Speech by Frans van Houten at AcTI Innovatie Conferentie, 27 October 2011: "Grand Challenge: Health and Ageing" (Nederlands)


Gesproken woord heeft prioriteit

oktober 27, 2011

Geachte minister, geachte voorzitter, dames en heren,

 

In deze spannende economische tijden is het goed om met u te praten over innovatie als oplossing en inspiratiebron voor de gezondheidszorg in een vergrijzende samenleving. Door innovatie kunnen we immers de kwaliteit en de efficiëntie van onze zorg verhogen en de kosten beheersen. En tegelijk kunnen we onze economie ermee versterken. Niet voor niets wordt de gezondheidszorg wel de groeimotor van de 21e eeuw genoemd. Als we in Nederland innovatie in de zorg de ruimte geven, kunnen we een voortrekkersrol spelen, binnen Europa en de rest van de wereld.

 

Daarbij moeten we de patiënt en de zorgverlener centraal stellen en de hele zorgcyclus als uitgangspunt nemen: preventie, diagnose, behandeling en nazorg. Voor ieder van die fasen moeten we zinvolle producten ontwikkelen. Daarbij is de impact van zo’n innovatieve oplossing op de hele zorgcyclus graadmeter, we moeten over de grenzen van iedere fase heen kijken. De verschillende fasen behoren naadloos op elkaar aan te sluiten. We moeten zeker voorkomen dat deelbelangen in de zorg de introductie van goede nieuwe oplossingen belemmeren. Ik wil vandaag graag benadrukken dat we de belangen van alle stakeholders in de gezondheidszorg moeten stroomlijnen om innovatie echt effectief te maken. En ik wil aanstippen wat we samen kunnen doen om innovatie te bevorderen, in Nederland en in Europa.

 

Innovatie en nieuwe technologieën kunnen de efficiëntie van gezondheidszorg structureel verhogen, wat zal leiden tot het beheersbaar maken van de kosten. De perceptie dat nieuwe technologie gezondheidszorg per definitie duurder maakt, klopt niet. De kosten voor de aanschaf van medische apparatuur bedragen minder dan 2% van het totale zorgbudget. Personeelskosten zijn verreweg de belangrijkste kostenpost in de zorg – ruim 70%! – en juist innovatie kan helpen om die kosten te beperken, om het groeiende personeelstekort te verzachten en tegelijk kwaliteit van de zorg te verbeteren. Door goede, snelle zorg kunnen ouderen bovendien langer productief blijven en kunnen patiënten en de familieleden die hen verzorgen eerder weer aan de slag. Die economische winst moeten we ook meenemen bij het vergelijken van kosten en baten van investeringen in de zorg.

 

Het is welbekend dat de uitdagingen in de gezondheidszorg enorm zijn. Onze samenleving vergrijst in rap tempo. Het aantal patiënten met chronische aandoeningen neemt toe. Er is onvrede over de kwaliteit van de zorg. Tegelijkertijd dreigt een personeelstekort en stijgen de kosten van de gezondheidszorg sterker dan ons BBP. Er zijn namelijk ongeveer een half miljoen meer medewerkers nodig voor de gezondheidszorg. En als de huidige kostengroei doorzet, dan zit de zorgsector in Nederland in 2030 ver boven de 20% van het BBP, zo berekende het Centraal Plan Bureau onlangs. Dat is niet duurzaam. Buiten Nederland is het niet anders. We moeten meer aan preventie en vroege, effectieve behandeling gaan doen. Zoniet, dan zal in het jaar 2050 naar schatting 50% van de bevolking in de westerse wereld aan een chronische aandoening lijden.

 

Op technologisch vlak is er reeds veel bewezen, en het het gaat er nu om, om dit in de praktijk te brengen. We hebben al een heleboel producten en diensten ontwikkeld om de uitdagingen in de gezondheidszorg aan te gaan, en er zit nog meer in de pijplijn. De FME heeft onlangs een brochure gepubliceerd onder de veelzeggende titel ‘1001 zorgoplossingen’. Daarin staat niet alleen een goede analyse van de manier waarop innovatie de gezondheidszorg kan helpen, maar ook veel bestaande oplossingen voor alle fasen van de zorgcyclus.

 

Laat ik de beschikbaarheid van technieken illustreren door verschillende fasen van de zorgcyclus langs te lopen.

Preventie is de beste vorm van zorg. We weten allemaal dat met een goede levensstijl – gezond eten, genoeg bewegen - een wereld te winnen is. Er zijn inmiddels producten op de markt die mensen helpen om een gezonde levensstijl te ontwikkelen. De dagelijkse activiteit wordt via een klein, draagbaar apparaatje continu gemeten en doorgezonden naar een monitoringscentrum. Op basis daarvan krijgt de gebruiker on-line motiverend advies voor verbetering.

