Speech Henk van Houten Opening tentoonstelling Museum Boerhaave ‘100 jaar uitvindingen, made by Philips Research’

december 18, 2013

Dames en Heren,
 
Elk kind heeft een bron van inspiratie nodig, en helden als rolvoorbeeld. Mijn belangstelling voor techniek werd al vroeg gewekt door het bouwen van hijskranen of auto’s met echt werkende versnellingsbak met de Meccano van mijn vader. Fascinerend was een bezoek aan het Evoluon in Eindhoven, waar jonge bezoekers zelf mochten experimenteren en demonstratiemodellen konden bedienen.
 
Het jongensboek dat mij misschien wel het meest geinspireerd heeft heette: “Elektriciteit Thuis”, geschreven door de gebroeders Van Oorschot. Hierin werden de geheimen onthuld van statische en galvanische elektriciteit, van transformatoren en lampen, dynamo’s en generatoren, radio en televisie. Heel bijzonder waren de verhalen in dit boek over helden van de techniek zoals Alexander Graham Bell, die met behulp van de eerste werkende telefoon ter wereld de historische woorden sprak tot zijn assistent: “Watson, kom snel, ik heb je nodig”! Of over Thomas Alva Edison, de brilliante uitvinder die werkzaam als conducteur op een trein zijn eerste uitvindingen deed in een laboratorium verborgen in een goederenwagon. Edison, die de eerste praktische en verkoopbare gloeilamp ontwikkelde, en die later aan het hoofd stond van het eerste industriele research lab ter wereld.
 
Daardoor gestimuleerd, bouwde ik mijn eigen oscilloscoop, en deed ik proeven in mijn eigen elektronika lab, thuis op zolder. Door deze fascinatie met wetenschap, techniek, uitvinders, en hun enorme invloed op de maatschappij – teweeggebracht door baanbrekende nieuwe toepassingen – koos ik voor de studie natuurkunde in Leiden – de stad waar Gilles Holst als assistent van Kamerlingh Onnes supergeleiding ontdekte. Dezelfde Gilles Holst die wij met respect gedenken als de grondlegger en eerste directeur van het Philips Natuurkundig Laboratorium dat volgend jaar 100 jaar bestaat.
 
Het verheugt me daarom zeer dat juist het Museum Boerhaave in Leiden het initiatief heeft genomen voor een tentoonstelling over 100 jaar Philips Research. Met alle aandacht voor de technologische doorbraken die wij bij Philips hebben gerealiseerd, maar ook voor onze uitvinders en onze onderzoekscultuur. Aandacht ook voor de enorme invloed van onze uitvindingen op de maatschappij. Ik hoop dat deze tentoonstelling vele jonge onderzoekers in spé zal inspireren te kiezen voor een loopbaan in wetenschap en techniek.
 
Wat maakt het nou zo spannend en bevredigend om bij Philips Research te werken? Een van de beroemde 10 regels van Holst – opgetekend door een andere beroemde directeur van Philips Research, Hendrik Casimir, luidde: “Deel een laboratorium niet in naar verschillende vakken, maar maak multidisciplinaire werkgroepen”. Deze regel geldt nog steeds. De unieke sterkte van ons lab is de enthousiaste samenwerking tussen onderzoekers met heel verschillende achtergronden – van natuurkundigen, electronici, en informatici, tot cognitief psychologen en industrieel ontwerpers. Die onderzoeksteams hebben een gemeenschappelijk doel: iets te scheppen dat nog niet bestaat, en daarmee een concreet probleem op te lossen dat er werkelijk toe doet.
 
De onderzoeksthema’s waaraan wij werken zijn mede gemotiveerd door de grote maatschappelijke vraagstukken, zoals de verouderende bevolking, het energievraagstuk, de sterk stijgende kosten van de gezondheidszorg.
 
