in de basis van het bedrijfsleven moet worden geïmplementeerd en dat het een rol moet spelen in de dagelijkse werkzaamheden van een organisatie. Het gebruik van de juiste taal om werknemers bij de activiteiten te betrekken en de inkoop zijn van groot belang, aldus recent onderzoek. De trend van 'servitization', waarbij diensten met toegevoegde waarde naast de producten worden aangeboden, biedt houvast voor het ontwikkelen van een circulaire economie in deze sector.
Uit het onderzoek van The Guardian bleek ook dat veel bedrijven vrezen dat er nog niet genoeg vraag is naar meer circulaire producten, aangezien er aan deze goederen ook vaak een bepaald prijskaartje hangt - in ieder geval op korte termijn. Dit gebrek aan aantrekkingskracht werkt belemmerend. Bedrijven moeten dan ook een nieuwe manier bedenken om deze markt te benaderen en zo de interesse van de klant en de consument te stimuleren.
Vooral in de internationale toeleveringsketens zijn er nog enorme uitdagingen met betrekking tot de toevoer van circulair materiaal en het innovatieniveau dat nodig is om deze systemen te vernieuwen. Eén enkel bedrijf heeft weinig invloed op zijn leveranciers, laat staan op andere organisaties in de keten, en kan in zijn eentje niet de dialoog aangaan of de juiste gegevens verzamelen.
Naarmate de behoefte aan innovatie toeneemt, zullen bedrijven verder moeten kijken dan hun traditionele werkwijzen en moeten samenwerken met onconventionele groepen, zoals creatieve ontwerpers, systeemdenkers en futuristen.
Een van de krachtigste tools om een circulaire en herstellende economie van de grond te krijgen, is het tot stand brengen van een mentaliteitsverandering door middel van educatie."

En nu?

Een van de krachtigste tools om een circulaire en herstellende economie van de grond te krijgen, is het tot stand brengen van een mentaliteitsverandering door middel van educatie. Om onze economische modellen opnieuw in te richten, moet niet alleen het hele systeem worden gereorganiseerd, maar moeten ook de businessmodellen worden aangepast. Fabrikanten en winkeliers moeten zichzelf bijvoorbeeld niet langer zien als de makers en verkopers van producten, maar als samenwerkende aanbieders van diverse diensten.
Op grotere schaal zal er meer vraag zijn naar nieuwe vaardigheden, met name op het gebied van STEM-vakken (Science, Technology, Engineering and Math, oftewel exacte wetenschappen, technologie, techniek en wiskunde). Dit is alleen mogelijk als de circulaire economie deel uitmaakt van de nationale leerplannen. Gerespecteerde denktanks als The Aldersgate Group roepen op tot onderwijshervormingen zodat leerlingen en studenten kennis kunnen maken met de nieuwe benadering van productontwerp, technologieën, materialen en energiestromen.
Om dit te bereiken, verzorgt de Ellen MacArthur Foundation (EMF) een reeks educatieve programma's in het voortgezet onderwijs en op universiteiten. De stichting heeft lespakketten ontworpen voor leraren en docenten, waarmee ze creatieve onderwerpen kunnen integreren in STEM-vakken. Vorig jaar ontwikkelde de universiteit van Bradford de eerste masteropleiding in circulaire economie in samenwerking met het EMF en vooraanstaande bedrijven. Hieruit blijkt een toenemende vraag naar een samenhangend academisch kader.
Er is ook een dringende behoefte aan internationale samenwerking tussen wereldleiders om deze beweging internationaal te steunen. Overheden spelen een belangrijke rol in het stimuleren van circulaire producten en efficiëntere processen. Het is ook van groot belang dat regionale beleidsregels op dezelfde lijn zitten, om te voorkomen dat er bijvoorbeeld problemen ontstaan bij het verhandelen van materialen over lange afstanden.
De overheid kan dit proces positief beïnvloeden, onder meer door het stellen van targets voor afvalpreventie, het stimuleren van ecodesign en industriële symbiose, en de ontwikkeling van internationale, circulaire product-dienstenstandaarden. Het circulaire kader van de Europese Commissie, de meest progressieve gerelateerde wetgeving tot nu toe, probeert hieraan bij te dragen.
Nu steeds meer landen verlangen naar een circulaire economie moeten we vooral letten op de Schotse overheid, de Danish Business Authority in Denemarken en Wallonië in het zuiden van België. Deze drie regio's werken samen met het EMF om de beste internationale aanpak met elkaar te delen terwijl ze capaciteit opbouwen en nieuwe markten ontwikkelen.

Deze content is geproduceerd door Guardian Labs, de commerciële content-afdeling van Guardian News and Media, in overeenstemming met Philips.

Vormgeving door Mandy Barker.