 

Voldoende nachtrust is ook een belangrijk ingrediënt van gezond leven. Net als enkele andere ondernemingen en universiteiten houden we ons als Philips zeer actief bezig met het onderzoeken van slaapgedrag en het ontwikkelen van oplossingen voor slaapstoornissen. Zo zijn we onder meer in samenwerking met de Universiteiten van Twente, Antwerpen en het Duitse Herdecke bezig met een pilot-project, waarbij we met een nieuw ontwikkelde screeningsoplossing slaapapneu vroegtijdig kunnen helpen ontdekken.

 

Voor alleenwonende ouderen betekent preventie vaak voorkomen dat een ongelukje uitgroeit tot een medisch probleem. Er zijn inmiddels al alarmcentrales voor ouderen waarbij een val automatisch geregistreerd wordt. De oudere persoon draagt een apparaatje met sensoren die constant de belangrijkste bewegingen meten en via een ingebouwde microprocessor vergelijken met wat normale bewegingen zijn. Bij afwijkingen die op een val wijzen, wordt de centrale zonodig automatisch gewaarschuwd. Andere innovaties die zelfredzaamheid van ouderen bevorderen variëren van bloeddrukzelfmetingen tot controle op inname van medicijnen, van geavanceerde scootmobiels tot stoelen met een ‘opsta’ hulp.

 

Ook screening en vroege, accurate diagnose kunnen de gezondheidszorg dramatisch verbeteren en de fase van behandeling ontlasten. Dit is enorm belangrijk bij hart- en vaatziekten. Ook hier maken we goede technische vooruitgang. Bij Philips hebben we bijvoorbeeld enige jaren geleden een ultrasound systeem ontwikkeld, dat tot op de dag van vandaag uniek is. Door middel van een zeer innovatieve en compacte transductor die door de arts in de slokdarm van de patient wordt ingebracht - de slokdarm loopt namelijk vlak langs het hart - kan hij real-time en in 3D zien hoe het bloed langs de hartkleppen stroomt. Dit stelt de arts in staat te zien of de hartkleppen OK zijn, gerepareerd moeten worden of vervangen.

 

Net zoals er oplossingen zijn voor hart- en vaatziekten zijn die er ook voor kanker en andere ziekten. Zo kunnen we de biopsie van verdacht weefsel bij prostaatkanker sterk verbeteren door gericht alleen het verdachte kankerweefsel en geen omringend weefsel uit te nemen. Dat kan met behulp van een slimme combinatie van moderne medische beeldtechnieken.

 

Voor een toenemend aantal chirurgische behandelingen zijn er tegenwoordig ook minimaal invasieve alternatieven, die minder belastend, riskant en kostbaar zijn. In plaats van een open hartoperatie, kan bijvoorbeeld een defekte hartklep middels een minimaal invasieve procedure worden vervangen. Via een kleine incisie in de lies wordt met behulp van een catheter een kunstklep op de juiste plaats afgeleverd, wederom met behulp van een combinatie van medische beeldtechnieken. Ook worden er aan nieuwe minimaal invasieve behandelmethoden gewerkt om met gericht ultrasoon geluid bepaalde vormen van kanker te bestrijden.

 

Nadat de patient ontslagen is uit het ziekenhuis, is het belangrijk dat ook goede nazorg thuis wordt gegeven. Zo is het in de nazorgfase van een hartinterventie belangrijk om de concentratie van bloedverdunners in het lichaam te monitoren. Dat kan tegenwoordig op afstand gebeuren via een ‘telemonitoring’ apparaatje. Ook andere vitale parameters van hartpatiënten kunnen met nieuwe technieken op afstand gevolgd worden. Goede zorg thuis draagt bij tot het verminderen van ziekenhuisheropnames, wat fijn is voor hartpatienten en goed voor ons zorgsysteem.

 

Helaas worden bestaande oplossingen nog niet genoeg toegepast. Er zijn wel veel pilots, maar grootschalige invoering ontbreekt. Vaak ligt dat aan de wijze waarop we de gezondheidszorg hebben georganiseerd. Iedereen weet dat er veel verschillende stakeholders zijn in de zorg. Patiënten, huisartsen, specialisten, verplegend personeel, ziekenhuizen, verzekeraars, de farmaceutische industrie, leveranciers van medische apparatuur. Die hebben binnen het systeem ieder hun eigen belangen. We moeten ervoor zorgen dat die deelbelangen parallel gaan lopen met de algemene maatschappelijke doelstelling: een betaalbare gezondheidszorg van goede kwaliteit en met een menselijke maat. Of anders gezegd: maximale doeltreffendheid en efficiëntie vanuit het perspectief van de hele zorgcyclus. Iedereen moet daartoe de juiste prikkels krijgt, alle neuzen moeten dezelfde kant op wijzen.