Maar de echte inspiratie van onze onderzoekers komt van de uitdaging gesteld door een heel concreet probleem, dat vertaald kan worden in een innovatiedoelstelling. Hoe kunnen we er voor zorgen dat de slaagkans van behandelingen van kanker vergroot wordt door een veel preciezere diagnose? Met welke techniek wordt het mogelijk om een patiënt met hartritmestoornissen via een kathetheroperatie definitief te genezen? Hoe kunnen we met slimme software beslissingsondersteuningsystemen ontwikkelen voor artsen, zodat de optimale behandeling wordt gekozen voor een specifieke patient? Hoe voorkomen we tandbederf door optimale gebitsreiniging? Hoe kunnen we het energiegebruik van verlichting zo sterk verlagen dat we in de wereld veel minder kerncentrales nodig hebben? Hoe creëren we omgevingen met intelligent licht, waarmee steden en gebouwen leefbaarder worden, met een positief effect op de gemoedstoestand van mensen? Hoe kunnen we groente en fruit beter telen door het aanbieden van gekleurd licht en een geconditioneerde omgeving?
 
Bij al onze onderzoeksprojecten – hoe technisch de oplossing uiteindelijk ook is - staat uiteindelijk de mens centraal. Dat is het geheim van innovatie die er werkelijk toe doet.
 
Vandaag openen we niet alleen een heel bijzondere tentoonstelling – er verschijnt ook een prachtig boek over 100 jaar Philips Research. Het is mijn stellige overtuiging dat de invloed van techniek op de maatschappelijke ontwikkelingen, op onze geschiedenis, sterk onderbelicht is. Op school leren we terecht van alles over de tachtigjarige oorlog, over godsdiensttwisten, over generaals en dictatoren. Over beroemde schrijvers, en politici. Maar te weinig over mensen zoals Martinus van Marum, de “elektriserende geleerde” die de drijvende kracht was achter de bouw van het prachtige Teylers Museum. Over mensen zoals Herman Boerhaave, die gezien kan worden als de pionier van het moderne academische ziekenhuis. Of over onze Nobelprijswinnaars natuurkunde, zoals Lorentz, Zeeman, van der Waals, of Kamerlingh Onnes. Ook relatief weinig over de enorme invloed van uitvindingen zoals de stoommachine die de wereld ontsloot via de stoomtrein, en die de industriele revolutie mogelijk maakte via de mechanisering van de productie. Weinig ook over de enorme invloed van de industriele onderzoekslaboratoria na de tweede wereldoorlog, en de omwenteling die ze teweeg brachten door de ontwikkeling van de vaste-stof elektronika, de IC technologie, digitale technologie, beeldschermen, en telecommunicatie systemen en standaarden.
 
De opkomst van de computer en de mobiele telefoon, de enorme bloei van het internet, de moderne medische techniek, energie-efficiënte LED verlichting – niets van dit alles was zonder deze industriele laboratoria mogelijk geweest. Gelukkig geven we op scholen inmiddels meer aandacht aan dit soort onderwerpen via JetNet lessen, gegeven door het Jongeren en Technologie Netwerk Nederland, een heel bijzondere samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overhead die als doelstelling heeft technologie tot leven te brengen.
 
De industriele laboratoria waren natuurlijk niet in hun eentje verantwoordelijk voor al deze baanbrekende innovaties. Steeds is er ook een buitengewoon vruchtbare samenwerking geweest tussen wetenschap en techniek – tussen industrie en universiteit. Zoals Freeman Dyson stelt in zijn inspirerende boekje The Sun, The Genome, and the Internet: “Science will continue to generate unpredictable new ideas and opportunities. And human beings will continue to respond to new ideas and opportunities with new skills and inventions. We remain toolmaking animals, and science will continue to exercise the creativity programmed into our genes.” Ook Casimir’s bekende Wetenschap-Technologie spiraal verwijst naar deze wederzijdse creatieve bevruchting. Wat ons daarbij als academische en industriële onderzoekers verenigd, is de nieuwsgierigheid naar hoe dingen werken, de passie om iets te scheppen dat er nog niet was, en iets na te laten dat er werkelijk toe doet.
 
Ik dank u voor uw aandacht.