 

We moeten ziekenhuizen belonen als ze met succes investeren in kwaliteitsverbetering en kostenbesparing. Onze systematiek van diagnose-behandel-combinaties - en de voorgenomen vereenvoudiging hiervan - zijn al een stap in de goede richting. Zeker waar het gaat om het stimuleren van efficiëntie en transparantie. Maar investeringen in innovatie zullen pas echt sneller bij de patient komen als ziekenhuizen worden beloond op basis van het resultaat.

 

Paradoxaal genoeg levert het een ziekenhuis in veel landen wel geld op als een patiënt kort na ontslag uit het ziekenhuis opnieuw moet worden opgenomen, terwijl dat eigenlijk een nederlaag is voor de zorg. Een kostbare nederlaag. Naar schatting kan alleen al de VS jaarlijks 8 miljard dollar besparen op vermijdbare heropnamen van chronische hartpatiënten door het moment van ontslag beter te kiezen en goede nazorg thuis te bieden. In diezelfde VS wil men daarom zogenaamde accountable care organizations oprichten, die integraal verantwoordelijk zijn voor de zorg van de patient in het ziekenhuis en thuis. Daarnaast wil men ziekenhuizen beboeten waarvan het aantal heropnames een bepaalde limiet overschreiden. 

 

De mooie technische oplossingen van vandaag zijn het resultaat van hard werk van gisteren, werk in onderzoek en ontwikkeling. Die stroom nieuwe producten en diensten mag niet opdrogen. Bij Philips zetten we voluit in op innovatie.

 

Ook in deze onzekere economische tijden willen we zinvolle, klantgerichte producten ontwikkelen en naar de markt brengen. In onze drie sectoren - Healthcare, Consumer Lifestyle en Lighting - hebben we daar tot 200 miljoen euro per jaar extra voor uitgetrokken, naast de anderhalf miljard euro die wij jaarlijks aan R&D besteden.

 

Juist omdat snelheid ook zo belangrijk is, wil ik binnen Philips het hele innovatietraject verbeteren. Wil innovatie slagen, dan moet de hele keten op orde zijn: onderzoek, intellectueel eigendom, productontwikkeling, fabricage, marketing, sales en service. Wij willen sneller en ondernemender worden, juist om nog succesvoller te kunnen innoveren.

 

Daarbij trekken wij veelvuldig samen op met andere partijen: academische ziekenhuizen, kennisinstellingen, grote en kleine bedrijven, de overheid. Samenwerking inspireert, zeker als iedere partner op de grenzen van zijn eigen kunde werkt. Een goed voorbeeld zijn onze nieuwe, minimaal invasieve interventietechnieken die ik zojuist noemde. Die hadden we niet kunnen ontwikkelen zonder samenwerking met andere bedrijven, kennisinstellingen en ziekenhuizen in verschillende landen.

 

Onze samenwerking strekt zich ook uit naar andere belanghebbenden. Bij de ontwikkeling van nieuwe oplossingen moeten wij immers zo vroeg mogelijk weten met welke producten en diensten wij patiënten en professionals in de zorg echt kunnen helpen. In onze visie staan mensen, niet apparaten, centraal en we kunnen die visie alleen in samenspraak met patiënten en zorgprofessionals ontwikkelen.

 

De exacte rol die Philips in dit proces speelt zal per onderzoeksgebeid en per land verschillen. In Nederland hebben de zorgaanbieder, de zorgverzekerer, en de patient als eindgebruiker gezamelijk de regie over innovatie in de zorg in Nederland. Wij faciliteren deze regie, zoals bijvoorbeeld in de Stichting Zorg Binnen Bereik die innovatie in de zorg thuis voor mensen met een chronische aandoening adresseert.

 

Bedrijven moeten ondernemend durven inzetten op innovatie. In gezamenlijk onderzoek moeten ze zich als betrouwbare partners voor de lange termijn opstellen. Wat kunnen universiteiten en de overheid doen om innovatie te bevorderen?

 

Universiteiten doen er mijns inziens goed aan om zich te specialiseren, dan kun je het beste excelleren in onderzoek en innovatie. Veel fundamenteel universitair onderzoek in Nederland behoort tot de top, maar er valt nog veel te verbeteren in het omzetten van nieuwe universitaire kennis in commercieel levensvatbare producten.

 

Het zou ook goed zijn voor innovatie als universiteiten samenwerken met bedrijven in toegepast onderzoek. Ook dat kan wetenschappelijk zeer uitdagend zijn. In China doen wij aan gezamenlijke product-concept ontwikkeling met universiteiten. Wij willen ook in Europa ver gaan met dit soort samenwerkingsprojecten, maar ‘it takes two to tango’.

 

De overheid kan innovatie helpen in de input, de throughput en de output fase. Bij input denk ik aan publieke investeringen in de kennisinstellingen en aan steun voor inspanningen door particuliere bedrijven. Voor hogere throughput is efficiëntie van belang, bijv. door publiek-private samenwerking. Van harte ondersteun ik het pleidooi van minister Verhagen in zijn recente bedrijfslevenbrief voor intensivering van deze samenwerking. Samen met kennisinstellingen en andere stakeholders werkt Philips actief mee aan het opstellen van innovatiecontracten.

 

In de output fase zijn er twee duidelijke rollen voor de overheid. Enerzijds kan de overheid via haar grote inkoopkracht de vraag naar innovatieve producten en diensten sterk stimuleren. Veel innovatie staat of valt met een belangrijke ‘launching customer’. De overheid is bij uitstek geschikt om die rol van eerste, grote cliënt op zich te nemen. Ik juich het dan ook toe dat het kabinet 2,5% van het inkoopbudget van de hele overheid wil besteden aan innovatiegerichte inkopen. Bij 2,5% hebben we het over ruim anderhalf miljard euro, dus dat kan echt zoden aan de dijk zetten. Anderzijds kan de overheid allerlei barrières wegnemen die de implementatie van innovatieve, nieuwe oplossingen in de weg staat.

 

Ik ben ook zeer blij met de vaststelling van de regering dat ons Nederlands innovatiebeleid moet aansluiten bij de Europese agenda. Zelf zit ik in de stuurgroep van het European Innovation Platform voor ‘Active & Healthy Aging’. Dat is een goed gremium om met alle relevante stakeholders te werken aan een integrale aanpak van de zorguitdaging in Europa. Het doel: een verlenging van de gemiddelde gezonde levensduur in Europa met 2 jaar in 2020. Hoe meer we in Europa één lijn trekken bij promotie van innovatie en bij het versterken van de gezondheidszorg, hoe beter. Innovatie over de grenzen heen is dubbelgoed, ook als het over geografische grenzen gaat.

 

Als Philips zijn wij een van de actiefste bedrijven in het Zevende Europese Kaderprogramma voor onderzoek en we doen nu al actief mee aan de discussies over de opzet van zijn opvolger na 2013, Horizon 2020. Deze programma’s zijn succesvol, maar wij dringen aan op een eenvoudiger opzet. Teveel regels en voorwaarden maakt het kleine bedrijven erg moeilijk om hun weg te vinden en enthousiast mee te doen. Gelukkig besteedt men in Brussel veel aandacht aan dit probleem. Ook is het een goede zaak dat Horizon 2020 zich waarschijnlijk sterk op de grote maatschappelijke uitdagingen gaat richten, waaronder ook gezondheid en vergrijzing.

 

Dames en heren, ik ga afronden. Het belang van innovatie voor Europa en Nederland is nauwelijks te overschatten. Innovatie kan Europa economische groei en concurrentiekracht brengen. Nederland kan en moet daarbij gidsland zijn, een voortrekker. Als klein land met een open economie moet Nederland zich in Brussel actief inzetten voor een sterk, innovatief, ondernemend, open en meer geïntegreerd Europa. Daar ligt onze toekomst als Nederlanders en Europeanen.

 

Gisteren is er tijdens het EU overleg in Brussel over de schuldencrisis eindelijk een klein stapje voorwaarts geboekt. Er moet nog veel gebeuren en het is belangrijk dat we nu doorpakken. We moeten onszelf uit de huidige crisis investeren en innoveren. Door het gericht bevorderen van innovatie kunnen we ook de financieringstekorten van onze overheden terugdringen. Dat geldt zeker voor de gezondheidszorg: meer innovatie betekent betere kwaliteit èn meer efficiëntie, dus een betere kostenbeheersing. Laten we daarom in de gezondheidszorg innovatie omarmen. Door de hele zorgcyclus als uitgangspunt te nemen en beter samen te werken. Door onze zorg goed te organiseren en de oplossingen van vandaag en morgen een kans te geven. Kortom, door geïnspireerd en ondernemend de uitdagingen van vergrijzing aan te gaan.

 

Ik dank u voor uw aandacht.